De piloot was fout, maar niet zó fout

De vermoorde piloot Moaz al-Kasasbeh bombardeerde in Syrië onschuldige mensen en verdiende dus straf. Dat vinden IS-aanhangers in Jordanië. Maar alleen Allah mag straffen met vuur.

Familieleden van Moaz al-Kasasbeh demonstreerden eind januari voor zijn vrijlating. De Jordaanse piloot was toen waarschijnlijk al dood. Foto Reuters

Een strak gekapte twintiger hangt rond op straat in de Jordaanse stad Zarqa. Weet hij toevallig de weg naar het huis van Abu Muhammed al-Maqdisi? Volgens buurtgenoten moet de invloedrijke Jordaans-Palestijnse jihadgeleerde, onlangs vrijgelaten uit de gevangenis, hier ergens wonen.

„Ik ben zijn zoon”, zegt de jongen. Hij wil best even vragen of zijn vader wil praten. „Maar ik ben bang dat hij geen tijd heeft.” Als hij terugkomt, is zijn boodschap inderdaad teleurstellend. „Hij mag niet met journalisten praten.” Kan het niet onopvallend? Nee, zegt hij beslist. „Er zijn wel vijftig mannen op bezoek, om zijn vrijlating te vieren. Ik denk dat de helft bij de inlichtingendiensten zit.”

Abu Muhammed al-Maqdisi is vooral bekend als de religieuze mentor van Abu Musab al-Zarqawi, de nietsontziende leider van Al-Qaeda-in-Irak, de voorloper van de Islamitische Staat (IS). Al-Zarqawi, die in 2006 om het leven kwam bij een Amerikaans bombardement in Irak, werd geboren in Zarqa, een stad met een half miljoen inwoners op 25 kilometer van de Jordaanse hoofdstad Amman.

Na zijn vrijlating onderhandelde Maqdisi met IS over een gevangenenruil. Hij dacht dat de Jordaanse piloot Moaz al-Kasasbeh, gevangengenomen door de terreurgroep, nog in leven was. Maar tot woede van Maqdisi luisterde IS niet naar hem. De extremistische denker maakte IS uit voor leugenaars. Waarschijnlijk is Kasasbeh al op 3 januari omgebracht.

Baken van stabiliteit

Een vriend van de autoriteiten is Maqdisi bepaald niet. Maar voor Jordanië is IS een groter kwaad. Het kalifaat dat IS heeft uitgeroepen in delen van Syrië en Irak grenst aan Jordanië. Het land sloot zich schoorvoetend aan bij de internationale coalitie tegen IS, want het was bang voor onrust in eigen land. Er zijn genoeg Jordaniërs die sympathiseren met IS.

Tot nu toe is Jordanië een baken van stabiliteit in een regio die wordt verscheurd door terreuraanslagen en religieuze strijd. Hoewel het land net zo goed met armoede, jeugdwerkloosheid en een gebrek aan democratie kampt, heeft de Arabische Lente het land goeddeels overgeslagen. Dit komt mede door het optreden van koning Abdullah. Hij is niet minder autoritair dan andere Arabische regeringsleiders, maar weet zijn volk rustig te houden met kleine aanpassingen in het regeringsbeleid.

Het nieuws over de verbranding van de piloot lijkt Jordanië te hebben verenigd achter koning Abdullah en tegen IS. Maar dat betekent niet, zegt radicaliseringsexpert Marwan Shehadeh, dat er geen IS-aanhangers meer zijn. „Ze laten zich even niet zien, met al die publieke verontwaardiging. Maar ik schat hun aantal nog steeds op acht- tot twaalfduizend.”

Jordanië is een van de grootste leveranciers van buitenlandse strijders aan IS. Zeker 2.000 Jordaniërs zouden naar Syrië en Irak zijn vertrokken. Sympathisanten zijn volgens Shehadeh vooral te vinden in plaatsen als Zarqa en het zuidelijke Ma’an. Die kampen met armoede, werkloosheid, drugs en criminaliteit, wat deels het radicalisme bij de jeugd verklaart.

