Omroepen, toon eens wat respect voor politici

Nederlandse omroepen denken dat ze alles mogen uithalen met politici in een tv-debat. Het wordt hoog tijd dat politici zelf de regie in hand nemen, vindt Roderik van Grieken.

Illustratie Angel Boligan

In 1960 waren Richard Nixon en John F. Kennedy de eersten die op tv een verkiezingsdebat voerden. Vooraf onderhandelden Republikeinen en Democraten over de opzet: afspraken over inhoud, spreekvolgorde, cameraposities, moderator en of er zittend of staand gesproken zou worden. Dit alles om de regie in handen te houden en uitglijders te voorkomen.

Tegenwoordig zijn de onderhandelingen aldaar nog feller en gedetailleerder. Allereerst tussen de politieke partijen. Vervolgens wordt dat akkoord aan de omroepen gepresenteerd als dictaat.

Ook buiten de VS bemoeien politieke partijen zich intensief met de opzet van tv-debatten. Televisiezenders zijn dan niet meer dan uitvoerders. Resultaat: sober, spreektijd geregisseerd tot op de seconde en debatleiders die alleen het proces mogen begeleiden en zich inhoudelijk op de vlakte moeten houden.

Hoe anders is dat in Nederland: hier ligt de organisatie volledig bij de omroepen. Zij bepalen wie uitgenodigd wordt, wie het debat leidt, wat de opzet is. Ze gaan over alle denkbare details. Partijen mogen ideeën aandragen, maar hebben zich te voegen. Hun enige wapen is (dreigen met) wegblijven. Maar in de praktijk pakt dat meestal verkeerd uit. Een politicus die niet komt opdagen, maakt een niet al te sterke indruk.

In theorie valt er wel wat te zeggen voor ons journalistiek vrije en politiek onafhankelijke model. In de praktijk pakt het regelmatig verkeerd uit. Omroepen leggen namelijk nogal eens de nadruk op entertainment: het moet vooral leuk zijn, zoveel mogelijk kijkers trekken. Het maatschappelijk belang van een inhoudelijk verkiezingsdebat waar iedereen tot zijn recht komt, verliezen ze uit het oog.

Een voorbeeld: voor een luchtig begin kregen lijsttrekkers de opdracht vakantiekiekjes te tonen. Populair is de ludieke openingsvraag waarmee de politicus op humor getoetst wordt. Bij debatten die een-op-een zijn, worden politici in de spotlights gezet, bijna met de neuzen tegen elkaar aan. Tikkende klok, close-ups en een debatleider die even alle regels loslaat. Dat is geen debat, maar een free fight. Wat de debatleider betreft: die is tegelijkertijd scheidsrechter, interviewer en gangmaker.

Zo kan het gebeuren dat de ene lijsttrekker met een kritische vraag uit evenwicht raakt, terwijl de ander een schouderklopje krijgt. Of dat één partij zich een kwartier kan profileren omdat hij het – anders dan de andere vijf – wél eens is met de stelling ‘de islam is een bedreiging voor Nederland’. Prikkelende stellingen, prima, maar het kan geen kwaad om na te gaan wie er mee wegloopt. En of de nuancerende politici wel aan bod komen.

Politieke partijen beseffen steeds beter dat een televisiedebat hun campagne kan maken of breken. Niet alleen kijken er miljoenen mensen naar, de geniaalste of gênantste momenten circuleren nog dagen op sociale media. Je kunt je als partij simpelweg niet veroorloven dat een jolige programmamaker gaat over het beeld dat het grote publiek krijgt van jouw politicus.

Al op 3 september vorig jaar gingen de spindoctors met zijn zessen (VVD, PvdA, SP, PVV, D66, CDA) op de koffie bij de hoofdredacteur en de Haagse chef van de NOS, schreef Tom-Jan Meeus onlangs in NRC Handelsblad (7 feb.). Onderwerp van gesprek: het tv-debat over de Provinciale Statenverkiezingen. Eindelijk zijn de partijen wakker geworden, nu is het zaak dat ze voet bij stuk houden. Want ook vanuit maatschappelijk oogpunt is een kwaliteitsslag belangrijk. De debatten moeten de kiezer optimaal informeren. Vakantiefoto’s, jolige vragen en free fights ondergraven het belang van verkiezingen.

In de VS en andere landen is er wellicht sprake van overregulering, maar de kijker wordt daar wel serieus genomen. Hoog tijd dat Nederlandse omroepen volgen. Over de kijkcijfers hoeven ze zich geen zorgen te maken. Televisiedebatten in andere landen worden niet minder goed bekeken dan die in ons land.