Onder de knoet in Dubai

Een relatiecrisis brengt een New Yorkse advocaat ertoe in Dubai een baan te accepteren bij een diffuus concern. Groteske toestanden in een reëel aandoende wereld.

Wanneer de naamloze verteller in De Hond vanuit het niets een baan inDubai krijgt aangeboden, aarzelt hij niet Foto Thinkstock

Wanneer de naamloze verteller in deze nieuwe roman van de Iers-Amerikaanse auteur Joseph O’Neill vanuit het niets een baan in Dubai krijgt aangeboden, aarzelt hij niet. Het aanbod wordt gedaan door Eddie Batros, een voormalige studiegenoot, die deel blijkt uit te maken van een schatrijke Libanese familie die wel iemand kan gebruiken ‘om een oogje te houden op onze holdings, trusts, investeringsportefeuilles, enz.’

Dat zal moeten gebeuren op het hoofdkwartier van de Batros Groep in Dubai, maar het kan de verteller niet schelen waar hij heen moet. Hij is werkzaam op een advocatenkantoor in New York, inmiddels in een heftige relatiecrisis geraakt en accepteert de baan, verbluft maar ook gestreeld en opgelucht. Eenmaal beland op het hoofdkantoor van het immer schimmige, met miljarden over de planeet schuivende imperium besluit hij de naam Pardew aan te nemen.

Pardew moet nominaal verantwoording afleggen bij Eddie’s broer Sandro, maar zijn taken blijven op zijn zachtst gezegd onduidelijk, zij het dat die door pa Batros ondubbelzinnig in één opdracht zijn geformuleerd. ‘Je hebt één functie. Weet je wat die functie is? Ervoor zorgen dat niemand van ons steelt. Dat is je functie.’

Alfa Romeo

In de praktijk betekent dat hoofdzakelijk de onaangename verplichting Alain, het onuitstaanbare vijftienjarige zoontje van Sandro, sudoku’s te laten oplossen en het dikke joch twee keer per week op de weegschaal te zetten. Als er genoeg pondjes afgaan zal het luie kind een Alfa Romeo krijgen, maar die is tegen het eind van het boek net zo dichtbij als een fata morgana.

Daarnaast bestaat Pardews werk uit het dagelijks deleten of met dooddoeners beantwoorden van ongeveer ‘tweehonderd ongevraagde, werkgerelateerde’ e-mails, immers: ‘Om een of andere reden doet het verhaal de ronde dat er in Dubai een sukkel zit in wiens postvak je veilig al je troep kunt dumpen.’

Om zijn werk in dezen nog meer te vergemakkelijken krijgt hij op zekere dag een enorme doos met stempels aangeleverd waarmee hij dat verwijderen ook op niet-digitale wijze voor zijn rekening kan nemen. Verder valt er voor hem weinig te doen, behalve porno kijken en roddelen met andere expats. En imaginaire e-mails componeren aan Sandro, immers: daadwerkelijk verzonden mails worden nooit beantwoord.

Een van de hoogtepunten van het boek is de confrontatie met de patriarch van de familie, die de verteller abusievelijk aanziet voor een vriend van Donald Trump en hem op zijn boot uitnodigt om hem zijn hiervoor genoemde ‘functie’ toe te lichten. Tijdens het gesprek, waarbij de patriarch het niet nodig vindt zich aan te kleden, zwemmen twee van zijn bemanningsleden naar het dichtstbijzijnde vasteland om een geit te slachten voor de lunch. Als die opgegeten is, wordt Pardew weer op een willekeurige plek aan land gezet en moet hij zelf maar zien hoe hij naar huis komt.

Pardews onthechting en verveling in zijn geestdodende standplaats worden door O’Neill uitvoerig en af en toe hilarisch geïllustreerd met diens eindeloze, zich via diverse zijpaden ontwikkelende overpeinzingen (soms onderbreekt hij zijn betoog zo dikwijls dat het aan het eind met zes haakjes moet worden afgesloten).

Die gaan dan over zaken als de ontwikkeling van een nutteloos bouwwerk dat voor zijn hotelkamervenster zou moeten verrijzen, de morele vraagstukken inzake prostitutie, alsmede de positie van de in weinig meer dan slavernij verkerende Aziatische gastarbeiders die de architectonische iconen van de uitzinnige rijkdom moeten bouwen.

Diepzeeduiken

Net als in zijn vorige roman, het tamelijk briljante en succesvolle Laagland, werkt O’Neill vernuftig met enkele subplots. Hoewel: is het wel zo vernuftig? Zo is daar de mysterieuze verdwijning van Ted Wilson, een andere expat met wie hij een voorliefde voor diepzeeduiken deelt, en de confrontaties met diens ‘beeldschone’ ex, Mrs. Ted Wilson. En dan de sombere en met schuldgevoelens beladen herinneringen aan zijn relatie met Jenn; de scheiding van haar was een van de push factors om hem naar Dubai te laten vertrekken.

In Laagland wist O’Neill verschillende lijnen succesvol tot een geheel aan elkaar te schrijven, maar in deze roman blijft (te) veel onafgemaakt. De gebeurtenissen zouden hun afronding moeten vinden in samenhang met een potentieel rampzalige ontwikkeling die het einde van Pardews lucratieve expatbestaan zal inluiden. Maar ook hij blijft al in teveel dTuister gehuld.

Pardews dienstverband wordt al even achteloos ontbonden als het begonnen was; hij is simpelweg een kleine pion geweest in een even serieus als raadselachtig mondiaal spel. En er wacht hem nog meer onheil op de laatste pagina’s. Zoals zoveel van waar het in het Batros-imperium om gaat onduidelijk voor hem was, en bleef, zo is ook dit einde een cynisch mysterie dat niet alleen Pardew zelf overvalt, maar ook de lezer.

Een enigszins onbevredigend einde derhalve, dat de vergelijking met zijn vorige roman in het nadeel van deze laatste doet omslaan. Maar in handen van O’Neill blijft het een intelligent geschreven, actueel verhaal. Het is grotesk wat hij beschrijft, er valt om te lachen, maar het lachen vergaat je als je bedenkt dat er een reëel bestaande en zich wellicht uitbreidende wereld beschreven wordt.