Nationale veiligheid verder perfectioneren

Sinds ongeveer een week beseffen we dat het Westen weer een nieuwe vijand heeft: de Islamitische Staat in Libië. Na de dood van dictator Gadaffi groeide in het land de chaos, een stammenstrijd die gepaard ging met het verval van de staat. Voor de westerse publieke opinie was dat aanvaardbaar zolang we er niet al teveel last van hadden. Libië werd een doorvoerland voor vluchtelingen uit Afrika die in wankele bootjes het Italiaanse eiland Lampedusa bereikten of onderweg verdronken. Die periode van betrekkelijke onverschilligheid is voorbij sinds IS in Libië 21 koptische christenen van Egyptische afkomst heeft onthoofd. Egypte antwoordde met een luchtbombardement op stellingen van IS in Libië. En nu is het de vraag of daarmee een nieuwe fase van de strijd tegen de terroristische organisatie is begonnen en vooral hoe die moet worden gevoerd.

IS is ontstaan in de chaos van Irak en Syrië. Met twee op video opgenomen onthoofdingen werd de terreurorganisatie vorig jaar voor het eerst wereldnieuws. Intussen waren in Irak al een paar steden veroverd. Toen volgde de verbranding van de Jordaanse piloot en nu zijn de Egyptenaren getroffen, wat in beide landen tot woede leidde. En nu staat dus vast dat IS zijn invloed tot Libië heeft uitgebreid.

Het Westen, en ook Jordanië en Egypte, voeren bombardementen uit, maar het is duidelijk dat IS daardoor niet wordt verslagen. Integendeel, de organisatie groeit. „Libië is in potentie niet anders dan Irak en Syrië. Het verschil is dat dit land maar een paar mijl van Europa verwijderd is”, verklaarde de vertegenwoordiger van de Verenigde Naties, Bernardino León. De strijd tussen een aantal stammen heeft de openbare orde vervangen.

IS groeit en bloeit in chaos. En als er geen chaos is, wordt geprobeerd die door terreur te stichten. Dat is de fundamentele strategie van de organisatie. We komen steeds dichter bij Rome, zei een woordvoerder. En dan blijkt dat deze benadering grote aantrekkingskracht uitoefent op jongeren die tot radicalisme geneigd zijn.

De tot chaos vervallen Arabische landen, waartoe ook Libië hoort, vormen in toenemende mate een Europees probleem – maar volstrekt anders dan een halve eeuw geleden toen ze zich in de laatste fase van hun strijd voor onafhankelijkheid bevonden. De nationalisatie van het Suezkanaal door president Nasser was een schok voor het Westen, de strijd van de Algerijnen tegen Frankrijk om de onafhankelijkheid is zeer wreed en bloedig verlopen. Maar het grote verschil is dat Europa er niet door werd aangetast.

De verschijning en vooral de snelle uitbreiding van IS kan betekenen dat er een nieuwe fase is begonnen. De massale emigratie van moslims naar Europa heeft al jaren grote invloed op de binnenlandse politiek van de meeste West-Europese landen.

Dat is een jaar of vijftien geleden begonnen. Grote partijen hebben nu de strijd tegen de ‘islamisering’, de toevloed van moslims uit Noord-Afrika als een hoofdpunt van hun programma en winnen daarmee aan populariteit. De terreur wordt naar Europa geëxporteerd. De aanslagen in Parijs en Kopenhagen zijn daarvan de meest recente bewijzen. Ook onder de Europeanen groeit de woede.

Wat kunnen we eraan doen? Ter plaatse orde op zaken stellen zoals president George W. Bush dat in Irak heeft geprobeerd, is uitgesloten. Het enige is onze binnenlandse veiligheid perfectioneren. Nog betere geheime diensten, meer camera’s, afluisterapparatuur, het aankweken van een nationaal wantrouwen. Intussen blijft het gebied aan de overkant van de Middellandse Zee de kweekplaats van de groeiende terreur.