Pepsi op het Tahrirplein

Dat verdient meteen de aandacht: een Nederlandse roman over de Egyptische protesten tegen voormalig president Mubarak in 2011. Een jeugdroman nog wel – de relevantie lijkt vanzelfsprekend, in een van de meest vormende, maar ook minst allochtone takken van cultuur, ook in onderwerpkeuze. En dan is die jeugdroman ook nog geschreven door politicoloog Monique Samuel (1989), die zich door haar Egyptisch-Nederlandse afkomst persoonlijk bij het onderwerp betrokken voelt en als opiniemaakster vaak verrassende meningen ventileert.

Maar Dansen tussen golven traangas valt bitter tegen, vooral omdat verrassing op alle mogelijke manieren ontbreekt. Het verhaal is schetsmatig, de taal een aaneenschakeling van clichés, de moraal obligaat: jongeren moeten vrij kunnen zijn. Samuel vertelt het verhaal van vier Egyptische jongeren, die allemaal op hun eigen manier in onvrede leven – vier verhalen die culmineren op het Tahrirplein. Samya mist haar verongelukte vader, Mohammed zucht onder de verwachtingen van zijn tirannieke vader, Abdelrahman vindt zijn land niet islamitisch genoeg en Layla heeft ambities die ze als meisje niet mag nastreven.

Zulke beschrijvingen doen boekpersonages meestal geen recht, maar Samuel maakt van hen ook niet veel meer dan eenduidige strip- of soapfiguren, of wandelende opinies. ‘Layla kan het niet verkroppen dat haar jongere broertje wel de straat op mag terwijl zij binnen moet blijven.’ Samuel doet geen moeite om de kracht van show-don’t-tell op te zoeken.

Dat morele gehamer en de gekunsteldheid smoren datgene waar de potentie in lag: een verslag van de Arabische Lente door Egyptische jongeren. Een verhaal dat meer is zoals dat ene beklijvende detail: het gerucht dat cola beschermt tegen traangas, waardoor de demonstrerende jongeren in Pepsi gedrenkte doeken voor hun gezicht houden. Zo kan een combinatie van zoetigheid en pijn wél verrassen.