De Heilige Oorlog is er, al geeft Obama dat niet toe

Afgelopen week vergaderden internationale politici over terrorisme in Washington. Of over ‘islamitisch extremisme’, zoals de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb zei. Maar de Obama-regering sprak zich liever niet hardop uit. Dat kwam Obama op harde kritiek te staan.

Betogers voor het Witte Huis zijn boos over de terughoudendheid van de regering-Obama om terrorisme te linken aan islam op de terreurtop in Washington. Foto SAUL LOEB/AFP

De afgelopen week praatten wereldleiders en burgemeesters, onder wie de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb, in Washington over de aanpak van extremisme. En drie dagen lang was de Amerikaanse regering druk met gevoeligheden omzeilen. Sommige deelnemers, onder wie Abouteleb, schroomden niet over islamitisch extremisme te praten. Maar de regering-Obama deed haar best de conferentie over extremisme in het algemeen te laten gaan.

Die spagaat zorgde ervoor dat de conferentie, bedoeld om wereldwijd tot ideeën te komen om radicalisering tegen te gaan, ongemakkelijk eindigde. Obama kreeg kritiek in eigen land, ook uit progressieve hoek, dat hij de relatie tussen radicaal islamisme en terrorisme verdoezelde.

In een speech, afgelopen woensdag, zei de Amerikaanse president dat „Amerika niet in oorlog met de islam is”. En: „Geen religie is verantwoordelijk voor terrorisme. Mensen zijn verantwoordelijk voor geweld en terrorisme.”

‘Islamitisch’ verdienen ze niet

Door de Islamitische Staat en andere terreurgroepen ‘islamitisch’ te noemen, krijgen ze volgens Obama een legitimiteit die ze niet verdienen. „We hebben allemaal de verantwoordelijkheid om het idee te verwerpen dat groepen als ISIL [Islamitische Staat, red.] op een of andere manier de islam vertegenwoordigen. Dat speelt de waarheid van de terroristen alleen maar in de kaart.”

De speech is tekenend voor de andere kijk van Amerikanen op religie en extremisme. Veel meer dan in Europa wordt de godsdienstvrijheid als centraal punt gezien. Dat verklaarde ook de relatief lauwe Amerikaanse reactie na de aanslagen in Parijs, in januari. Het terrorisme werd weliswaar veroordeeld, maar er werd ook breed ongemak gevoeld bij de Charlie Hebdo-cartoons, die de islam (en andere religies) op de korrel namen. Obama is bovendien bezorgd over een toename van religieuze spanningen in eigen land.

Houdt Obama wel van Amerika?

Tegelijkertijd, en dat maakt Obama’s positie zo lastig, staat Amerika vooraan bij de strijd tegen terrorisme. De Amerikaanse luchtmacht leidt de luchtcampagne tegen IS in Irak en Syrië. Er is Obama veel aan gelegen deze oorlog niet een religieuze component te geven.

In eigen land komt die houding hem al langere tijd op conservatieve kritiek te staan. Fox News-anchor Bill O’Reilly zei deze week in zijn programma: „De Heilige Oorlog is er al. En de president is de laatste die dat wil toegeven.” Ook Jeb Bush, beoogd Republikeins presidentskandidaat, beschuldigde Obama van het bagatelliseren van religie. Rudy Giuliani, oud-burgemeester van New York, maakte er een kwestie van patriottisme van: „Ik denk niet dat de president van Amerika houdt.”

Nu zijn zelfs de progressieven boos

Die kritiek is niet nieuw. Wat wél nieuw is, is het ongemak onder progressieven over de vraag op wie de strijd tegen extremisme nu gericht is. De invloedrijke columnist Roger Cohen richtte zijn pijlen in The New York Times op Obama’s uitspraak dat IS een „duistere ideologie” heeft. „Dat is zoiets als zeggen dat nazisme een reactie was op de Duitse vernedering na de Eerste Wereldoorlog: waar, maar volledig ontoereikend.”

Burgemeester Aboutaleb had gisteren overigens lof voor de speech van Obama. „Hij legde de nadruk op de politieke agenda die IS nastreeft, en het feit dat arme sloebers misbruikt worden voor die agenda. Hij zei terecht dat het niet om de islam zelf gaat. Het gaat erom wat mensen ermee doen.”

Het resultaat van de radicaliseringstop voor de internationale gemeenschap is misschien beperkt. Maar het belangrijkste resultaat voor Amerika is dat er een debat over religie is ontstaan. Dat gaat verder dan alleen de vraag of je van islamitisch terrorisme mag spreken. Het gaat vooral over religie als onderwerp van debat.