Jeugdzorg onder regeldruk

Dat was de bedoeling niet: dat de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten tot meer administratieve lastendruk zou leiden. Dat jeugdzorginstellingen zich gedwongen zien om meer kantoorpersoneel aan te nemen en dat dit ten koste dreigt te gaan van het aantal hulpverleners en dus van hun kerntaak: de zorg voor jongeren die met psychische problemen kampen.

Een rondgang van deze krant leerde gisteren dat de instellingen te kampen hebben met veel grotere regeldruk, sinds de jeugdzorg per 1 januari van dit jaar naar de gemeenten werd overgeheveld. Daar waren goede redenen voor: het onderbrengen bij het lokale bestuur, dus dichter bij de burger, zou tot meer efficiëntie leiden en betere zorg. De jeugdzorg was tenslotte nogal eens onder vuur komen te liggen als gevolg van problemen die dikwijls versnippering van de hulp als oorzaak hadden. Bovendien, standaardbeleid van het kabinet bij decentralisaties: zo kon er ook worden bezuinigd.

Andere kant van de medaille: nu zijn er jeugdzorginstellingen die met 75 gemeenten afspraken moeten maken, waar ze tot voor kort konden volstaan met contractuele overeenkomsten met tien partijen. Gemeenten waarnaar allemaal aparte rekeningen moeten worden gestuurd, die er verschillende ict-systemen op na houden en die verschillende administratieve wensen hebben waaraan de zorg verlenende instelling moet voldoen. We zijn tien keer meer tijd kwijt aan administratie dan vorig jaar, zei een directeur van een van de jeugdzorginstellingen daarover.

Hier wreekt zich, en niet voor het eerst, dat het kabinet er wel in is geslaagd om taken te decentraliseren, maar heeft gefaald in de uitvoering van zijn ambitie om tot bestuurlijke schaalvergroting te komen: minder en grotere gemeenten (en provincies).

Wie zulke reorganisaties doorvoert, kan er bijna op wachten dat er, zeker in de beginfase, administratieve rompslomp ontstaat, die ten koste gaat van de uitvoerende taken. Probeer 75 gemeenten met 75 colleges van B en W, 75 gemeenteraden en 75 ambtelijke diensten die het beter denken te weten, maar eens op één lijn te krijgen.

Toch is dat wat er moet gebeuren en dat is nu op de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de gemeentebesturen zelf. Het moet mogelijk zijn om tot collectieve afspraken te komen over de administratieve afhandeling van de taken die de jeugdzorg uitvoert en over de tijdige en eerlijke financiering daarvan. Het is tenslotte ook in het belang van de gemeenten, en de gemeenschap, dat hun jonge inwoners die op een of andere manier in psychische nood verkeren of aan een kwaal lijden, zo adequaat en, inderdaad, zo efficiënt mogelijk worden geholpen.