Onderbuik

Martin Luther King zei dat hij een droom had waarin elke burger gelijk was, ongeacht afkomst. Bij ons is iemand onlangs met hem vergeleken. Burgemeester Ahmed Aboutaleb had zijn King-moment na de aanslagen in Parijs. Waarom? Aboutaleb zei „rot toch op” tegen Nederlanders die „vrijheid niet zien zitten”.

Er passen niet genoeg woorden in deze column om de weergaloze bekrompenheid van Aboutalebs uitspraak en de enorme lof die hij vanwege ‘rot toch op’ kreeg te beschrijven. Los van de ironie om zoiets te zeggen na eerst – via ‘ik heet vanavond Charlie’ – te dwepen met vrijheid van meningsuiting.

Als we iets verder denken dan de dikte van onze onderbuik, zien we dat ‘rot toch op’ stoer klinkt voor de bühne, maar in feite betekenisloos gebrabbel is. De terroristen in Parijs waren homegrown, hier geboren en getogen, net als de meeste Nederlandse jihadisten. Denken zij nu: shit, Abou zegt dat we op moeten rotten, dus laten we dat maar doen?

Deze week was Aboutaleb op snoepreis naar Washington om te praten over radicalisering. Voor zijn bezoek bespeelde hij ons weer door te zeggen dat mensen die denken dat je gewelddadige jihadisten „binnenboord kunt houden met een baan” ongelijk hebben. Weer zat hij er naast. Want experts beweren helemaal niet dat een baan een doorgedraaide terrorist zal stoppen.

Wél onderbouwd is dat een groot deel van de radicaliserende jongeren een problematische achtergrond heeft, zoals gebroken gezinnen, sociaal-economische uitzichtloosheid of psychiatrische problemen. Deze jongeren zijn vatbaar voor radicalisering, in groepsverband of als lone wolves. Dit fenomeen is kleurenblind, zoals Karst T. en Tristan van der V. illustreerden. Dat betekent niet dat we thee moeten drinken of pamperen. Maar, zoals vrijwel alle experts betogen: een serieuze aanpak van radicalisering vereist ook een inachtneming van sociale factoren. De AIVD concludeert bijvoorbeeld: „Het groeiend onbehagen over de eigen sociaal-economische positie is een factor voor het homegrown jihadisme.” Door dit eerst te karikaturiseren en vervolgens met een goedkope oneliner weg te vegen, brengt Aboutaleb onze levens in gevaar. Dat is kwalijk, onverantwoordelijk en een burgemeester onwaardig.

Laten we eerlijk zijn: eigenlijk is Aboutaleb niet de schuldige, maar wij. Wij applaudisseren om zijn stoere taal omdat het stoer klinkt. Dat het ons uiteindelijk verder van huis brengt deert ons kennelijk niet.