Weer Depp, weer een sof

‘Teleurstellend’ vond de studiobaas de geringe Amerikaanse opbrengst van het Johnny Depp-vehikel Mortdecai. Ook artistiek gezien is het een sof. Na The Lone Ranger en Transcendence lijkt Depp ‘box office poison’ te worden. In Mortdecai speelt hij een hautaine upper class kunsthandelaar met geaffecteerde tongval, krullende snor en trofeevrouw. Met zijn trouwe bediende, die alle klappen opvangt, raakt hij betrokken bij een schilderijenzwendel, aanleiding voor een aaneenschakeling van suffe scènes met seksuele toespelingen. Running gag is zijn vers gekweekte Engelse snorretje, waardoor zijn vrouw (Gwyneth Paltrow) in seksstaking gaat en interesse veinst in de avances van een MI5-agent (Ewan McGregor). Amusant wordt het alleen in Los Angeles, neergezet als triest dieptepunt van de westerse beschaving.

Met veel goede wil valt de film op te vatten als parodie op de Britse Carry On-komedies: Depp heeft het spleetje tussen zijn tanden en de dictie van Carry On-komiek Terry-Thomas. Maar die verwijzing valt in het water omdat vrijwel niemand die films nog kent en begrijpt dat Mortdecai naadloos past in een traditie van ultraflauwe komedies vol stereotypen als het Gele Gevaar, maffiose Russen en vulgaire Amerikanen. Hoe diep kan Depp nog vallen?