‘Het is heel erg dat ons dit overkomt’

De hoofdredacteur van Trouw blikt voor het eerst terug op de fraude van redacteur Perdiep Ramesar. „Een nachtmerrie.”

De Transvaal in Den Haag. Foto Floren van Olden

Toen de politie vorige maand een huiszoeking deed in de ouderlijke woning van de Utrechtse jihadverdachte Zaid K., ging een Trouw-verslaggever de wijk in om met buurtbewoners te praten. Hij kwam terug met wat citaten, maar alleen van mensen die anoniem wilden blijven.

Dit plaatsen we niet, besloot de hoofdredactie. Niet na Ramesar.

Het is ruim drie maanden na het ontslag van voormalig Trouw-verslaggever Perdiep Ramesar en twee maanden na de publicatie van het omvangrijke onderzoeksrapport naar diens brongebruik. Daaruit bleek dat de bronnen uit de artikelen van Ramesar structureel niet herleidbaar waren: mensen die werden geciteerd bleken niet te bestaan. Het vermoeden dat er iets mis was drong te langzaam door tot de leiding van de krant, schreef de onderzoekscommissie. In totaal trok Trouw 126 van Ramesars artikelen in.

Hoe gaat het nu bij de krant? Hoofdredacteur Cees van der Laan, zelf ruim een jaar Ramesars directe leidinggevende, blikt op zijn kamer op de redactie in Amsterdam voor het eerst terug.

Trouw, zegt hij, krabbelt voorzichtig weer op nadat Ramesar de krant „enorme schade” toebracht. „Het is een nachtmerrie dat dit je overkomt.” Hij zegt het nog maar een keer: „Een nachtmerrie.”

Onvindbare bronnen

Donderdagavond 6 november, rond half tien, hoorde Van der Laan voor het eerst dat er iets mis was. Hij kreeg een telefoontje van Ramesars chef, Antal Crielaard, die een lijst had opgesteld van een kleine dertig niet-traceerbare namen uit stukken van Ramesar. Het ongeloof was groot: de verslaggever gold als één van de grootste talenten van Trouw.

Ramesar voerde met grote regelmaat (anonieme) bronnen op die achteraf niet te controleren waren. Dat deed hij bij ‘lastige’ onderwerpen: moslims in de Schilderswijk, gevluchte Eritreeërs, prostituees, bendeleden. Maar ook bij onschuldige reportages: mensen op een bijeenkomst voor roodharigen, casinobezoekers die niet meer mogen roken.

De onderzoekscommissie schreef na publicatie van het rapport in Trouw: „Als je een paar uur lang de namen uit Ramesars artikelen googelt, is dat onthutsend. Meestal waren de enige resultaten verwijzingen naar het Trouw-artikel.”

Ramesar wil sinds de gebeurtenissen niet met de pers praten. Cees van der Laan wel, na veel sms’en over en weer. Het interview van anderhalf uur is een bij vlagen onprettig gesprek, waarvan Van der Laan later zal zeggen dat „de wederzijdse verwachtingen verschilden”. Tijdens het gesprek wipt Van der Laan telkens achterover op zijn stoel, armen over elkaar.

Op persoonlijke vragen reageert hij terughoudend: „Zijn jullie soms psychologen of zo?” Hij wil de affaire liever niet opnieuw oprakelen, zegt hij. „Het is gewoon geen fijn verhaal voor de krant. Ik vind het niet leuk dat dit ons overkomt. Trouw is een mooie krant.”

Het enige wat hij en Trouw echt verkeerd hebben gedaan is dat ze „te goed van vertrouwen zijn geweest”, zal hij tijdens het gesprek meerdere keren zeggen. „Ja, ik ook. En ja, dat neem ik mezelf kwalijk.”

