Intrigerend portret

De films van Sacha Polak spreken een taal die niet van woord of plot afhankelijk is. Ze investeren in emotie en atmosfeer. In het mentale landschap van hun hoofdpersonen: verwarde, ontwortelde, niet per se meelijwekkende vrouwen. Ze zijn niet feministisch, maar vrouwelijk op een andere manier: sensitief, zoekend, kwetsbaar. En soms zijn ze net zo grof en onverschillig als de kerels onder wie deze vrouwen lijden. Voor films die in hun psychologie zo beeldend zijn, is het geen wonder dat Polaks eerste speelfilm Hemel de Fipresciprijs van de filmkritiek won in Berlijn en haar tweede Zurich daar opnieuw is onderscheiden, ditmaal met de CICAE-prijs van de Europese filmhuizen, die distributie in Europa moet vergemakkelijken. Dat is bijzonder, want Zurich is een stuk bozer en bokkiger dan Hemel.

Ook deze film, naar een scenario van Helena van der Meulen, is weer in niet-chronologische hoofdstukken en flashbacks verteld. Het verhaaltje zelf is een beetje damesbladenachtig: de psychisch labiele bijvrouw Nina (acteerdebuut van zangeres Wende Snijders) zwerft na de dood van haar minnaar langs Europese snelwegen. Misschien heeft ze wel geheugenverlies, zoals het magisch-realistische openingsshot suggereert: Nina staat naast haar ondersteboven gekeerde auto in de sloot terwijl op de weg een elegante panter naar haar gromt. Ze mist vaste grond onder haar voeten, het land is niet veilig. Maar ook het water van haar onderbewuste, haar dromen en herinneringen, bieden geen zekerheid. Vanaf dat moment is de film in tweeën geknipt, wordt het einde eerst verteld en dan, na ongeveer een uur, volgt hoe het allemaal zo ver gekomen is. Polak en cameraman Frank van der Eeden hebben een intrigerende portretstudie gemaakt. Met Snijders, wier gezicht als stuurs zwijgmeisje voor het witte doek gemaakt lijkt. Hun tweeluik weerspiegelt vragen: zullen we deze getroebleerde vrouw, hoe lang we ook kijken, ooit begrijpen?