Verzet je tegen volgzaamheid

Vertaalduo Henkes en Bindervoet maakte voor zangeres Roosbeef nieuwe Nederlandse versies van popklassiekers. „Wie vindt dat je Bob Dylan niet in het Nederlands mag zingen, begrijpt niet waar Dylan voor staat. Roos wel.”

Erik Bindervoet vertaalde voor Roos Rebergen (Roosbeef) nummers voor haar nieuwe cdKalf Foto: Andreas Terlaak

Erik Bindervoet komt hoofdschuddend het café binnenlopen. Roos Rebergen heeft hem zojuist voor het eerst Und Man liebt so viel laten horen, het nummer waarvoor Bindervoet samen met vaste schrijfpartner Robbert-Jan Henkes de tekst schreef. „Ongelooflijk goed”, vindt hij het rocknummer dat Rebergen ervan maakte, en dat te horen is op haar pas verschenen cd Kalf.

Zangeres Roos Rebergen, bekend als Roosbeef, debuteerde in 2008 met de cd Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten. Ze zingt en schrijft in zinnelijk Nederlands. Bindervoet en Henkes zijn vertalers, dichters, tekenaars. Ze vertaalden samen onder meer Ulysses en Finnegans Wake van James Joyce, en maakten Nederlandse versies van alle liedteksten van zowel de Beatles als Bob Dylan.

Tot nu toe voerde Rebergen (26) een aantal vertalingen uit van Henkes (52) en Bindervoet (52), zoals Leven van een kunstenaar, oorspronkelijk van zanger Daniel Johnston (op haar EP Warüm, 2012). Afgelopen november, bij een eerbetoon aan David Bowie door Nederlandse muzikanten als Jacco Gardner, Kypski en Wende Snijders, zong Rebergen als enige een nummer in het Nederlands. Five Years werd Vijf Jaar, in de vertaling van Bindervoet en Henkes.

De drie kennen elkaar sinds Rebergen in 2006 hun Met liefde loop je niet te koop (You’ve Got to Hide Your Love Away) van de Beatles zong, op een Beatles-manifestatie in het Concertgebouw. Haar presentatie en haar stijl legden meteen de zielsverwantschap tussen hen bloot, zegt Bindervoet. Het is naar die verwantschap dat hij hint in de tekst van Und Man liebt so viel: „Als ich sie sehe, sehe ich mich selber.”

De connectie met Rebergen, die zes jaar nadat de vertalers elkaar hadden ontmoet tijdens hun studie werd geboren, is volgens Bindervoet: „Je eigen draai aan dingen willen geven. Niet bang zijn.”

Rebergen: „Toen ik Five Years in het Nederlands wilde zingen, klonk er protest dat je zo’n klassieker niet naar je hand mag zetten. Alsof Bowie daarvan wakker zal liggen.”

Bindervoet: „Het doel is het publiek te ontregelen, zodat ze even niet weten wat er gebeurt.” Rebergen: „Er zijn zo veel saaie dingen, daar ga ik tegenin. Niet op maatschappelijk niveau, maar wel op zo’n avond, tijdens mijn optreden.”

Bindervoet: „Wij krijgen hetzelfde commentaar: Dylans teksten mag je niet in het Nederlands zingen, want Dylan is heilig. Ik snap het niet, hebben die mensen dan niets geleerd van waar Dylan voor staat? Want daar gaat het juist om: je verzetten tegen de volgzaamheid. Gelukkig kom je dan iemand tegen als Roos, die op dezelfde manier werkt als wij.”

Roos Rebergen: „Voor mij is het logisch dat ik in het Nederlands zing. Op die manier komt wat ik te zeggen heb harder aan.”

Toch wil Rebergen binnenkort een plaat opnemen in het Duits, en optreden in Duitsland. Ze vindt het een aantrekkelijke taal om in te zingen. „Het heeft scherpe klanken, net als het Nederlands. Die klanken wil ik proberen bij te buigen en zachter te maken. Net zoals ik dat in het Nederlands doe.”

Omdat haar eigen Duits niet goed genoeg is om teksten te schrijven, vroeg ze Bindervoet en Henkes. Und Man liebt so viel, op Kalf, is een voorproefje. Het was voor het eerst dat Henkes en Bindervoet een eigen songtekst schreven. „Toen Roos erom vroeg hebben wij meteen ons boek met ‘schwere Wörter’ gepakt en er een aantal oefenzinnen uit gehaald over ‘Liebe Frau Hase’ en ‘Lieber Herr Igel’, ofwel vrouw Haas en heer Egel.”

Voor de nog op te nemen, Duitstalige cd zocht Bindervoet een aantal bestaande teksten bij elkaar. „Ik kwam uit bij dichters als Kurt Schwitters en Hugo Ball. Hun sfeer past bij de stijl van Roos. Ik zie dezelfde romantische gevoeligheid in hun woorden, dezelfde woede, en ook de humor en zachtheid. Ball en Schwitters hadden een groot taalgevoel, daardoor zijn de gedichten geschikt om muziek bij te maken.” Waarom koos hij geen eigentijdse dichters? „Dit was een leuke generatie. Bovendien, als je de teksten van een hedendaagse dichter neemt, heeft iemand anders er waarschijnlijk al iets mee gedaan.”

Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet delen met Roos Rebergen een voorkeur voor oudere dichters en popmuzikanten: Patsy Cline, Judee Sill, Kate & Anna McGarrigle. Rebergen: „En Bonnie ‘Prince’ Billy of de band Wilco. Die zijn iets jonger maar toch ook oud.” Ironisch: „Iedereen is oud tegenwoordig.”

Bindervoet heeft geen affiniteit met zijn eigen generatie. „Nooit gehad ook. Toen ik in 1982 Robbert-Jan ontmoette, zonderden we ons meteen af en organiseerden we bezettingsacties. Onze medestudenten vonden ons maar een stelletje onruststokers. Ze voerden zelfs actie om ons van de universiteit te laten verwijderen. Toen zijn we gestopt met onze studie, we wilden toch al geen historicus worden.”

Rebergen is minder beslist: „Ik heb eigenlijk geen beeld van mijn eigen generatie. Niet het gevoel dat ik ergens bij hoor. Maar ik zou het wel willen. Ik geloof in rechtvaardigheid, al wordt dat geloof steeds minder, en ik hou van het idee dat ik samen met anderen iets zou kunnen bereiken. Dat we samen de orde verstoren. Maar dat hoeft niet per se met mensen van mijn leeftijd. Het mag ook met mensen die ouder of jonger zijn.”