We gaan ‘De vrek’ niet surinamiseren

‘De vrek’ van Molière wordt gespeeld door een zwarte cast. „Ik speel met mijn ‘feel’ en die is kleurloos.”

Foto Jean van Lingen

‘Volgens mij zijn er hier nog nooit zoveel zwarte mensen geweest”, grapt Kenneth Herdigein in het Noord-Hollandse dorp De Rijp. Samen met zes andere acteurs van Surinaamse en Antilliaanse afkomst speelt hij in de Grote Kerk een try-out van Molières komische klassieker De vrek.

De eerste minuten trakteert Herdigein het blanke publiek nog op grappen over de ongewone cast. „U had het van ons misschien niet verwacht, maar wij beginnen gewoon op tijd hoor.”

Daarna volgt een grondig bewerkte, maar toch vrij klassieke karakterkomedie. „We spelen het stuk zoals Molière het bedoeld heeft, dus zonder ‘tjoeries’ of Surigrappen. Het is klassiek westers toneel”, zegt regisseur Hans van Hechten. Op maandag 23 februari gaat de voorstelling in de Amsterdamse Stadsschouwburg in première.

Het idee voor de zwarte cast ontstond nadat regisseur Van Hechten bij het voormalige interculturele Cosmic Theater Maikel van Hetten had zien spelen. „Ik dacht: Die acteur móét een keer Harpagon de vrek gaan spelen. Omdat hij voor een Surinamer wat mager en schraal is, heeft hij de perfecte uitstraling. De flair van Surinaamse acteurs gaat ook uitermate goed samen met de natuurlijk humoristische stijl van Molière.” Vervolgens bedacht de regisseur dat de kinderen van de vrek dan eigenlijk ook Surinaams moesten zijn, net als de rest van de familie.

Het plan kreeg vaak een lacherig onthaal. „Bij inhaligheid denken mensen niet meteen aan Surinamers. Die worden juist gezien als gulle mensen die het niet zo nauw nemen met geld”, zegt Van Hechten.

Het was net die tegenstrijdigheid die theaterproducent Henrike van Engelenburg over de streep trok. „Een zwarte kapitalist in de hoofdrol, dat verrast. Het clichébeeld van de witte kapitalist wordt doorbroken, evenals dat van de arme of swingende neger”, schrijft ze in een toelichting op de voorstelling.

Van Engelenburg hoopte de voorstelling vorig seizoen al aan de theaters te verkopen, maar die twijfelden. De afkomst van de acteurs werd toen nog benadrukt en de theaters zouden daar geen publiek voor in huis hebben. Regisseur en producent besloten daarop het concept aan te passen. Ze spraken af om „niet te surinamiseren” en „gewoon in het Nederlands, gewoon toneel-toneel” te spelen. „Dat vonden de schouwburgdirecteuren wél interessant. Hiervoor hadden ze publiek, namelijk de toneelliefhebber”, aldus Van Engelenburg.

Tijdens het repetitieproces was de afkomst van de acteurs geen issue, zeggen ze. „Ik zag gewoon zeven mensen met ieder hun eigen karakter en hun eigen manier van werken”, zegt regisseur Van Hechten.

„Ik ben acteur en toevallig zwart, maar ik speel met mijn feel en die is kleurloos”, vult hoofdrolspeler Van Hetten aan. „Het gaat erom dat we met hart en ziel spelen en dat het publiek ons gelooft.”

De acteur wil vooral veel kanten van de vrek laten zien: „Zijn hebzucht, wantrouwen, maar ook zijn wanhoop.” Hij vindt het een eer dat hij zich aan de klassieke theaterrol kan wagen. „Dit een geweldige opportunity. Ik kan me niet herinneren dat de vrek in Nederland al eerder door een zwarte acteur gespeeld is.”

„De veelkleurigheid van onze samenleving zie je op het grote toneel nog maar zelden terug”, zegt regisseur Van Hechten. De acteurs willen volgens Van Hetten wel. „Het is alsof je in de uitstalkast van Zara of H&M iets moois ziet, iets wat bij je past, maar de winkel nog gesloten is.” Hij begrijpt dat verandering tijd nodig heeft, maar vindt het in Nederland wel heel langzaam gaan. „We leven in een geglobaliseerde wereld. Inmiddels mag er weleens iemand de knop omdraaien. Kom op zeg, het is 2015! Laten we hopen dat dit stuk eindelijk de omwenteling is in de theatergeschiedenis van Nederland.”