Namen googlen? Nooit gedaan

Maar toch, de signalen waren er. Perdiep Ramesar vond vaak in no time een praktijkgeval om een nieuwsonderwerp te illustreren. Hij zei nooit ‘nee’ en het lukte vrijwel altijd. Collega’s twijfelden over zijn stukken. En: een simpele namencheck van Ramesars artikelen had veel problemen kunnen voorkomen. Had Van der Laan het bedrog van zijn redacteur niet eerder kunnen – of moeten zien?

Een naam googlen uit een stuk van Ramesar, dat heeft hij nooit gedaan, vertelt hij. Niet toen hij Ramesars directe chef was, niet in zijn functie als hoofdredacteur daarna. Dat was „geen staande praktijk”.

Signalen bereikten hem pas in een laat stadium. Dat er bij de koffieautomaat over Ramesars stukken gesproken werd, zoals in het onderzoeksrapport staat, is volgens Van der Laan „helemaal niet waar”. „Dat suggereert het rapport, omdat daar van alles bij elkaar gebracht wordt. Al die jaren is er niet één klacht binnengekomen bij de redactieraad.” Hij zegt dat hij direct ingreep toen er wel iets doordrong. „Toen is Ramesar direct geschorst. We hebben opperste transparantie betracht. Hij is ontslagen. Nu willen we vooruitkijken.”

Begin januari bleek bij een redactievergadering dat een deel van de redactie niet meer achter de leiding stond. Die middag werd er via een ingediende motie over de hoofdredactie gestemd. Tachtig redacteuren stemden vóór aanblijven, dertien tegen, dertien blanco.

Columnist Elma Drayer stapte een paar weken daarvoor op, omdat de hoofdredactie weigerde zichzelf ter discussie te stellen. „Ze zeiden alleen: het is heel vervelend, maar we hebben onze les geleerd en gaan verder”, zei Drayer daarover na haar vertrek.

Hij heeft „natuurlijk” gedacht aan opstappen, zegt Van der Laan nu. Toch deed hij het niet, „omdat de redactie en De Persgroep (de Vlaamse eigenaar van Trouw, red.) vonden dat ik het plan van aanpak kon opstellen en uitvoeren”, zegt hij. „Daarbij is een belangrijk criterium dat de lezers niet zijn weggelopen. Het aantal opzeggingen is op één hand te tellen.”

Er glipt weleens iets tussendoor

Sinds Ramesar is het aantal anonieme bronnen in Trouw inderdaad zichtbaar afgenomen. Als de krant uit anonieme bronnen citeert, wordt wat zij zeggen liever geparafraseerd. Een ‘Wilma (45)’, zoals in het veelbesproken en bekritiseerde stuk van Ramesar over de ‘shariadriehoek’ in de Haagse Schilderswijk, wil Van der Laan liever niet meer. Toch „glipt nog steeds weleens iets tussendoor”, zegt hij. „Daar spreken we de journalist dan op aan. Het is een geleidelijk proces.”

Daarnaast stelde Van der Laan oud-hoofdredacteur Jaap de Berg aan als vertrouwenspersoon: een redacteur die met een integriteitskwestie rondloopt, kan bij hem terecht. En er wordt binnenshuis gezocht naar een ombudsman- of vrouw, zoals ook NRC en de Volkskrant hebben.

In de nasleep van het rapport beloofde Van der Laan bovendien dat zijn krant het gesprek aan zou gaan met de bewoners van de Schilderswijk. Achttien van hen hadden een open brief gestuurd met de vraag wat de krant zou doen aan de reputatieschade van de wijk. Inmiddels is de hoofdredacteur er meerdere keren geweest en sprak hij samen met twee collega’s alle briefschrijvers.

Dit voorjaar maakt de krant er een aparte bijlage over. „We willen de feiten melden en radicalisme niet negeren”, zegt Van der Laan. „Maar ook fotoseries maken en schrijven over de restaurants in de buurt. Of waar mensen op tv naar kijken.”

Naschrift (25 februari 2015): De foto bij dit artikel is niet gemaakt in de Haagse Schilderswijk, zoals in een eerdere versie van het onderschrift werd vermeld, maar in de Transvaal. [red.]