We kunnen nu apen beschermen tegen hiv

Een nieuwe gentherapie kan mogelijk beschermen tegen hiv. Nature publiceerde gisteren een artikel over deze nieuwe doorbraak. Bij apen werkt het al.

foto Liu Dawei/Xinhua

Een nieuwe gentherapie beschermt apen beter tegen hiv dan een vaccinatie met de best werkende antilichamen die ooit tegen hiv zijn ontwikkeld. Vier apen die deze experimentele behandeling kregen, raakten geen van alle geïnfecteerd, terwijl zij in de 40 weken na de beschermende injectie tot vier keer toe met toenemende doses hiv direct in de bloedbaan werden ingespoten. Een Amerikaanse onderzoeksgroep onder leiding van Mike Farzan van The Scripps Research Laboratory in Jupiter, Florida, publiceerde deze resultaten gisteren in Nature.

Hiv is het virus dat wereldwijd naar schatting 35 miljoen mensen heeft besmet. Onbehandeld leidt de infectie tot de ziekte aids, waaraan mensen uiteindelijk overlijden. Die slechte afloop is op dit moment alleen te voorkomen door dagelijks een cocktail van virusremmers te slikken, de zogeheten antiretrovirale therapie.

Maar nu is er een gentherapie tegen hiv die in ieder geval apen langdurig beschermt. Farzan en zijn team werken al tien jaar aan een eiwit dat hiv kan ‘inpakken’, zodat het virus niet langer in staat is de cellen van het immuunsysteem binnen te dringen en lam te leggen. Ze namen daarvoor een antilichaam dat zich richt tegen het deel van virus dat koppelt aan de cel die het wil infecteren, het zogeheten CD4-eiwit. Dat antilichaam is in zijn eentje niet heel effectief tegen hiv, maar Farzan koppelde er een tweede molecuul aan dat heel sterk lijkt op een andere ankerplaats van hiv op de cel, het CCR5-eiwit. Dit combinatie-eiwit schermt de essentiële bindingsplaatsen die hiv nodig heeft om besmettelijk te zijn geheel af.

De genetische code voor dit eiwitconstruct brachten de onderzoekers in een adenovirus. Daarmee kan een gentherapie worden uitgevoerd, waarbij het DNA zich inbouwt in de spiercellen en deze actief het beschermende eiwit gaan maken. Een injectie in de bovenarm is dan voldoende om een langdurige bron van beschermende eiwitten in het lichaam te creëren.

Experimenteren bij mensen

„We denken dat we hiermee van alle tot nu toe geprobeerde benaderingen het dichtst zijn bij een langdurige en effectieve bescherming tegen de meeste, zo niet alle, voorkomende hiv-stammen”, schrijft Farzan in een e-mail. „Zo lang de spiercel die het eiwit aanmaakt, blijft leven, wordt hiv in het bloed weggevangen”, zegt hij. „Andere studies die gebruikmaakten van soortgelijke gentherapie, lieten zien dat het eiwit minstens vijf jaar lang gemaakt wordt.”

Farzan hoopt nu op korte termijn te beginnen met experimenten bij mensen om de veiligheid te beproeven. Hij verwacht er veel van: „In dieren geeft het een heel robuuste bescherming, bij eiwitconcentraties die ook bij mensen met gentherapie te bereiken zijn.”

In de toekomst zouden hiv-geïnfecteerde mensen met deze gentherapie volgens Farzan mogelijk minder geneesmiddelen hoeven te slikken. Maar het zou ook mensen in hoogrisicogroepen kunnen beschermen tegen hiv-infecties. „We hebben immers laten zien dat het heel effectief is in het stoppen van directe blootstellingen aan hiv.”

Nog veel haken en ogen

Mooi onderzoek, reageert Rogier Sanders, viroloog in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam en de Cornell University in New York. „Maar gentherapie-vaccinatie staat nog zo ver van klinische realiteit af dat ik persoonlijk niet heel opgewonden raak van deze publicatie.”

Ook hiv-onderzoeker Monique Nijhuis van het UMC Utrecht noemt het onderzoek „interessant en vernieuwend”, maar vindt wel dat Farzan wat hard van stapel loopt. „Er zitten nog wel veel haken en ogen aan”, zegt Nijhuis, alleen al door het gebruik van gentherapie. „Cruciaal is om zeker te weten of dit geconstrueerde eiwit in het menselijk lichaam geen antistoffen opwekt. Bovendien werkt een gentherapie met een adenovirus niet bij iedereen even goed, omdat mensen soms al een infectie met dit virus hebben doorgemaakt, en antistoffen hebben die het virus afbreekt voordat het zijn therapeutische gen kan afleveren.”

Nijhuis vindt wel dat de therapie zo goed werkt tegen allerlei verschillende hiv-stammen, dat verder onderzoek in mensapen zou moeten volgen. „Dan zouden ze ook moeten onderzoeken of het werkt bij rectale of vaginale infectie, de gangbare route waarlangs het virus meestal het menselijk lichaam binnenkomt.”