Kleine en grote kunst

De plek heeft de omvang van een poppenkeuken: één persoon achter het fornuis, twee naast het aanrecht en het is er propvol. Dat is Kunstverein, een schattige kunstruimte en debatcentrumpje in een voormalige winkel in de Amsterdamse Pijp. Kunstverein probeert al vijf jaar met behulp van nog steeds veel te weinig leden een programma van interessante, avant-gardekunstenaars en -schrijvers in elkaar te zetten. Bij iedere tentoonstelling hoort een persoonlijke rondleiding – want Kunstverein is dan wel hardcore kunsttheorie, de gastheren en -vrouwen zijn, zoals dat in het jargon van Kunstverein heet, graag bereid om „serieuze museumniveaupraktijken op een performatief niveau te vertalen naar een breder publiek”.

Kunstverein heeft een aantal kleine, maar fijne tentoonstellingen georganiseerd. 59 bijdragen vullen de piepkleine ruimte. Alle muren zijn bedekt, de kunst hangt kriskras door elkaar. Het charmante van Salon Hang is dat groot en klein er zonder onderscheid des persoons hangen. Bekende namen als Lisa Oppenheim of Falke Pisano hangen naast onbekende collega’s als Sybren Renama of Leone Contini. Er is serieus naast melig (de verwisselde deurklinken van het duo Gerlach en Koop), oorverdovend saai naast jolig, en opmerkelijk veel abstract naast weinig figuratief. Dat is niet minder dan een statement in een kunstwereld die wordt geleid door hypes en makkelijk verkoopbare verhalen. Op de laatste Art Rotterdam was het braafheid troef. Hoe anders is het hier in de Pijp.