Bekeringsorganisatie

In het Palestijnse vluchtelingenkamp Marka, nabij Zarqa, zit het kantoortje van de islamitische bekeringsorganisatie Da’wa. De achterbank van een auto staat bij wijze van bank in een verder kale ruimte. Op voorwaarde van anonimiteit wil een lokale Da’wa-leider best over IS praten.

„Er is inderdaad veel armoede in Zarqa, maar het gaat de meesten echt om de ideologie.” Je hoort wel, zegt de man, dat aanhangers beginnen te twijfelen na de verbrandingsdood van de piloot Kasasbeh. „Niet dat hij volgens hen geen straf verdiende. Hij bombardeerde immers onschuldige mensen in Syrië. Maar de meeste geleerden houden het erop dat alleen Allah met vuur mag straffen.”

Zelf gruwt de Da’wa-leider van de manier waarop Kasasbeh is vermoord. Zijn organisatie predikt vrede, bezweert hij. Eenmaal buiten probeert zijn collega de verslaggever meteen te bekeren. „Zeg me maar na: er is geen God dan Allah…”

Dat de Jordaanse autoriteiten een beroep deden op Maqdisi bewijst dat er ook onconventionele middelen worden ingezet in de strijd tegen IS. Koning Abdullah, zegt Shehadeh, wordt geconfronteerd met een serieus probleem. „IS-aanhangers noemen Abdullah een ongelovige, omdat hij geen voorstander is van een staat op islamitische grondslag. Daarom is hij niet alleen bang voor de regionale stabiliteit, maar ook voor Jordanië zelf. De kans op zelfmoordaanslagen is reëel.” Een nieuwe antiterrorismewet maakt het niet alleen strafbaar om je aan te sluiten bij IS, zelfs de intentie daartoe is al voldoende – een like op Facebook geldt als bewijs.

Iraakse stammen

Behalve Maqdisi zoekt Jordanië ook andere bondgenoten. Bijvoorbeeld gematigde sunnieten uit Irak, van wie er velen tribale banden hebben met Jordanië. Sommigen van hen wonen in Amman, zoals Raad al-Dulaimi, die ontvangt in het kantoor van zijn investeringsfirma. Samen met enkele anderen vormde Dulaimi een ‘tribale raad’ die in het geweer kwam tegen de onderdrukking van Iraakse sunnieten door de shi’itische oud-premier Maliki.

Jordanië hoopt tribale leiders zoals Dulaimi als buffer te gebruiken tegen IS. Maar het bestrijden van IS is voor hen geen hoofdzaak. Toch hebben ze zo hun eigen redenen om zich tegen hun extremistische geloofsgenoten te keren. Dulaimi houdt IS verantwoordelijk voor de „vernietiging” van de sunnitische protesten tegen Maliki. „Ze zijn geen moslims. Ze zijn verwerpelijk.” Bovendien heeft IS gebieden veroverd die voorheen aan andere sunnitische stammen toebehoorden.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry wil een beroep doen op tribale leiders als Dulaimi om IS te bestrijden. Maar hij is niet overtuigd. „Kerry is niet serieus en eerlijk. Als hij wil dat wij IS bestrijden, moet hij ons ook wapens leveren om de gebieden te bevrijden.”

Zo is er sprake van een ongemakkelijke coalitie: iedereen heeft zijn redenen om tegen IS te zijn, maar dat betekent niet dat ze elkaar vertrouwen. In de tussentijd heeft Jordanië de bombardementen op IS opgevoerd. Het zal niet voldoende zijn, denkt Shehadeh. „Met bommen is IS niet te verslaan. Jordanië zal de voedingsbodem voor radicalisme moeten wegnemen. En dat is niet eenvoudig.”

Het gaat volgens hem niet alleen om het bestrijden van armoede en werkloosheid. „Dit zijn mensen die het zat zijn dat ze geen invloed hebben, die tegen de VS en Israël zijn, die lijden onder corruptie. Over tien jaar zullen hier nog veel meer jihadisten zijn.”