In Libië gaat alles mis wat mis kan gaan

de chaos in Libië, vier jaar na de revolutie. De Islamitische Staat onthoofdde 21 Egyptische christenen aan de kustlijn van Libië. Daarmee werd nog eens extra duidelijk dat het land een haard voor extremisten is geworden.

In Tripoli werd vorige week de munitie opgeblazen die was gevonden na de wekenlange gevechten om het vliegveld van de hoofdstad. Foto Mahmud Turkia/AFP

„Eerst hebben jullie ons gezien op een heuvel in Syrië. Nu zijn we ten zuiden van Rome, in Libië.” Dat zeiden, op een zondag vrijgegeven filmpje, gemaskerde strijders van de Islamitische Staat (IS). Ze stonden aan de kust van de Middellandse Zee. Even later, toen de zee rood kleurde van het bloed van de 21 Egyptische christenen die ze hadden onthoofd, zeiden ze: „We zullen Rome veroveren, als Allah het wil. Dat is de belofte van onze profeet.” Wat is er de afgelopen jaren gebeurd in Libië?

1 Is Libië nu een kalifaat aan de Middellandse Zee?

Zover is het nog niet. De Islamitische Staat heeft Libië al wel opgedeeld in drie provincies: IS in Tripolitanië (west), IS in Barqa (oost) en IS in Fezzan (zuid). Maar voorlopig is dat demagogie. Alleen in de stad Derna in het oosten en sinds kort in Sirte is IS aanwezig. Maar ook daar gaat het niet over een echte verovering zoals in Raqqa in Syrië of Mosul in Irak.

Tot nu toe leek de invloed van IS in Libië tot Derna beperkt. Vorig jaar hielden leden van de Raad voor de Islamitische Jeugd daar een grote bijeenkomst, waarin ze trouw zwoeren aan de Islamitische Staat. Derna staat al langer bekend als een haard voor extremisten.

2 Waarom heeft IS Egyptische kopten onthoofd? En wat deden die eigenlijk in Libië?

Libië is een populaire bestemming voor gastarbeiders. De Internationale Organisatie voor Migratie schatte in september dat er 2,5 miljoen gastarbeiders aan het werk waren in Libië. Tweederde daarvan kwam uit Egypte.

De cijfers dateren van voor het uitbreken van de grootschalige gevechten van vorig jaar. Maar de economische situatie in Egypte is zó slecht dat zelfs na de onthoofdingen van zondag nog Egyptenaren naar Libië zijn vertrokken.

Met het onthoofden van de christenen overtreft de Islamitische Staat zichzelf in wreedheid. Dat de groep geen medelijden heeft met Iraakse yezidi’s en het liefst alle shi’ieten over de kling zou jagen, is bekend. Maar zelfs in de meest radicale interpretatie van de Koran zijn christenen ‘mensen van het boek’, die gerespecteerd moeten worden. Toen IS in Irak de stad Mosul veroverde, stelde het de christenen daar voor de keuze: een speciale belasting betalen, zich bekeren tot de islam, vertrekken of sterven. De meeste christenen zijn vertrokken.

3 Waarom daagt IS na Jordanië ook Egypte uit, dat het sterkste leger heeft in de Arabische wereld?

Het lijkt op het eerste gezicht geen verstandige strategie om zo veel vijanden tegelijk te maken. Je zou de keuze voor de Egyptische kopten kunnen zien als een antwoord op de coup van 2013, toen huidig president Sisi zijn voorganger Morsi van de Moslimbroederschap afzette en duizenden van zijn aanhangers doodde of gevangenzette.

Maar de Islamitische Staat is zeker geen vriend van de Moslimbroederschap. Sterker nog: de Islamitische Staat heeft de Moslimbroederschap in Egypte en Hamas in Gaza „afvalligen” genoemd. En de eerste aanslag door IS in Tripolitanië vond plaats in Tripoli, waar de Moslimbroederschap aan de macht is.

Voorlopig lijkt Egypte politiek baat te hebben bij deze nieuwe escalatie. Door zich te mengen in de strijd tegen IS wordt Egypte weer salonfähig op het internationale toneel. En de strijd tegen het terrorisme is voor Kaïro óók een gelegenheid om de repressie van de Moslimbroederschap te rechtvaardigen. Voor het Egyptische regime zijn Moslimbroederschap en IS één pot nat.

4 Waarom is het in Libië zo’n chaos, vier jaar na de revolutie die juist vrijheid moest brengen?

Na de val van Gaddafi in 2011 leek de situatie hoopvol voor Libië. Het land had alle troeven: een land met een kleine bevolking (6 miljoen) en geweldige olierijkdom. Een land bovendien dat geen etnische of religieuze tegenstellingen kent, zoals Irak en Syrië.

Waarom ging het dan toch zo grondig fout? Een groot deel van de schuld ligt bij de Nationale Overgangsraad, de politieke vertegenwoordiging van de opstand tegen Gaddafi. Die slaagde er niet in om snel een doeltreffend gezag te vestigen.

