In het getto van Nørrebro hoort geweld bij het leven

De dader van de aanslagen in Kopenhagen kwam uit een wijk die wordt geteisterd door jeugdbendes. Hij zat zelf ook bij een bende, maar die gooide hem eruit omdat hij ‘te agressief’ was.

Jonge mannen gooiden de bloemen weg. Bloemen op een herdenkingsplaats pasten niet bij de islam, zeiden ze. Foto REUTERS/Jens Astrup

Mjølnerparken is een grauw stukje stad in het noorden van Kopenhagen. Een groot blok verwaarloosde sociale huurwoningen bij een stuk braakliggend terrein. Zelfs de buurt zelf spreekt van ‘het getto’. De criminaliteit is hoog in deze immigrantenwijk, net als de werkloosheid.

Hier woonde de 22-jarige Omar Abdel Hamid el-Hussein, die afgelopen weekeinde Denemarken schokte met zijn twee terroristische aanslagen op een discussiebijeenkomst over blasfemie en een synagoge. Zondagochtend vroeg werd hij niet ver van het huis in Mjølnerparken waar hij opgroeide, doodgeschoten door de politie in een vuurgevecht.

Op de plek waar hij stierf lagen wat bloemen. Tot een groepje jonge mannen, sjaals voor hun gezicht, er maandagmiddag bijeenkwam om te bidden. De bloemen gooiden ze weg. Bloemen op een herdenkingsplaats pasten niet bij de islam, zeiden ze.

In Nørrebro, de wijk waar Mjølnerparken in ligt, wordt de aanslag van El-Hussein door sommige jonge mannen op straat geprezen. Bij de Copenhagen Muay Thai Gym staan vier jonge mannen te praten. Bij deze boksschool trainde El-Hussein een paar maanden voor hij in 2013 de gevangenis in moest om een steekpartij. Een van de jongens vocht hier met El-Hussein, zegt hij. Wat ze van de aanslag vinden? „We zijn trots op hem”, zeggen ze vol bravoure. „Trots op wat hij heeft gedaan.”

Andere mensen uit de buurt vertelden lokale journalisten dat ze Omar nauwelijks meer herkenden toen hij eind vorige maand uit de gevangenis terugkeerde. „Hij liet zijn baard groeien, praatte niet meer over meisjes of auto’s, maar vooral over religie, over Gaza en het paradijs”, zei een vroegere vriend van hem, die zijn naam niet wilde geven.

Die indruk komt overeen met de waarschuwing die de gevangenisdirectie al in september aan de Deense inlichtingendienst PET gaf, dat er een serieuze kans was dat El-Hussein – toen nog in de cel – aan het radicaliseren was. Sindsdien stond hij ‘op de radar’ van de autoriteiten. De politie zei echter geen aanwijzingen te hebben gehad dat de jonge Deen van Palestijnse afkomst op het punt stond een aanslag te plegen.

Een kort lontje

Het is langzamerhand een vertrouwd patroon in Europa. Islamitische jongeren met een strafblad en zonder veel perspectieven in de samenleving verlaten de gevangenis beduidend religieuzer dan ze erin gingen. Menigeen wil vervolgens zelfs naar Syrië of Irak om daar zij aan zij te vechten met de strijders van de Islamitische Staat en aanverwante organisaties. Ook in Denemarken gaat het tegenwoordig vaak zo. Ook Omar el-Hussein zou deze wens in de gevangenis hebben geuit.

Ongeveer honderd Deense moslims zijn inmiddels naar Syrië gegaan om zich bij de ‘jihad’ te voegen. Niet zelden gaat het om voormalige leiders van criminele jeugdbendes in Kopenhagen. Een wijk als Nørrebro wordt daar al lang door geteisterd.

Zoals veel jongens uit de buurt maakte Omar El-Hussein ook enige tijd deel uit van een bende, in zijn geval de Brothas. Socioloog Aydin Soei ontmoette hem in 2011, toen hij onderzoek deed naar het bendeleven in Kopenhagen, een sterke en gewelddadige subcultuur. El-Hussein verachtte de Deense maatschappij, zegt Soei, net als veel andere bendeleden. „Ze geloofden dat de rest van de maatschappij tegen hen was.” De islam speelde toen geen grote rol in zijn leven, aldus Soei. Ook niet bij de meeste andere jongens, die bijna allemaal wortels in het Midden-Oosten hebben. „Ze zijn niet strenggelovig, maar religie is onderdeel van hun identiteit. Ze zien het als nog een reden waarom ze niet geaccepteerd worden.”

Kader Kivrak (26) ging tot 2013 naar dezelfde school als El-Hussein, het VUC Hvidovre-Amager in een buitenwijk van Kopenhagen. Volgens hem wist Omar niet veel van de islam. Waar hij zich erg over opwond, was het conflict tussen Israël en de Palestijnen. El-Hussein kon volgens Kivrak „heel erg snel boos worden” wanneer iemand met hem de discussie daarover aanging. Ook een andere klasgenoot, die niet met zijn naam in de krant wil, zei dat Omar een kort lontje had. „Hij ging snel over tot dreigementen.” Ook blowde hij veel, zegt Kivrak. Omar was zo agressief dat de Brothas hem na enige tijd zelfs uit hun bende zetten.

De strijd die er vaak woedt tussen de bendes heeft hen volgens Soei onverschillig gemaakt voor geweld. „In het getto kent eigenlijk iedereen wel iemand die gedood is, of zelf iemand vermoord heeft.”

Het wemelt in Nørrebro bovendien van de hevig gefrustreerde jongeren, die zich buitengesloten voelen. Er heerst een enorme boosheid. Tea Torbenfeldt Bengtsson van de Universiteit van Kopenhagen deed onderzoek naar hen. „Ze hebben het gevoel: hoe hard ik ook probeer, het is toch nooit goed genoeg, ik word door de samenleving toch niet geaccepteerd.”