Lijstjeslawine: zes boeken over moeder en kind

Maarten ’t Hart schreef een boek over zijn moeder, die tweeënhalf jaar geleden overleed. Je kunt in Magdalena een afrekening lezen, want de moeder was op veel tegen (tandenpoetsen, doorleren) en was daarnaast stikjaloers: pa ’t Hart, grafdelver, zou er voortdurend andere vrouwen, ‘mokkels’, op nahouden. 

De onsympathieke en soms zelfs hatelijke moeder is een geliefd en terugkerend personage in de wereldliteratuur. Enkele oude en recente voorbeelden uit de Nederlandse en internationale literatuur:

Euripides: Medea (431 v. Christus)

Medea is een tovenares uit het ongeciviliseerde Kolchis aan de Kaukasus. Zij heeft haar man Jason met heksenkunsten geholpen het befaamde Gulden Vlies, een gouden ramsvacht, te veroveren. Het huwelijk geeft hun twee zonen. Een tovenares en een  koningszoon, dat kan niet goed gaan. Als Jason verliefd wordt op een jonge prinses, neemt Medea wraak door zowel de aanstaande bruid als haar eigen kinderen te doden. Rechtvaardigt jaloezie de moord op je eigen kinderen?, is de vraag die in het stuk centraal staat.

Schermafbeelding 2015-02-20 om 14.23.21

Vijf jaar geleden verscheen een nieuwe vertaling van classicus Gerard Koolschijn voor de Perpetua-reeks. In het boek is ook een andere tragedie van Euripides te vinden, Bakchanten, waarin vrouwelijke natuurwezens, losgeslagen van elke ratio, dankzij wijngod Dionysus roes, religieuze extase en erotische vervoering bereiken. Bij Toneelgroep Amsterdam is thans een (bejubelde) versie van Medea te zien. De hoofdrol wordt gespeeld door Marieke Heebink; de regie was in handen van de Australische gastregisseur Simon Stone.

Michel Houellebecq: Elementaire deeltjes (1998)

“Michel en ik kunnen weer met elkaar in gesprek komen op het moment dat hij een plein oploopt met Elementaire deeltjes in zijn handen en zal zeggen: ‘Ik ben een leugenaar, ik ben een oplichter, ik heb niets in mijn leven gedaan behalve de mensen om mij heen kwaad aandoen, en ik vraag om vergeving.’ Je moeder vermoorden was destijds hip.”

Aldus het nawoord van Lucie Ceccaldi in haar boek L’Innocente (2008). Lucie wie? Lucie Ceccaldi is de, inmiddels overleden, moeder van Michel Houellebecq, de Franse sterauteur die in het boek dat misschien wel als zijn belangrijkste werk kan worden gezien, Elementaire deeltjes, een moederportret verwerkte waarin ze zich helaas herkende.

michelhouellebecq

In dat boek komt een moeder voor die ook Ceccaldi heet en volgens Houellebecq veel overeenkomsten vertoont met zijn eigen moeder. Want het was “een oude slet van een moeder”, zoals hij zich later liet ontvallen. Ze zou een losbandig hippieleven in een commune verkozen hebben boven de opvoeding van haar kind.

Brieven van Ceccaldi en de vader van Houellebecq na publicatie van Elementaire deeltjes liet de schrijver naar eigen zeggen altijd ongeopend.

Esther Gerritsen: Dorst (2012)

Claustrofobische roman die in 2013 de shortlist van de Libris Literatuurlijst haalde, en waarvan de motor wordt gevormd door de koele band tussen moeder Elisabeth en dochter Coco. De Amsterdamse Elisabeth is stervende, Coco trekt bij haar in om voor haar te zorgen.

esther-gerritsen-dorst

Coco’s beweegredenen hiervoor blijken egoïstischer van aard dan je aanvankelijk denkt, terwijl Elisabeth ondanks haar slechte toestand nog steeds een kille moeder blijft. Als duidelijk wordt dat Elisabeth de kleine Coco als kind hele dagen opsloot in haar kamer, luidt het koele verweer: “‘Ze vond het zelf niet erg.” En wanneer dochter Coco een natte handdoek over een van Elisabeths houten stoelen heeft gehangen:

“Elisabeth kijkt naar de natte handdoek over de houten stoel. Er komt een bekende gelatenheid over haar heen. Moeder-zijn was toezien hoe het kind de spullen in het huis stuk voor stuk aantastte en dat toelaten.”

