Nederland achterop in Europa bij gebruik duurzame energie

In de Europese Unie komt bijna 15 procent van de energie uit duurzame bronnen, in Nederland nog geen 5 procent.

Het aandeel duurzame energie is in Nederland veel lager dan in de meeste andere Europese landen. Alleen in Malta en Luxemburg wordt minder energie gebruikt uit bijvoorbeeld wind- en zonne-energie.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Europees milieuagentschap (EEA). Duurzame energie is een belangrijk element in de Europese strategie om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en daarmee de opwarming van de aarde tegen te gaan.

Tegelijkertijd hoopt de EU zo minder afhankelijk te worden van de invoer van fossiele brandstoffen. Dat is financieel aantrekkelijk en goed voor de energiezekerheid. Het milieuagentschap wijst erop dat 7 procent minder gas (uit Rusland) is ingevoerd dan in 2005, wat „relevant [is] in de huidige geopolitieke context”.

EEA-directeur Hans Bruyninckx ziet duurzame energie als „een van Europa’s grote succesverhalen”. Het zou zelfs een motor voor de economie kunnen worden als er meer geld zou worden besteed aan innovatie.

Op Europees niveau is het aandeel van duurzame bronnen in 2013, het meest recente jaar waarover definitieve cijfers bestaan, gegroeid met 0,8 procentpunten naar 14,9 procent. In Nederland wordt slechts 4,8 procent van de energie duurzaam opgewekt, en groei van 0,3 procentpunt. Ook het Verenigd Koninkrijk doet het slecht (4,9 procent), in tegenstelling tot bijvoorbeeld Zweden (56 procent), Letland (36 procent) en Oostenrijk (34,5 procent).

Volgens het EEA is de groei van duurzame energie het sterkst in de elektriciteitvoorziening, maar is het aandeel in de sector verwarming en koeling nog steeds het grootst. In de sector transport was in 2013 sprake van een lichte daling (0,5 procentpunt) in duurzame energie.

Het milieuagentschap verwacht dat de EU haar doelstelling voor 2020 (een aandeel van 20 procent duurzame energie) wel zal halen. In 2030 zou het aandeel gegroeid moeten zijn tot minimaal 27 procent, om uiteindelijk in het midden van de eeuw te groeien naar driekwart van de totale energiebehoefte. Volgens eurocommissaris Miguel Arias Cañete (Energie en Klimaat) is dat haalbaar als de Europese markt voor duurzame energie volledig geïntegreerd wordt.