Column

Een muur om toch maar niet te vergeten

Waar eens de Groot-Germaanse gedachte werd gevierd, en de Leider in 1940 erkenning van de Dietse stam als ‘tweede loot’ aan de boom van het Germaans Europa bepleitte, wonen nu tijdelijk Poolse arbeiders in wit geschilderde vakantiebarakken. Die zijn verhuurd aan Otto Academy, een internationale arbeidsbemiddelaar, die op zijn website ‘uitdagende’ functies in de Nederlandse land- en tuinbouw aanbiedt.

Het complex De Goudsberg is tegenwoordig een multifunctioneel recreatiecomplex, met bungalows, camping, zwembad en voornoemde barakken. Maar ooit was hier het Nationaal Tehuis van de Nationaal-Socialistische Beweging, de NSB. Vanaf 1934 plakten de NSB-leden ijverig zegeltjes, om een terrein te realiseren waarop men in de vrije lucht bijeen kon komen en met partijrituelen de idealen kon bezegelen. Het was een polderversie van het Reichsparteitagsgelände in Neurenberg, waar de geestverwanten van Hitlers NSDAP hun grootse ceremonies hielden.

Behalve het grasveld herinnert nu nog slechts een brokkelige bakstenen muur aan de opzet van weleer. Deze diende als achtergrond voor de nationaal-socialistische enscenering van veel gedoe met vaandels, fascistengroet-brengen en de jaarlijkse toespraak van NSB-leider Anton Mussert, met gevoel voor historische kitsch Haghepreek genoemd. De sterk vervallen muur wordt daarom vaak De Muur van Mussert genoemd.

In de gemeenteraad van Ede (waaronder Lunteren valt) en daarbuiten gaan al jaren stemmen op om de muur, als enig fascistisch architectuurmonument in Nederland, officieel de status van monument te geven en hem te restaureren. De discussie daarover heeft een hoge graad van voorspelbaarheid. De voorstanders zeggen dat het niet aangaat pijnlijke episoden uit de vaderlandse geschiedenis weg te moffelen. De tegenstanders vrezen een rehabilitatie van fascistisch gedachtengoed en toogdagen van hedendaagse engerds met fantasie-uniformen en hakenkruisvlaggen.

Dat laatste lijkt zeker niet onmogelijk, maar hoeveel van die anachronistische zonderlingen zijn er eigenlijk in Nederland? 100? 200? Dat lijkt geen voldoende reden om een pijnlijk aandenken aan de NSB, die op zijn hoogtepunt wel 100.000 leden telde, te verdonkeremanen.

Hoezeer de NSB tot het verleden behoort, is goed te zien op NSB-propagandafilm die je bijvoorbeeld op de website Historiek kunt zien, over Musserts Haghepreek na de Duitse inval in 1940 – overigens zijn laatste, want de Duitse bezetter zag niet zo veel in een ‘tweede loot’ onder NSB-leiding.

Door een suggestief gebruik van de cameralens lijkt de muur veel groter dan de ruïne van nu, maar verder maakt al dat gedoe met vlaggen en gezwollen taal en symboliek vooral een belachelijke indruk. In zijn genre is Mussert trouwens bepaald geen meeslepend redenaar. Vergelijkingen tussen de NSB en hedendaagse politieke partijen, zoals je die soms leest, gaan mank en berusten op gebrekkige kennis van de NSB.

Alleen de aanhang, die je in de film gedwee en genoeglijk picknickend in het gras ziet zitten, laat zich nog moeiteloos als Nederlanders herkennen. Daar helpt geen excommunicatie uit de nationale geschiedenis. Die kom je nog steeds op straat tegen. En dat lijkt me een uitstekend argument voor het behoud van deze muur: als herinnering dat politiek ergens over gaat.