Column

Eindelijk een Duitse film over Anne Frank

Mala Ende in ‘Meine Tochter Anne Frank’ (ARD).

De Duitse publieke tv-zender Das Erste claimt dat het gisteren op prime time uitgezonden docudrama Meine Tochter Anne Frank de eerste Duitse film is over het Achterhuis. Dat zou best wel eens kunnen kloppen.

Niet dat de in Frankfurt geboren Anne niet bekend zou zijn in Duitsland, maar het is er nooit eerder van gekomen. Wel in Hollywood, Japan, Nederland en op vele andere plaatsen, maar nooit in de moedertaal die ze zelf liever niet meer sprak. Het is dan ook best raar om Anne in het Duits het ‘Nederlands’ van haar moeder te horen verbeteren. En zus Margot heet hier geen Margo maar als Margit met een korte o.

De Duitse herkomst van de familie Frank is ook een puntje in de strijd tussen de Amsterdamse Anne Frank Stichting en het Anne Frank Fonds in Bazel. Yves Kugelmann van het Fonds vindt dat die tot nu toe nogal onderbelicht was gebleven. Ze kreeg ook nooit een Nederlands paspoort.

Raymond Ley, regisseur en scenarioschrijver van Meine Tochter Anne Frank, maakte eerder op feiten gebaseerde tv-fictie over de overstroming in Hamburg (1962), Beate Uhse, Adolf Eichmann en vele andere episoden uit de Duitse geschiedenis. Hij vermengt interviews met mensen die Anne gekend hebben, van wie we de meesten wel eens eerder zagen, met een beetje theatraal vormgegeven scènes uit het Achterhuis. De achtergrondprojecties zijn mooi, net als de typering van de relatie tussen Anne (gespeeld door de 19-jarige Mala Ende) en haar vader Otto.

Het nadeel van deze constructie is dat het dramatisch een beetje kunstmatige indruk maakt. De fictie lijkt gedrapeerd rond de, aanvankelijk zeer korte citaten en dat is ook inderdaad hoe Ley zegt de film te hebben geschreven.

Verreweg het bijzonderst van deze versie vind ik het nagespeelde interview dat de Nederlandse journalist Jules Huf in 1962 in Wenen voor de Haagsche Post en de radio maakte met Karl Silberbauer, tegen contante betaling overigens. Huf, die ook werkte voor Nazi-jager Simon Wiesenthal, had de ex-SS’er opgespoord, die de inval in het Achterhuis in augustus 1944 leidde.

Fascinerende teksten rollen uit zijn mond. Nee, een dagboek had hij niet aangetroffen. Hoe kon dat meisje nou schrijven dat alle Joden aan het gas gingen? Dat wisten we toen toch helemaal niet? Trouwens, als die mensen zich zelf eerder hadden gemeld, dan waren ze gewoon naar Theresienstadt gemarcheerd en hadden daar de oorlog best kunnen overleven.

Jules Huf (1928-2007) was ook degene die de foto van zanger Johannes Heesters in kamp Dachau had opgeduikeld en in de openbaarheid gebracht. Een voortreffelijk journalist, dus.

Eind dit jaar wordt ook de eerste Duitstalige speelfilm over Anne Frank in de bioscopen verwacht. De kleine hausse heeft wellicht te maken met de Duitse belangstelling voor alles van precies 70 jaar geleden (Anne Frank stierf begin maart 1945 in Bergen-Belsen), maar toch vooral met het verlopen van de auteursrechten op het dagboek, hetgeen het Fonds overigens bestrijdt.

Je kunt ook langzaamaan wel herkennen welke accenten er gelegd worden in toneelstukken, films en andere publicaties uit de ene of de andere koker. Voor de Stichting is Anne de universele strijdster voor vrijheid en democratie, voor het Fonds een Duitse en Joodse rebel, getroebleerd existentialist avant la lettre. Kiest u maar.