Gerard Reve: De avonden (1947)

“(…) mijn vader is doof als de pest. Hij hoort weinig, het is niet de moeite van het noemen waard. Schiet voor de grap een kanon bij zijn oor af. Dan vraagt hij, of er gebeld wordt. Hij slurpt bij het drinken. Hij schept suiker met de dessertlepel. Hij neemt het vlees in zijn vingers. Hij laat winden, zonder dat iemand er een nodig heeft. Hij heeft spijsresten achter zijn gebit. (…) Als hij zijn ei pelt, weet hij niet, waar de schaal heen moet. Hij vraagt in het Engels, of er nog nieuws is. Hij mengt het eten op zijn bord door elkaar. Eeuwige God, ik weet, dat het niet ongezien is gebleven.”

recreve

Door dit soort passages lijkt het dat de vaderfiguur het voornaamste doelwit is van Frits van Egters, de “held” in het romandebuut van Gerard Reve. Maar ook moeder Van Egters krijgt de wind van voren, al gebeurt het over het algemeen geniepiger. Het hoogtepunt van moeders falen vormt uiteraard de mislukte aanschaf van een op oudejaarsavond te nuttigen fles wijn. Haar desinteresse zorgt ervoor dat het een alcoholvrije avond wordt, want ze komt met een fles vruchtensap op de proppen. Frits, kom er maar in:

“‘Zie mijn moeder’, zei hij zacht. ‘(…) Ze maakt de kachel aan met een heleboel rook. En ze heeft de zoldersleutels laten verbranden. Almachtige, eeuwige, ze dacht dat ze wijn kocht, maar het was vruchtensap. De lieve, de goede. Bessen-appel. Ze gaat bij het lezen met haar kop heen en weer. Ze is mijn moeder. Zie haar onmetelijke goedheid.’ Hij veegde met zijn mouw een traan uit zijn rechter ooghoek en liep verder.”

Ernest van der Kwast: Mama Tandoori (2010)

Voor zijn vierde boek gebruikte Van der Kwast niet alleen zijn eigen naam (na eerder twee van de drie romans onder een pseudoniem uit te brengen), de hoofdpersoon heette ook Ernest van de Kwast en had nog het een en ander met hem gemeen, zoals zijn leeftijd (eind twintig) en zijn beroep: schrijver.

In het boek schrijft hij over zijn familie, bestaande uit onder andere een gehandicapte broer. Maar de grote ster is toch wel de van oorsprong Indiase moeder, die in een bespreking in NRC Handelsblad werd geschetst als een “Indiase furie: gierig, bazig, opvliegend, competitief en agressief”.

Schermafbeelding 2015-02-20 om 14.34.17

Daar is alle reden voor, want als de bovenbuurman haar niet aanstaat bakt ze koekjes van koeiemest om hem te verdrijven en stookt ze een vuurtje van vuilniszakken om ook de geest van de lastpost weg te jagen. In huis staan manshoge stapels videorecorders tussen bergen kattenvoer in blik, ooit gekocht onder het motto: een aanbieding is een aanbieding, óók als je geen kat hebt. De moeder regeert haar huis met opgeheven deegroller, de vader – een intelligente, maar veel te vriendelijke sul – heeft niets in te brengen.

Als deze wetenschapper een artikel over prostaatkanker wil lezen, moet hij dat stiekem op de wc doen. ‘Ik mag ook poepen,’ zegt hij dan in opperste wanhoop vanachter de toiletdeur. ‘Mijn moeder ging op de grond zitten en hield haar neus voor de smalle opening tussen de drempel en onderkant van de deur. “Ik ruik niets!” ’

Emma Donoghue: Room (2010)

Roman, die het tot de shortlist van de Booker Prize schopte, over Jack, een jongetje dat samen met zijn moeder opgesloten zit in een geluiddicht tuinhuisje. Vrijwel elke nacht komt hun ontvoerder langs om Jacks moeder te verkrachten. Jack is het resultaat van een van die verkrachtingen.

Het verhaal wordt verteld vanuit Jacks perspectief, die geen idee heeft van de ernst van de situatie, want hij heeft nooit iets anders meegemaakt, en beseft niet dat er zich buiten het tuinhuisje een buitenwereld bevindt. De combinatie van de gruwelijke werkelijkheid en de naïeve, hier en daar zelfs montere verteltoon van Jack zorgt voor “een hartverscheurend en beklemmend effect”, zoals Rob van Essen voor NRC Handelsblad opmerkte.

roomstory_1688207f

Donoghue heeft zich laten inspireren door geruchtmakende ontvoerders als Dutroux en Priklopil, de kidnapper van Natascha Kampusch. Maar de belangrijkste inspiratiebron lijkt Josef Fritzl, die een aantal kinderen verwekte bij zijn opgesloten dochter. De manier waarop Jack en zijn moeder erin slagen te ontsnappen is onmiskenbaar ontleend aan de zaak-Fritzl. Want dat ontsnappen lukt ze inderdaad, in een zeer spannende episode met een heldenrol Jack. Daarna ontstaan er nieuwe problemen: Jack komt terecht in een wereld die veel te groot voor hem is; zijn ogen hebben nooit verder gekeken dan de drie meter die hun hok lang en breed was. Bovendien moet hij zijn symbiotische relatie met zijn moeder opgeven – iets wat ook haar bijna fataal wordt.