Geen parade van blozende maagden en viriele strijders

Tijdens de bezetting verhoogden de nazi’s het staatsbudget voor kunstaankopen fors. Ruim 700 kunstwerken werden aangeschaft. Museum Arnhem toont een ruime selectie van deze ‘geaarde kunst’.

Frits Verdonk, Carnaval (olieverf op doek, 105×134 cm, geen jaartal). Verworven in 1944 door Departement van Volksvoorlichting en Wetenschappen. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De nazi’s vonden kunst belangrijk. Niet alleen was Adolf Hitler een groot liefhebber van architectuur, muziek en beeldende kunst, maar ook verhoogde het naziregime de kunstbudgetten flink na de machtsovername in 1933.

Ook in Nederland ging er na 1940 meer overheidsgeld naar kunst. Zo verhoogde de Duitse bezetter het budget voor aankopen van beeldendekunstwerken tot 112.000 gulden in 1943. In totaal kocht de afdeling Bouwkunst, Beeldende Kunsten en Kunstnijverheid (BBK) van het Departement van Volksvoorlichting en Wetenschappen in de jaren 1940-’45 ruim 700 kunstwerken, soms voor hoge prijzen.

Uiteraard kwamen niet alle kunstwerken in aanmerking voor aankoop. Net als in nazi-Duitsland kocht de staat in nazi-Nederland geen abstracte en andere ‘ontaarde’ kunstwerken. Kunst was voor nazi’s in de eerste plaats een middel dat moest bijdragen aan de opbouw van de Nieuwe Orde en de vorming van de Nieuwe Mens. Alleen ‘geaarde’ kunst was hiervoor geschikt. Wat dit precies inhield, is nooit duidelijk geworden. Maar hoe vaag ‘geaarde kunst’ ook bleef, na 1945 verdwenen de ruim 700 door BBK aangekochte kunstwerken als ‘foute’ kunst achter slot en grendel in de depots van wat nu de Rijksdienst Cultureel Erfgoed is. Pas nu, 70 jaar na de Bevrijding en 75 jaar na het begin van de Duitse bezetting, is hieruit onder de titel Geaarde kunst een selectie van 75 schilderijen te zien in Museum Arnhem.

Wie verwacht dat Geaarde kunst een parade is van Nederlandse ‘bloed-en-bodem’-kunst, waar het wemelt van blozende maagden en viriele strijders voor volk en vaderland, komt bedrogen uit. Er hangt slechts één onmiskenbaar ‘fout’ schilderij: De engel der gerechtigheid uit 1942. Op dit doek van Henri van de Velde, van wie het Rijksmuseum in 2007 het eveneens onmiskenbaar foute De Nieuwe Mensch aankocht, is een engel met een weegschaal te zien tegen de achtergrond van het gebombardeerde Londen. „O ijdel en verwaten Londen/Gewogen en te licht bevonden” staat er op het papier dat op een van de schalen ligt.

Voor de rest bestaat Geaarde Kunst uit portretten, stillevens en vooral landschappen waarin soms een nationalistische boodschap verborgen zit. Zo zijn de bloemen in het Bloemstilleven van Wilm Wouters oranje, blanje of bleu, de kleuren van de Prinsenvlag die in de jaren dertig door de NSB was gekaapt.

Verrassend is ook de veelheid aan stijlen van de aankopen. Een mild impressionisme als dat van een landschap en een stadsgezicht van Karel Appel, van wie BBK in WO II maar liefst zes werken aankocht, was niet bezwaarlijk. Ook een ingetoomd expressionisme als in Carnaval, een ongedateerd, kleurig carnavalstafereel van Frits Verdonk, gold niet als ‘ontaard’.

Zelfs het neorealisme van schilders als Pyke Koch en het magisch realisme van Carel Willink, waarvan de Unheimlichkeit toch moeilijk verenigbaar is met de Heimlichkeit van het nationaal-socialisme, waren niet bezwaarlijk. Zo hangt in de laatste zaal van de tentoonstelling onder meer het schitterende, maar onheilspellende Het wachten (Vijf wachtende vrouwen) van Pyke Koch uit 1941.

Maar al is de overgrote meerderheid van de schilderijen op Geaarde Kunst niet ‘fout’, de voorkeur van de nazi’s voor figuratieve kunst had toch grote gevolgen voor de naoorlogse kunst. Was Pyke Koch in de jaren dertig een van duurste levende kunstenaars in Nederland, na 1945 was zijn kunst en die van andere neorealisten ‘besmet’ geraakt, schrijft kunsthistoricus Carel Blotkamp in een artikel in de catalogus.

Vooral in linkse kranten als de communistische De Waarheid werd „het de neorealisten nagedragen dat zij in de oorlog een soort boegbeelden van het nieuwe regime waren geweest”, schrijft Blotkamp. Maar hoewel Pyke Koch zeker fascistische sympathieën heeft gehad, heeft niemand „overtuigend kunnen aantonen dat hij fascistische kunst maakte”, vervolgt hij: „Zelfs zijn Portret met zwarte band, dat vaak als zodanig wordt gezien, laat ruimte voor twijfel.”

Neorealistische kunst is niet fascistisch en zelfs fascistische kunstenaars maken lang niet altijd fascistische kunst, zo laat Blotkamps betoog zich samenvatten. En, zo zou je hier na het zien van Geaarde Kunst aan kunnen toevoegen, ook de andere werken die de Nederlandse nazi’s in de Tweede Wereldoorlog kochten, waren zelden ‘fout’.