Na HSBC was de maat echt vol

Peter Oborne vertrok bij zijn krant vanwege bemoeizuchtige eigenaren. Een discussie die overal in de pers wordt gevoerd.

Lezersbedrog. Dat is wat Peter Oborne The Daily Telegraph verwijt. Het is nogal een verwijt en niet zomaar een krant. Oborne was vijf jaar politiek commentator van Engelands meest vooraanstaande conservatieve dagblad.

Na zorgvuldige afweging besloot de prominente journalist deze week op te stappen en niet langer te zwijgen over een probleem dat niet uniek is voor de krant: de vervagende scheiding tussen commerciële belangen en journalistieke onafhankelijkheid.

Oborne maakte zich al langer zorgen over nieuws dat niet adequaat in zijn krant kwam, terwijl anderen er wel over berichtten. Zelf merkte hij dat een stuk dat hij had geschreven over Britse moslims wier rekening bij de Brits-Chinese HSBC-bank zonder verklaring plotseling was opgeheven niet werd geplaatst. Na veel navragen werd hem niet meer gezegd dan dat er ‘een probleempje was met de bank’.

Maar ook over grote bedrijven als Tesco (supermarkten) en Cunard (scheepvaart) verscheen geen normale nieuwsberichtgeving meer in de krant, volgens Oborne. Wel goednieuwsverhalen, ‘advertorials’. Die ontwikkeling viel samen met de vervanging van de laatste hoofdredacteur door een ‘content manager’. Journalistieke kwaliteit werd sindsdien alleen nog in online ‘clicks’ gemeten.

Tot Oborne’s verontrusting werd de buitenlandredactie gedecimeerd en verdwenen tientallen eindredacteuren. De gevolgen zijn dagelijks te lezen, aldus Oborne in de lange verantwoording van zijn vertrek die hij publiceerde op opendemocracy.org. De krant staat vol fouten, mist nieuws dat adverteerders onwelgevallig is en publiceert tegenwoordig berichten als dat over ‘de vrouw met drie borsten’ waarvan de redactie wist dat het niet klopte.

De Telegraph kwam 11 jaar geleden in handen van de gebroeders Barclay, die in één generatie opklommen van snoepwinkelier tot miljardairs. Hun eerste stap in de perswereld was The European, een poging een Europees weekblad op te zetten. Tegenwoordig zijn zij ook eigenaar van het intellectueel-conservatieve weekblad The Spectator. Ondanks deze welhaast idealistische investeringen is nooit gebleken dat de Barclays affiniteit hebben met serieuze dagbladpers. Zelden is zo flagrant als nu door Oborne aangetoond dat zakelijke eigenaren bereid zijn de journalistieke onafhankelijkheid te offeren aan hun zakelijke korte termijn belangen. Dat ontkent de Telegraph-directie overigens ten stelligste.

De maat was vol toen Oborne vorige week vergeefs zocht naar serieuze berichtgeving over het jongste schandaal rond de HSBC-bank. De bank kwam al eerder in het nieuws wegens vergaande hulp aan hun vermogende klanten bij het ontlopen van de belastingautoriteiten. Nu kwam aan het licht dat het Zwitserse bijkantoor van de bank, waar de politie gisteren een inval deed, mogelijk strafbare hulp heeft geboden bij het verborgen houden van belastbare kapitalen.

Voor het International Consortium of Investigative Journalists, The Guardian en andere kranten was het groot nieuws. Oborne’s eigen krant plaatste er na een dag een berichtje over op een binnenpagina. Naar nu blijkt had Oborne de directie van de Telegraph al twee keer gewaarschuwd de half miljoen trouwe lezers niet als onnozelen te behandelen en de geloofwaardigheid van de krant als bron van nieuws en commentaar niet te verkwanselen door commerciële ingrepen in het redactiebeleid. De inval bij het kantoor van HSBC van gisteren plaatste The Telegraph overigens vanochtend op de voorpagina.

Door dit nu allemaal gedetailleerd naar buiten te brengen gooit Oborne een discussie open die op serieuze nieuwsredacties in de hele wereld wordt gevoerd. Zolang winst een gewoonte was bemoeiden eigenaren zich met de inhoud om wereldse macht uit te oefenen, nu om hun investering te redden. Wie heeft gelijk in een tijd van gratis lezen?