Opinie

    • Arjen Fortuin

Het Sinterklaasjournaal is een schitterend programma

Zap Het veelbesproken jeugdprogramma speelt een spel met feit en fictie. Het laat zien hoe je anders naar de wereld kunt kijken, hoe je die met je gedachten kunt veranderen.

Deskundige Van Dorst en Dieuwertje Blok in Het Sinterklaasjournaal (NTR).

Het Sinterklaasjournaal strompelt naar het einde van het Pietendebat. Vier jaar geleden werd in de aanloop naar de intocht in Gouda uitgelegd dat Pieten zwart worden van de schoorstenen, maar men verzuimde meteen over te stappen op Pieten waaraan je dat ook bij allemaal kon zien. Een deel bleef even zwart als in de vorige eeuw. Met die halfslachtigheid verzekerde de NTR zich van de kritiek van beide Pietenkampen.

Er was de afgelopen dagen nog één volledig zwarte Piet te zien, de Huispiet, die in de schoorsteen kennelijk ook langs een stick rode lippenstift was gezoefd. Donderdag deelden de makers een speldenprikje uit. Wegens waterproblemen in Zaanstad (daarover zo meer) probeerden de Pieten telefonisch een andere haven te boeken. Niemand wilde ze hebben; ook in het echt was dat dit jaar moeilijk. Huispiet hoorde nu dat de boot niet welkom was in Den Bosch, want daar vinden ze „die nieuwe Pieten helemaal niks”. De nieuwe Pieten zijn allemaal roetveegpieten.

Dat is allemaal niet waar ik het over wil hebben. Ik wil het erover hebben dat Het Sinterklaasjournaal een schitterend en belangrijk programma is. Niet om de verwijzingen naar de actualiteit, de pietenplaatjes of het onhandige lonken van de Hoofdpiet naar Dieuwertje Blok. Wel omdat het over de kracht en de waarde van verbeelding gaat, als een van de weinige Nederlandse televisieprogramma’s.

Het Sinterklaasjournaal speelt een schitterend spel met feit en fictie. Het laat zien hoe je anders naar de wereld kunt kijken, hoe je die met je gedachten kunt veranderen. Ster in dat proces is verslaggever Jeroen te Zaandam. Die meent al dagen mensen te ontwaren die op de stoomboot wachten, aan de waterkant. „Daarom heten ze Zaankanters”, weet hij.

Als deze mensen uitleggen dat ze iets anders aan het doen zijn, is zijn vaste vraag: „Wat voeren jullie hier dan uit?” Wij zijn importeurs, zegt dan Joop Heinde, staande naast zijn compagnon Klaas van Verre. „Wij voeren niets uit.”

Op de achtergrond zien wij steeds een man met een emmer aan een touw. Inmiddels heeft Jeroen uitgelegd gekregen wie dat is: „Dat is Hendrik Haan, die haalt zijn water niet uit de kraan maar uit de Zaan. Straks komt het hier helemaal droog te staan.” Ergo: de stoomboot dreigt vast te lopen.

Hendrik Haan

Kinderpaniek, dus. Donderdag kwam een deskundige van Rijkswaterstaat ter geruststelling naar de studio. Die tien emmertjes van Hendrik Haan, dat kon de Zaan best hebben, zei hij. De deskundige mat één emmer op met zijn rolmaat. Dertig centimeter. Keer tien, maakt drie meter. Hij keek omhoog, verstrakte en rende zeer geagiteerd het beeld uit. „Geen paniek”, probeerde Dieuwertje Blok nog.

Lees ook: Amsterdamse Sint komt niet per stoomboot en Piet is een vriend

Zo werkt de kracht van de verbeelding. Die maakt dat als we maar willen, we werkelijk kunnen geloven dat Hendrik Haan (showbizzkenners herkenden in hem Henny Huisman) de Zaan kan leegscheppen. Tegen beter weten in, maar met volle overtuiging.

De magie van het Sintverhaal zit niet zozeer in de driejarige die alles gelooft, maar in de zesjarige die kan weten dat het verhaal onmogelijk is, maar leert hoe je kunt besluiten om er toch in te geloven. Dat is een les voor het leven.

De intocht van de goedheiligman kan een groots straattheater zijn. Het Achtuurjournaal sprak Co Dovis uit Wormerveer op een brug. Hij vertelde hoe mooi hij het vond, die kinderen, die liedjes. Toen begon deze volwassen man in zijn eentje ‘Zie ginds komt de stoomboot’ te zingen, zijn blik op de Zaan. Co Dovis heeft iets begrepen.

    • Arjen Fortuin