Frans dorpsrestaurant in het Oude Noorden

Wat zijn de nieuwe, beste restaurants van Rotterdam? De Buik van Rotterdam, een online culinair initiatief, brengt wekelijks in kaart wat de stad te bieden heeft.

Mevrouw Meijer is Richard Meijer en dus geen mevrouw maar een meneer. De zaak heet Mevrouw Meijer omdat hier, op dit ietwat verscholen adres in het Oude Noorden, eerder Madame Maigret zat. Een eigenzinnige meneer, Richard Meijer, ook nog. Geen website, geen Facebookpagina. Wil je reserveren, dan pak je maar de telefoon. Grote kans trouwens dat je hemzelf aan de lijn krijgt.

Ook de inrichting van het restaurant op de hoek van de Gerard Scholtenstraat en de 2de Pijnackerstraat kenmerkt zich door de no-nonsense-aanpak van de chef. Geen aan elkaar gelaste scheepsonderdelen om het post-industriële karakter van Rotterdam te onderstrepen, geen vintage-design om te laten zien hoe hip je wel niet bent, geen muziek uit de jaren tachtig die nog steeds niemand mooi vindt.

Nee, hier stap je een Frans dorpsrestaurant binnen in een vergeten departement, niet ver van zee waarschijnlijk want op het schoolbord boven de keuken staan oesters en langoustines vermeld. Gordijntjes tot halverwege de vensters geven een intieme sfeer. De tafelkleedjes zijn allemaal geblokt, maar geen enkel kleedje is hetzelfde. De gasten hebben ruim zicht op de keuken waarin Richard Meijer, het haar in een knotje, bedrijvig in de weer is.

De kaart ademt hetzelfde doe-maar-gewone. Een driegangenmenu kost € 34, je kiest voor, hoofd, na. Maar je mag het ook bij twee gerechten laten, dan betaal je minder. Het kaasplateau kost € 13,50. Bloedworst met kweepeer, schelvisfilet met tomaat, ui en witte wijn en in kropsla gepocheerde boerenkip met pancetta en snijbiet mogen gelden als voorbeelden van chefs eigenzinnigheid.

Voor ons worden het de langoustines van het bord en de halfgegaarde makreelfilet met frambozen. Ik had op de kaart al gezien dat ze Loopuyt-gin hebben en zo kwam ik als vanzelf op de gedachte dat ik die bij de makreel zou nemen, een vette vis immers waartegen de droge witte Picpoul de Pinet die mijn vrouw bij de schaaldieren drinkt het waarschijnlijk zou afleggen. Hoeveel smoes heb je nodig? Mijn vis is omgeven door flinterdun gesneden radijs en jonge slascheuten en is aangemaakt met een prettig-zure azijn. De langoustines zijn precies gaar, hoor ik van de overkant van de tafel, alleen jammer dat de scharen niet even zijn gekneusd om het gemakkelijker te maken om ook daar het vlees uit op te eten.

Cakeje met calvados

Ik neem een stevig hoofdgerecht: gestoofde kalfswang met gebraden kalfssucade met linzen, schorseneren en knolletjes. Ik drink er Italiaanse wijn bij. Alles bij elkaar een mooie combinatie: het zachte vlees, de knapperige linzen, de bite van de schorseneren. Mijn vrouw is stil van de coquilles met gegrilde en puree van pastinaak, dun gesneden appel (granny smith) en winterpostelein (op de foto) waar ze een glas witte Bourgogne bij drinkt.

Van de nagerechten komen de Bretonse cake met karamel op basis van beurre salé (gezouten boter) en de baba au calvados op tafel, die laatste natuurlijk voor mij. Richard Meijer komt met de fles en vraagt: ‘Baba calva, je kent dat verhaal?’ Ik kijk hem vragend aan. Hij begint de calvados over mijn cakeje heen te schenken. ‘Zeg maar ho,’ zegt hij. Ah, dát verhaal. Ik kende het niet, maar nu wel.

Mevrouw Meijer heeft sowieso een goed verhaal.