Zwalkend gevisualiseerd, en niet beklemmend

Het eerste kwartier van Boy 7, de filmbewerking van de gelijknamige jeugdroman, moet je als kijker een sterke maag hebben. De verwardheid en wanhoop van hoofdpersonage Sam (Matthijs van de Sande Bakhuyzen) die zonder geheugen wakker wordt in een metrostel, wordt gevisualiseerd door de camera naar alle kanten te laten zwalken.

Wanneer Sam – samen met de camera – kalmeert, komt hij er samen met lotgenote Lara (Henrard) achter dat hij een terroristische aanslag heeft gepleegd. Via een dagboek ontdekken de tieners dat ze voor de aanslag in een heropvoedingsgesticht voor jonge, talentvolle criminelen zaten. In flashbacks zien we hoe ze er werden opgeleid tot speciaal agent en Clockwork Orange-gewijs gehersenspoeld. Dat resulteert jammer genoeg niet in een beklemmend beeld van een nabije toekomst waarin de overheid alles kan controleren, inclusief je gedachten.

In de film van Laurens Blok vormt het vooral een aanleiding voor horkerige dialogen over hacken en veel dwalen door futuristisch verlichte ruimtes op een slechte gamesoundtrack.