Hollywoods historische minachting

T he Imitation Game, een speelfilm over leven en werk van Alan Turing, heeft op IMDB een score van 8.2, maar het is een verwerpelijke film. Turing was een briljante wiskundige die de Tweede Wereldoorlog bekortte door de Duitse Enigma-machine te kraken en, en passant, het prototype te bouwen van wat wij kennen als de computer. In plaats dat de Britse regering hem eerder beloonde voor zijn bijdrage aan de vrede én de wetenschap, werd hij vervolgd wegens zijn homoseksualiteit en tot zelfmoord gedreven.

Maar als deze film íets doet dan is het adding insult to injury. Deze film-Turing is een autist die in paniek raakt als de worteltjes op zijn bord contact maken met de doperwten. Allereerst lijkt dat gegeven verdacht veel op een detail uit Mark Haddon’s The curious incident of the dog in the night - over een jongen met autisme – en ten tweede is er geen enkele aanwijzing dat Turing autistisch wás. In alle getuigenissen, ook in Alan Turing, the enigma van Andrew Hodges, waarop deze film zou zijn geïnspireerd, komt hij naar voren als warm, geestig rommelig en joviaal.

E nfin, autisme is geen misdaad, maar dit herhaalde verraad aan Turing gaat verder. Het werk aan de ontcijfering van Duitse berichten vond plaats op Bletchley Park, een kazernecomlex in Zuid-Engeland. Daar, maar op een totaal andere afdeling, werkte ook ene Richard Cairncross, die spioneerde voor de Russen. In de film chanteert Cairncross Turing met zijn homoseksualiteit, zodat hij zijn gang kan gaan. Cairncross heeft bestaan, hij spioneerde voor de Russen, hij werkte op Bletchley, maar op een totaal andere afdeling en er is geen enkele aanwijzing dat ze elkaar zelfs maar de hand geschud hebben, laat stáán dat Turing zou hebben gecollaboreerd.

De broer van een van Turings medewerkers vaart op een geallieerd schip. Als het bericht wordt onderschept dat de Duitsers een konvooi met dat schip gaan aanvallen, verbiedt Turing – doof voor emotionele pleidooien – dat ze gewaarschuwd worden. Alsof een ingehuurde technicus zulke besluiten neemt, in plaats van het militaire opperbevel. Behalve de diffamatie van destijds krijgt Turing zestig jaar na zijn zelfmoord ook nog een mentale stoornis, landverraad en een hart van steen toegedicht. Gefeliciteerd met uw eerherstel.

I n de film Whiplash, ook nu in de bioscoop, gebeurt iets dergelijks. Een sociopatische conservatoriumdocent genaamd Fletcher gooit een metalen klapstoel naar het hoofd van een slagwerkstudent die geen tijd houdt. Hetzelfde deed drummer Jo Jones ooit met een bekken bij de jonge Charlie Parker, legt Fletcher uit, ‘nearly decapitating him’. Maar dat trauma zou Parker gemotiveerd hebben de grootheid te worden die hij werd. Dr. Phil-psychologie, maar bovendien: niet waar. Jones had Parker een paar keer afgeslagen (ting! - op de cup van het bekken) maar Parker negeerde hem, waarop Jones het bekken demonstratief voor Parker op de grond liet vallen. Geen aanslag, een pedagogische interventie. Detail? Nee, de essentie van de film, de essentie van jazz, de essentie van alle kúnst, houdt de sociopaat ons en de jonge slagwerkstudent voor. Die vervolgens manisch gaat zitten trainen, als een soort Rocky met drumsticks, tot het bloed uit zijn handen spat. Wat een k*tfilm!

Vroeger zaten er veel witte plekken in het leven van historische figuren, ruimte voor de verbeelding van schrijvers en filmmakers, maar de zwaar gedocumenteerde levens van (bijna) tijdgenoten kennen zulke plekken haast niet meer. Jammer voor fictiemakers misschien, maar om wat feitelijk vaststaat te gaan omvormen ten gunste van een ‘beter’ verhaal, en de reputatie van, in dit geval, Alan Turing en Jo Jones, daar ondergeschikt aan te maken, dat gaat te ver.