Het huwelijk tussen loterij en kunst

Net als andere jaren leverde vorige week het BankGiro Loterij GoedGeldGala weer licht genante momenten op. Presentatrice Pernille La Lau die museumdirecteuren oproept om „maar te zwaaien met die cheques”. Leontine Borsato, die ‘Hoe voelt dat nou?’-vragen stelt aan directeuren die net grote bedragen gekregen hebben voor verbouwingen, evenementen of exposities. Zonder BankGiro Loterij hebben musea nauwelijks budget voor aankopen of restauraties. 62,5 miljoen euro gaat er dit jaar van de loterij naar culturele instellingen. Dan zet je als directeur wel je beste tandpastaglimlach op als de presentatrices van Koffietijd dat vragen. Het is veel te makkelijk om hier flauw over te doen.

Zeker dit jaar. De BankGiro Loterij stuurde een dag na het gala een discussienotitie over een nieuwe strategie naar de culturele instellingen en – op verzoek – ook naar deze krant. Een zeldzame openheid gezien de grote mate van zelfkritiek in deze notitie. Met onder meer de constatering dat veel te weinig lotenkopers een binding met cultuur hebben. Campagnes staan „meestal geheel los van de missie” en zijn „soms knappe, soms gemiddelde, marketingverzinsels”. Kern van het probleem: cultuur is eigenlijk geen goed doel, het wekt geen medelijden op zoals de doelen van de Postcode- en de Vriendenloterij.

De zieligheidsfactor van culturele instellingen moet verdwijnen: cultuur is om te vieren.

De culturele instellingen zijn niet langer begunstigden, maar worden partner. En niet vrijblijvend. Musea zijn – met succes – al begonnen met het verkopen van loten, waarvan de opbrengst voor ze geoormerkt is.

In de concurrentie met Staatsloterij en Postcodeloterij kan de BankGiro Loterij zich niet onderscheiden met hoge prijzen. Wel met spectaculaire prijzen. Extra kaartjes of een dvd zijn leuk, maar geen ‘gamechangers’. De culturele instellingen moeten extremere prijzen bedenken. Denk aan het exclusieve concert dat Ilse DeLange al voor de Nachtwacht heeft gegeven.

Een citaat over de bedoelingen: „Op het eind van het jaar niet alleen een galerij van verworven kunstwerken, maar een galerij van kinderen die in de gelegenheid zijn gesteld om ‘hun mens zijn te vieren’. Die kinderen trekken vervolgens hun ouders mee met een keer gratis toegang. Nog één stap en ze worden deelnemer van de BankGiro Loterij.”

Hier wringt iets. Als een belangrijk begunstiger zijn missie zo wijzigt, moeten culturele instellingen bewust beslissen of ze daarin meegaan. Dat antwoord kan positief zijn. Zeker als de terugtredende overheid culturele instellingen dwingt met marktpartijen op te trekken en op hun wensen in te spelen. Als het maar niet alleen is: ‘omdat het een geldbron is, die ik niet kan missen’.