In dat machtsvacuüm zijn de milities gesprongen. Na de val van Gaddafi in 2011 weigerden zij hun wapens in te leveren. Want zo hielden ze greep op het nieuwe bewind dat ze hadden helpen installeren.

Het land stond op dat moment voor twee grote uitdagingen. Een nieuw veiligheidsapparaat uit de grond stampen dat de plaats van de milities kon innemen. En banen creëren om de militieleden een reden te geven hun wapens af te staan.

De nieuwe autoriteiten kozen voor de gemakkelijkste weg: ze gingen de milities betalen om de orde te handhaven. Maar in plaats van twee vliegen in één klap te slaan - het creëren van werk én veiligheid - creëerden ze een monster. Waar tijdens de oorlog hooguit enkele tienduizenden strijders meevochten, stonden er nu binnen de kortste keren driekwart miljoen militieleden op de loonlijst van de overheid.

5 Wie vecht er nou precies tegen wie in Libië?

De strijd in Libië draait om de controle over luchthavens, olieterminals en andere belangrijke installaties. Maar de oorlog heeft ook een ideologische dimensie. Het gaat erom of je vóór of tegen de fundamentalistische Moslimbroederschap bent. Steeds meer steden en stammen kiezen partij in dit conflict. De fundamentalistische milities, die zich Libische Dageraad noemen, zijn gelieerd aan de Moslimbroederschap.

De oorlog laaide weer op na de verkiezingen in juni. De Moslimbroederschap leed daarbij een zware nederlaag. Maar de fundamentalistische milities accepteerden dat niet en beschouwen het nieuwe parlement als onwettig. Ze riepen het oude, door de Moslimbroederschap gedomineerde parlement op om weer bijeen te komen in Tripoli. Dus heeft Libië nu twee parlementen: één in Tripoli (dat eerder al werd ingenomen door de Libische Dageraad) en één in de oostelijke stad Tobruk.

6 Waarom wordt er eigenlijk gevochten?

In Libië wordt niet alleen om grondgebied en olie gevochten. In het machtsvacuüm na de val van Gadaffi is een omvangrijke illegale economie ontstaan, drijvend op de smokkel in drugs, wapens en migranten.

Smokkel in Libië heeft een lange traditie. Gadaffi bevoordeelde bepaalde stammen en verwanten als het om smokkel ging. En door de woestijn in het zuiden van het land trekken nomadische Toearegs. Zij hebben zich nooit veel van grenzen aangetrokken en handelen tegenwoordig in drugs, migranten, wapens en auto’s in plaats van in zout en kamelen.

In Libië gaan cocaïne (dat uit Latijns-Amerika in West-Afrika arriveert), heroïne en hasj van het zuidwesten naar het noorden. Migranten gaan van het zuidoosten en zuidwesten naar de kust. Wapens en auto’s gaan van noord naar zuid, naar Soedan, Mali, Niger en via Egypte naar Syrië.

7 Had het Westen dan beter niet kunnen ingrijpen in 2011?

In kringen die tegen ingrijpen zijn, wordt de schuld voor de huidige chaos vaak gelegd bij het besluit om de NAVO Gaddafi’s leger te laten bombarderen. Veel analisten zeggen dat de rebellen in hun eentje de strijd nooit hadden gewonnen.

Dit standpunt houdt geen rekening met wat er zónder NAVO-steun was gebeurd. In het oosten van het land waren Gaddafi’s kazernes onder de voet gelopen en de bevolking had het wapenarsenaal buitgemaakt. We zullen nooit weten wat er was gebeurd als de NAVO niet tussenbeide was gekomen. Maar het is weinig waarschijnlijk dat het in een Libië mét Gaddafi vandaag pais en vree zou zijn.

8 Er wordt nu opnieuw gesproken over een interventie in Libië. Is dat wel een goed idee?

Oplettende politici waarschuwen al lang dat de wetteloosheid in Libië een groot gevaar inhoudt voor Europa. Maar over een eventuele interventie wordt pas gesproken sinds de onthoofdingen én het dreigement van IS aan het adres van Italië: we staan ten zuiden van Rome.

Italië is de oud-kolonisator van Libië. De Libiërs zijn die kolonisatie niet vergeten. Hét symbool van de opstand tegen Gaddafi was Omar Mukhtar, de Libische verzetsleider die in 1931 door de Italianen werd opgehangen. Zijn beeltenis prijkt vandaag de dag op het biljet van 10 dinar. Een Italiaanse interventie is dus wellicht geen goed idee.

Maar gaat niet élke westerse interventie leiden tot een herhaling van Irak, dat na de Amerikaanse invasie in 2003 jihadisten aantrok als motten naar een lamp? „Er komt een moment dat interventie onvermijdelijk wordt”, zegt de Libische analist Mohamed Eljarh. „En dan heeft het de voorkeur dat Arabische of islamitische landen zo’n interventie uitvoeren. Maar elk soort interventie zal gegarandeerd nog meer internationale jihadisten naar Libië lokken.”