Berichten uit de wereld van de totale verwoesting

Op een paar kilometer van het front in Oekraïne speelt zich het ware leven af, in de onderstroom van het nieuws. Als gewezen verslaggever in de Russisch-Georgische oorlog van 2008 besefte ik dat toen ik op Facebook de minireportages van schrijver Pieter Waterdrinker las en me kon inleven in de lotgevallen van gewone mensen in oorlogsgebied. Want niet alleen steden, dorpen en militairen liggen in Oekraïne onder vuur, maar ook de intermenselijke verhoudingen. Goedheid, boosheid, dapperheid, lafheid, en vooral zinloze wreedheid, het zijn emoties die over elkaar heen buitelen, terwijl in de verte het geratel van machinegeweren en het gedender van rollende tanks klinken.

Menigeen die in het verwoeste landschap van een oorlog heeft rondgelopen, beseft hoe broos het leven is. Dat besef wordt nog eens versterkt doordat je, op je hoede voor het gevaar, op en nabij het slagveld ineens veel beter kunt ruiken, zien en horen, alsof je een vos bent geworden die een groep jagers probeert te ontwijken.

Met een schrijversblik, zoals Waterdrinker die heeft, is zo’n oorlog een geschenk voor je verbeelding. De literatuur vaart daarom wel bij goede oorlogsverslaggeving. Denk aan Isaak Babels verhalen uit Rode ruiterij, waarin hij beschrijft hoe hij als vrijwilliger in een cavalerieregiment deelneemt aan de Pools-Russische oorlog van 1920. Hij ziet brandende dorpen, geblakerde velden, lijken alom en veel zinloos geweld. In een wereld van verwoesting bestaat een andere werkelijkheid, waarin het volk onafgebroken lijdt.

Babels verhaal van de Russische soldaat die een zwaargewonde kameraad afmaakt door hem in zijn mond te schieten, staat me nog helder voor de geest. Net als de rauwheid van al die andere opgevoerde personages, mannen en vrouwen, die de dood in de ogen hebben gezien en ieder gevoel zijn kwijtgeraakt. Babel beschrijft het zonder stilistische poespas, precies zoals hij het zelf heeft ervaren. Het grijpt je naar de keel en zou thuiszittende, tobbende schrijvers op zoek naar een onderwerp tot voorbeeld kunnen dienen.

Ook bij Babels landgenoot Vasili Grossman kun je een indruk krijgen van wat er nu in Oekraïne gebeurt. In zijn roman Leven & Lot (voltooid in 1961, maar tot 1988 verboden in de Sovjet-Unie) beschrijft hij het front tijdens de Slag om Stalingrad, die hij zelf als oorlogscorrespondent heeft meegemaakt. Ook hier regeren geweld en wreedheid.

Poetin zou van zo’n roman kunnen leren, juist omdat die gaat over gewone mensen, hun dwalingen, dood en verdriet. En eigenlijk geldt dat ook voor de gewone krantenlezer, die vaak niet goed beseft dat er in de onderstroom van het nieuws in Oekraïne dagelijks gewone burgers omkomen en duizenden anderen wanhopig het vege lijf proberen te redden. Dat het in het leven gaat om overleven en om mens-zijn, is bij uitstek iets wat goede literatuur je kan aantonen.