Karikaturale nachtmerrie in Amerika

Amerikaanse schrijvers zijn, veel meer dan hun Europese tegenhangers, gefascineerd door de onderklasse. Dat is logisch – in een keiharde maatschappij als de Amerikaanse ligt het drama voor het oprapen. Er staat aan de zelfkant wezenlijk iets op het spel: leven, dood en de voortdurende strijd om een flintertje menswaardigheid. Tegelijk brengt die fascinatie risico’s met zich mee. De Amerikaanse Nachtmerrie tendeert naar het groteske. Hoe vindt een schrijver een toon die dat groteske niet ontkent, maar het evenmin opblaast tot Jerry Springer-achtige proporties? Hoe hou je het menselijk? Carver lukte dat; een jongere auteur als Willy Vlautin kan het ook. En Donald Ray Pollock?

Pollocks debuut, het nu vertaalde Knockemstiff, heet een roman te zijn in achttien verhalen. Wat voor dat romanlabel pleit is dat er één duidelijk hoofdpersonage is: het dorp Knockemstiff, een soort Hillbilly Central, gesitueerd in Ohio. De plaatsnaam – vrij vertaald: ‘mep ’m bewusteloos’ – maakt al duidelijk met welke blik op de onderklasse we hier te maken krijgen. En anders doet de allereerste zin dat wel: ‘Toen ik zeven was, leerde mijn vader me op een augustusavond in de Torch Drive-in hoe je een man aan gort moet slaan.’

In het verdere verloop van de bundel trekt Pollock die lijn stevig door. Een puberknul ejaculeert over de pop van zijn zusje, wordt betrapt, loopt weg van huis en belandt in de trailer van een ranzige trucker. Een man leeft samen met een psychiatrisch patiënte die haar lichaam verkoopt en rondloopt met een tasje vol rottende vissticks. Enzovoorts, enzovoorts. Het is allemaal zo extreem – een niet aflatende barrage van drankmisbruik, vechtpartijen, incest, aanranding, drugs, moord en algemene verwording – dat het op zeker moment het ene oor in en het andere uit gaat. Het is schmierende literatuur, zonder verdieping.

Dat verbaasde me, want Pollock zelf kent Knockemstiff, tegenwoordig een spookstadje, en de onderklasse van de Midwest maar al te goed. Hij groeide er op en werkte dertig jaar lang in de papierfabriek in het nabijgelegen Chillicote, Ohio, alvorens een universitaire creative writing-cursus te volgen. Waarom dan voor zo’n karikaturale insteek gekozen?

De schrijver wordt bovendien niet geholpen door de rammelende vertaling, van de hand van maar liefst vier vertalers. Er is vooral te letterlijk vertaald. ‘My old man’ wordt ‘mijn ouwe man’ in plaats van ‘mijn ouweheer’, ‘burn to the ground’ wordt ‘tegen de grond branden’ (foei). Donald Ray Pollock won met dit werk de PEN/Robert W. Bingham Prize, een aanmoedigingsprijs voor ‘buitengewoon getalenteerde’ debutanten. Het moge duidelijk zijn: ik zie het niet.