Subtiele take down

Er zijn van die verfilmde, waargebeurde verhalen waarvan het beter is om geen voorkennis te hebben. Dus voor iedereen die niet enorm veel weet van worstelen of Amerikaanse misdaadgeschiedenis: blijf weg van Wikipedia en bekijk Foxcatcher gewoon als de moderne mythe die regisseur Bennett Miller ervan gemaakt heeft. Die is bijna te mooi om waar te zijn: over de rijke erfgenaam van het Du Pont-concern die in de jaren tachtig zijn eigen worstelteam kocht in de hoop de prijzenkast van de familie met zijn eigen medailles te kunnen vullen. De twee broers Dave en Mark Schultz, die Du Pont zijn kampioenen wil maken, worstelen letterlijk en figuurlijk: met elkaar, en in het geval van Du Ponts protegé Mark ook vooral met zichzelf. Veelzeggend is de eenzaamheid van een scène in het begin van de film waarin hij met een worsteldummy op de vloer ligt. Even betekenisvol als de daaropvolgende scène waarin Dave en Mark samen worstelen en de tederheid en wreedheid van broederliefde met elkaar communiceren in dansende bewegingen. Miller heeft een goed oog voor dit soort finesses. Ze vormen de ware geschiedenis onder zijn ijzingwekkende psychologische sportthriller over thema’s als eerzucht, vader- en voorbeeldfiguren, en een zekere verweesdheid als leidmotief van de Amerikaanse cultuur. Foxcatcher is ook de film van acteurs Steve Carell (in amfibieachtige vermomming) en Channing Tatum. Het roofdier en zijn prooi, en hun perverse, destructieve rondedans. Twee mannen in de schaduw van anderen, twee mannen die ontdekken dat talent en ambitie niet te koop zijn. Foxcatcher is het grimmige kind van die andere Amerikaanse halfgoden: de krantenmagnaat in Citizen Kane en filmmaker en vliegtuigbouwer Howard Hughes uit Martin Scorseses The Aviator.