Is dit de parlementaire enquête van 2017?

Sinds kort gaan gemeenten over de jeugdzorg. Dat levert zorgverleners bergen administratie op. Ze moeten nu extra boekhouders in dienst nemen.

foto thinkstock

De kinderen hier mankeert écht iets. Ze zijn zwaar autistisch, depressief, lijden aan een ernstige vorm van anorexia, zijn suïcidaal. Sommigen van hen moeten hier zelfs blijven voor een zo goed mogelijke behandeling, intern, bij jeugd-ggz-instelling Curium-LUMC in Oegstgeest.

Maar vraag je directeur bedrijfsvoering Esther Reinhard wie er weg zou moeten bij een ontslagronde, dan zegt ze – „met het schaamrood op de kaken” – dat ze eerder behandelaars zou wegsturen dan een administratieve kracht. Want, zegt ze: „De zorgadministratie moet op orde zijn. Anders lopen we gewoon geld mis.”

Reinhard schetst in haar werkkamer, met naast zich beleidsadviseur Melanie Keesmaat, de enorme papierwinkel waarmee de behandeling van de kinderen sinds 1 januari 2015 gepaard gaat.

1 januari 2015: de dag dat alle jeugdzorg onder verantwoordelijkheid van gemeenten is gaan vallen. Gemeenten staan dicht bij burgers en kunnen de jeugdzorg dus beter op hen afstemmen, zo is het idee van Rutte II. Geen versnipperde zorg, maar één plan, één regisseur, één gezin.

Ironisch genoeg is in de backoffice van Curium-LUMC – en tal van andere jeugdzorginstellingen – versnippering sinds 1 januari juist aan de orde van de dag. Vorig jaar sloot Curium zijn zorgcontracten nog met zes verzekeraars, jeugd-ggz viel onder de zorgverzekering. Nu, in 2015, heeft Curium contracten met 37 gemeenten. Een verzesvoudiging dus. Al die gemeenten komen uit de westhoek van het land, maar ook kinderen uit andere streken kunnen bij Curium aankloppen; die vallen dan onder een landelijke regeling. „We zijn tien keer zoveel tijd kwijt aan administratie”, zegt Reinhard.

Waar moet de rekening naartoe?

De papieren rompslomp begint al zodra een kind zich aanmeldt voor een behandeling, vertelt Melanie Keesmaat. „We moeten meteen weten: waar woont de ouder van het kind eigenlijk?” Die gemeente moet immers de zorg betalen. „Maar het achterhalen van de woonplaats van het kind is niet altijd makkelijk. Want wie is de gezagdragende ouder in het geval van een gebroken gezin?” Om de woonplaats vast te stellen, moeten administratief medewerkers van Curium nu bijvoorbeeld de huisarts bellen, als die het kind heeft doorverwezen. Of ze bellen de ouders zelf.

Is de woonplaats vastgesteld, dan komt de volgende vraag: heeft Curium een contract met die gemeente? En onder welke regio valt die? Er zijn vier jeugdzorgregio’s waar Curiums 37 gemeenten onder vallen – met namen als Holland-Rijnland en Midden-Holland – en de ene regio wil wél dat Curium direct meldt dat de behandeling van een kind nu echt begint, terwijl dat van de andere regio pas later hoeft.

Zo’n melding moet Curium eigenlijk doen via een landelijk communicatiesysteem, Vecozo. Maar de aansluiting van gemeenten en zorginstellingen op dat systeem is vertraagd. Dus moet Curium op een andere manier contact opnemen. Sommige gemeenten hebben er een apart e-mailadres voor gemaakt. Maar, zegt Keesmaat: „Net zo vaak is het een zoektocht aan wie we het begin van de behandeling moeten melden.”

Vervolgens kan de behandeling van het kind beginnen. Tijdens het intakegesprek met kind en ouders vraagt Curium een eventuele verhuizing alsjeblieft te melden. „Straks verhuizen ze naar een andere gemeente”, zegt Keesmaat. „Dan moet de rekening dáárnaartoe.”

Rekeningen aan gemeenten sturen moet ook via Vecozo, maar omdat dat nog niet gaat: via e-mail of, veiliger, met de post. De rekening ziet er per jeugdzorgregio anders uit: de één wil het totaalbedrag uitgesplitst zien in ambulant en klinisch, de volgende wil een andere verdeling. De ene regio wil een factuur per maand, de andere per kwartaal.

Er is meer: een jeugd-ggz-instelling als Curium-LUMC is afhankelijk van voorschotten. Want behandelingen van „hun type” kinderen zijn zeer specialistisch en vergen tijd, soms een jaar of langer. Salaris van personeel moet intussen worden doorbetaald, de kosten van gebouwen ook.

Vóór 2015 kreeg Curium-LUMC dat voorschot uitbetaald in grote brokken: miljoenen euro’s van de grote zorgverzekeraars. Nu schieten de gemeenten zelf voor: soms in regioverband, soms zelfs afzonderlijk. „Allemaal kleine beetjes”, zegt Reinhard. Vierduizend euro van gemeente A, zesduizend van gemeente B. De ene voorschieter betaalt in dertien termijnen, de volgende in twaalf. Voor elke regio en gemeente moet Curium bijhouden: klopt dit bedrag wel, en klopt deze termijn?

Tientallen kostenplafonds

Enzovoort: verschillende klachtenprocedures, verschillende calamiteitsvereisten, verschillende verantwoordingsregimes. Wat Reinhard en Keesmaat nog het meest bezighoudt: de vele kostenplafonds. Elke gemeente of regio heeft voor een bepaald bedrag aan zorg ingekocht. Geleverde zorg boven dat bedrag wordt niet vergoed. En dus moet de backoffice van Curium dit jaar tientallen plafonds in de gaten houden. Want het is maar de vraag of de gemeente – ook geen goudmijn – wil bijleggen. Reinhard: „Dan neig je er dus naar aan de voorzichtige kant te blijven. Al is dat niet in het belang van de kinderen.”

De kinderen – om wie alles draait – wat merken zij hier verder van? De veertienhonderd die eind vorig jaar al zorg kregen bij Curium, kunnen daar ook dit jaar op rekenen. Reinhard „sluit niet uit” dat „nieuwe” kinderen door de extra administratieve last langer op behandeling moeten wachten. „Maar het is te vroeg in 2015 om dat te zeggen.”

Feit: er is minder geld beschikbaar voor de nieuwe kinderen. Het budget van Curium is 10 procent gekrompen. Bovendien gaat nu al meer geld naar de backoffice: voor twee volle banen extra. Dit jaar verwacht Reinhard „vijf of zes” mensen te moeten ontslaan, vanwege het gekrompen budget. En dan gaan dus eerder die zorgverleners eruit dan de mensen van de administratie. „Het wrange is: daar moeten er misschien nog meer bij.”