Vragen bij wetenschappelijke status KNMI en TNO na rapport

Instituten als KNMI en TNO negeerden de gevaren van de gaswinning. Hun status in de wetenschap staat op het spel.

Geen open houding. Waarschuwingen voor de gevaren van gaswinning werden genegeerd. Te lang waren ze vooringenomen.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid is uitermate kritisch over de twee kennisinstellingen die bij het aardgasdossier betrokken zijn: TNO en vooral het KNMI, het nationale centrum voor seismologie. Ze hebben lang ontkend dat er een relatie was tussen gaswinning en aardbevingen.

De vraag die blijft hangen is: hoe wetenschappelijk zijn de instituten eigenlijk? Want wordt de wetenschapper niet gedreven door nieuwsgierigheid en twijfel? Klopt een hypothese? Wat zeggen de meetresultaten? Is de kritiek van buitenaf terecht?

In het rapport van de Onderzoeksraad zie je overal de schaduw van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Als het KNMI tussen 2004 en 2010 zijn meetnetwerk uitbreidt, wordt dat gefinancierd door de NAM. Ook de nu op touw gezette verdere uitbreiding van het meetnetwerk wordt door de NAM betaald. Kosten: circa 100 miljoen euro.

Welke publieke organisatie brengt zulk geld nog op? „De overheid schroeft zijn onderzoeksbudget alleen maar terug”, zegt Adriaan Houtenbos, oud-medewerker van de NAM en al jaren kritisch over de gesloten houding van het bedrijf. „Instituten zoals TNO moeten meer samenwerken met het bedrijfsleven. Het wordt meer: u vraagt, wij draaien.” Hij pleit ervoor om in een volgend onderzoeksprogramma de regie van de NAM te beperken.

Tegelijk constateert de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat juist de NAM veruit het meest complete beeld heeft van de gedragingen van het Groningenveld. De kennis van KNMI en TNO wordt „niet toereikend” genoemd.

Het huidig hoofd seismologie bij het KNMI, Läslo Evers, zegt dat er wel degelijk „grote wetenschappelijke interesse” is voor de gaswinningsproblematiek. „Door onze initiatieven is er in de jaren 80 überhaupt een meetnetwerk opgezet”, zegt hij. Evers wijst er ook op dat je „een lange adem” nodig hebt bij seismologisch onderzoek. Het kost tijd om voldoende meetgegevens te verzamelen. „Dat kan een beeld van passiviteit oproepen”, zegt Evers. „We realiseren ons nu dat we ons onderzoek beter moeten communiceren met de buitenwereld.”

Inspecteur-generaal Harry van de Meijden van het Staatstoezicht op de Mijnen dringt nu aan op meer onderzoek, dat multidisciplinair van aard moet zijn. „Je kunt je als onderzoeksinstituten niet permiteren op een eilandje te blijven zitten en allemaal aan je eigen probleempje te werken”, zegt hij.