Spaar het mooiste Waddeneiland

Terschelling lijkt ten prooi te vallen aan gasboringen. Frits Abrahams is tegen. „Ik zal Terschelling erg missen als het door de gaswinningsindustrie verpest wordt.”

Dat was ook voor mij schrikken toen ik zaterdag het dagblad Trouw uit de bus haalde. ‘Terschelling opgeschrikt door plannen gasboring’. Ach, Terschelling, mijn favoriete Waddeneiland. Is er dan niets meer veilig voor de macht van de boorders?

Even hoopte ik op onjuiste berichtgeving („Tendentieus en opgeblazen”, zouden ze bij de VVD zeggen), maar toen ik Joost den Dulk, de voorlichter van Tulip Oil, de kandidaat-boorder, in het NOS Journaal had gehoord, wist ik dat Terschelling alle reden had om zich ernstig zorgen te maken.

„Wij hebben de commotie voorzien”, zei hij, „het is begrijpelijk, het gaat om een mooi eiland met hoge natuurwaarde en toch denken wij dat we in alle transparantie en in overleg met de bevolking met dit project verder kunnen gaan.” In alle transparantie – da’s fijn, want het zou jammer zijn als zo’n mooi eiland in alle obscuriteit naar de verdommenis gaat. Maar let nu even op de exacte formulering.

Verslaggever: „Maar dat gas wilt u naar boven…?”

Den Dulk: „Dat gas willen wij naar boven kunnen brengen, ja.”

Verslaggever: „Ook als de weerstand zo groot is?”

Den Dulk: „Als er weinig maatschappelijk draagvlak is, kun je nog steeds beslissen: we gaan niet verder.”

Hoe zuinig. Niet: „Dan kun je beter beslissen….”, maar: „Dan kun je…”

Tulip Oil belooft niets, ze kijken wel uit. Ze willen best naar het gezeur van de burgers van Terschelling luisteren, maar ze zullen zelf wel beslissen of dat maatschappelijk draagvlak breed genoeg is. Verder wijst Tulip Oil er nederig op dat er nog niets beslist is, ze krijgen van het ministerie van Economische Zaken pas een winningsvergunning na een zogenoemde milieueffectrapportage.

Ik zou er niet gerust op zijn als ik ingezetene van Terschelling was. Minister van Economische Zaken is immers Henk Kamp, die op zijn kuubjes gas zit als een kloek op haar eieren. Hij lijkt pas bereid van gaswinning af te zien als het epicentrum van de te verwachten aardbeving in de buurt van het Binnenhof komt. Maar ook dan wil hij eerst nog een poosje rustig kunnen doorboren in afwachting van de resultaten van een of ander diepgaand onderzoek. Hij is een optimistisch mens.

Ik zal Terschelling erg missen als het door de gaswinningsindustrie verpest wordt. Het is voor mij het mooiste Waddeneiland. Op een kaartje in Trouw stonden vijf locaties waar Tulip Oil eventueel wil boren: twee op zee en drie op het eiland. Twee locaties bevinden zich bij het plaatsje Hoorn: in het bos en in de polder bij Hoorn. Toevallig ken ik dat gebied goed, ik ben er vaak op vakantie geweest. Het ligt in het oosten, het rustigste deel van het eiland. Vooral die polder is een oase van rust waar je op een zonnige dag genoeg stilte vindt voor de rest van het jaar.

Ook daar wil Tulip Oil, uiteraard zo transparant mogelijk, gaan boren. Je ziet er dan geen grutto’s, knobbelzwanen, wintertalingen, smienten en watersnippen meer, maar boortorens en pijpleidingen. Niet erg, zal Tulip Oil zeggen, want de mensen zien toch niet het verschil tussen een smient en een wintertaling. Dat klopt – althans, het geldt voor mij – maar die dieren zien en horen opeens iets wat meer op een boortoren dan op een mens lijkt en ze zullen maken dat ze wegkomen.

Over vijftig jaar is Terschelling misschien Groningen achterna gebeefd. Ik ben niet zo’n optimist als minister Kamp. Jammer.