Durf ik na Kopenhagen nog wel naar Amsterdam?

Zij die zich beledigd voelen door Lars Vilks, die in Kopenhagen doelwit van een aanslag was, nemen heus geen genoegen met censuur van zijn cartoons. Onmiddellijk daarna zullen zij bezwaar aantekenen tegen een ‘aanstootgevend’ essay, vreest Frank Furedi.

Net als in Parijs begon de schietpartij in Kopenhagen met een aanslag op een plek die symbool stond voor de vrijheid van meningsuiting, voordat er een gebouw werd aangevallen dat door Joden wordt gebruikt, waar mensen werden vermoord omdat ze Joden waren. Ik heb deze tragedie zich niet zien ontvouwen en had geen idee dat deze afschuwelijke moorden hadden plaatsgevonden totdat ik een bericht beluisterde dat een vriendin op mijn voicemail had achtergelaten. Zij klonk overstuur en haar stem was gespannen toen ze vroeg of ik na de gebeurtenissen in Kopenhagen nog steeds naar dat debat in Amsterdam wilde gaan.

Hoewel zij haar boodschap als een vraag formuleerde, school in haar toon duidelijk meer dan louter een waarschuwing over mijn deelname aan het debat over ‘De vrijheid van meningsuiting na Charlie Hebdo’. Mijn onmiddellijke reactie hierop was het wegwuiven ervan, als een overdreven antwoord op de tragische taferelen in het ver weg gelegen Denemarken. Want West-Europa is een van de veiligste regio’s ter wereld, en de kosten die de uitoefening van het recht op de vrije meningsuiting met zich meebrengt zijn daar vrijwel altijd te verwaarlozen. Maar hoe meer ik nadacht over haar ongevraagde waarschuwing, des te meer ik mij vragen begon te stellen over zaken waar ik gelukkig nooit eerder over had hoeven nadenken.

In het cultureel centrum Krudttoenden in Kopenhagen vond een vreedzame en beschaafde discussie over de vrijheid van meningsuiting plaats toen het onder vuur kwam te liggen. Toen ik naar de beelden keek, draaiden mijn gedachten van het reflecteren over het leed van de slachtoffers naar het besef dat deze gebeurtenis plaatsvond in een gebouw dat leek op het gebouw in Amsterdam waar ik aan een debat zou gaan deelnemen. Voelde ik me niet een heel klein beetje ongemakkelijk toen ik besefte dat het onderwerp van de discussie in Kopenhagen niet zo heel veel verschilde van waar ik in Amsterdam over zou gaan debatteren? Het antwoord is ja. Maar wat me werkelijk verontrustte was het besef dat we nu in een wereld leven waarin het concept van een echte ideeënstrijd over een controversieel onderwerp steeds meer wordt geassocieerd met fysieke bedreigingen.

Het waarschijnlijke doelwit van de aanslag in Kopenhagen was de Zweedse cartoonist Lars Vilks, die een geduchte reputatie heeft als het om provocatieve satirische tekeningen gaat. Sinds de publicatie van zijn cartoon van de profeet Mohammed in 2007 is hij vele keren met de dood bedreigd. In 2013 werd hij samen met andere ‘aanstootgevende kunstenaars’ op een hitlist van al-Qaeda gezet.

Net als zijn collega’s van Charlie Hebdo, die werden afgeslacht in Parijs, wordt Lars Vilks door velen beschouwd als opruiend, beledigend en aanstootgevend voor veel moslims. Zijn critici betogen dat zijn provocaties de woede van boze islamisten over hem hebben afgeroepen. Veel instellingen en periodieken zijn er voor teruggedeinsd om hem een stem te geven, en talloze lezingen en tentoonstellingen van hem zijn door culturele organisaties geschrapt. Helaas zijn veel te veel publieke figuren en instellingen van mening dat je niets meer mag zeggen dat gevoelig ligt voor moslims. Hun betoog gaat soms zo ver dat geïmpliceerd wordt dat de enige manier om moordaanslagen als die in Kopenhagen te voorkomen bestaat uit het stoppen met het uitgeven van provocatieve cartoons en artikelen die moslims aanstootgevend vinden.

Ik moet bekennen dat ik geen fan ben van Charlie Hebdo of van cartoonisten die doelbewust beledigen. Ik vind dat zulke ‘recht-voor-zijn-raap’-cartoons de neiging hebben de discussie te versimpelen over moeilijke problemen die serieus denkwerk vergen. Maar we kunnen niet kiezen wiens vrijheid van meningsuiting we wel of niet overeind willen houden. Cartoonisten hebben het recht om te beledigen, omdat de vrijheid van meningsuiting daar over gaat. Vrije uitwisseling van ideeën en gevoelens zal altijd wel iemand voor het hoofd stoten. De hele geschiedenis door is ieder nieuw en belangrijk idee aanstootgevend bevonden.

Afgezien van het opkomen voor het beginsel van de onschendbaarheid van de vrijheid van meningsuiting, ongeacht de ophef die zij zou kunnen veroorzaken, is er een dwingend argument voor de weigering om concessies te doen aan de ‘ik-voel-me-beledigd’-lobby. In de westerse wereld heeft het gevoel beledigd te zijn een uitgebreide en ongebreidelde kwaliteit verkregen. Zij die zich beledigd voelen door het werk van Lars Vilks zullen geen genoegen nemen met het censureren van zijn cartoons. Onmiddellijk daarna zullen zij bezwaar aantekenen tegen een ‘aanstootgevend’ essay dat een van hun gekoesterde geloofsovertuigingen bekritiseert. Even later zullen ze beledigd zijn door een supermarkt die varkensvlees verkoopt in de verkeerde wijk. En ook andere groepen beledigden zullen eisen dat hun critici het zwijgen wordt opgelegd. De concessies die al aan de beledigden zijn gedaan hebben geleid tot een situatie waarin het aantal woorden dat niet langer mag worden gebezigd zich gestaag uitbreidt waarbij steeds meer gedragingen als onaanvaardbaar worden gezien.

Ook de doodsbedreigingen zijn toegenomen. Je hoeft geen cartoonist te zijn om een doodsbedreiging uit te lokken. Vandaag de dag berichten de media dat de kunstenaar Paul Cummins, wiens papaverinstallatie miljoenen mensen naar Londen heeft getrokken, met de dood is bedreigd omdat een deel van het geld dat door zijn project is binnengehaald naar charitatieve instellingen is gevloeid die banden onderhouden met het leger. Velen, waaronder Vilks, hebben voorspeld dat het na de moorden in Kopenhagen nog moeilijker zal worden om open discussies te organiseren over kwesties die hardliners onder de beledigden als aanstootgevend ervaren. Maar we moeten de kwaadwillende krachten trotseren die het vrije debat onmogelijk willen maken. In plaats van naar excuses te zoeken moeten we erop staan dat het belangrijker dan ooit tevoren is om ons uit te spreken en de vrijheid van meningsuiting te verdedigen.