Effect alimentatiewet: telkens weer ruzies

Scheidingsmediator

Een nieuwe alimentatiewet moet leiden tot minder conflicten. Goedbedoeld, maar het leidt wellicht tot meer strijd.

Het systeem van kinderalimentatie moet eenvoudiger en rechtvaardiger. Er moet worden voorkomen dat ruzie tussen de ouders onnodig hoog oploopt. Om dit te bereiken presenteerden VVD en PvdA gisteren een wetsvoorstel.

Dat stelt onder meer dat beide ouders kinderalimentatie moeten betalen. En dat zij bij de berekening van de hoogte van het bedrag rekening moeten houden met de zorgverdeling. Bovendien moeten ouders een ouderschapsplan opstellen waarin precies staat waar het geld aan wordt besteed. „Dat is niet eenvoudiger”, zegt Rob van Coolwijk, voorzitter van de vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS). „Het zal juist méér conflicten opleveren.”

Het nieuwe systeem is dus volgens u niet rechtvaardiger?

„Laat ik eerst even iets rechtzetten: het plan voor het wetsvoorstel dateert uit 2011 en het huidige systeem is er al grotendeels op gebaseerd. De rechterlijke macht paste namelijk in 2013 de richtlijn om kinderalimentatie vast te stellen al aan. Toen is besloten dat het, naast de vraag wat een kind kost en wat ieder kan betalen, ook van belang is hoeveel dagen een ouder voor een kind zorgt. Dit wordt allemaal meegenomen in de berekening van het alimentatiebedrag. De regel is nu: hoe meer draagkracht, des te hoger het bedrag. En hoe meer zorgdagen, des te minder een ouder aan alimentatie betaalt. Niets nieuws dus.”

Het klinkt simpel en fair. Toch?

„Nou, in het wetsvoorstel staat nu ook dat ouders precies moeten afspreken wie welke kosten betaalt. En dat levert geheid conflicten op. Want waar gaat het geld precies naartoe? Dat kun je wel voorspellen, maar het kan toch elke maand verschillen. En wat als er nieuwe kosten zijn die niet voorzien waren? Dat moeten ouders dan telkens opnieuw bespreken én vastleggen. Mensen die scheiden hebben het doorgaans niet meer gezellig met elkaar. En die zullen dan toch elke keer opnieuw met elkaar moeten gaan zitten bakkeleien over waar de centen heengaan. De een wil wel een nieuwe fiets aanschaffen, de ander niet. De een meent dat er nieuwe kleding nodig is, de ander vindt de ponyclub belangrijker.”

En u vreest dan voor hoogoplopende conflicten?

„Ja. En voor wanbetalers. De een zegt dan straks: ik heb geen geld voor die nieuwe fiets, moet dat nu echt? Nee, ik betaal deze maand niet. En dan heeft de ander, en met name het kind, pech. Je kunt naar het geld fluiten. Een deurwaarder kan daar namelijk niets mee. In tegenstelling tot een vast bedrag aan alimentatie. Dat kun je incasseren als iemand zijn verplichting niet nakomt.

„Het huidige systeem is volgens mij veel eenvoudiger; degene die de zorg voor het kind heeft, betaalt van de alimentatiebijdrage de kosten van het kind. En ja, dan is het wel eens zo dat een vader die alimentatie betaalt, zegt: het is mij niet duidelijk waar het geld precies heen gaat. Maar het is naïef om te denken dat een kind niets kost. Ik zeg: verdiep je er even in. Een kind kost geld, echt.”

Een wet in plaats van een richtlijn, dat baart u ook zorgen?

„Een rechter kan met een richtlijn beter rekening houden met individuele situaties. Een wet is een wet, daar kun je niet van afwijken. En een richtlijn die niet werkt, kun je makkelijker aanpassen dan een wet. Een wetswijziging duurt een eeuwigheid. Bovendien staat in het wetsvoorstel van VVD en PvdA dat een rechter bij de alimentatie moet kijken naar het verzamelinkomen. Nu kijken rechters ook naar eigen vermogen. Dat betekent dat iemand die straks geen salaris ontvangt maar wel renteniert de ex-vrouw of -man niets hoeft te betalen? Het klinkt helemaal niet eenvoudiger en eerlijker.”