Doorbreek gesloten bolwerk bij winning van aardgas

Het is veel wijsheid achteraf, maar de conclusie is niet minder schokkend: bij de aardgaswinning in Groningen heeft vanaf de ontdekking van de bodemschat in 1959 de veiligheid van de bewoners geen rol gespeeld. Dat wil zeggen: tot het jaar 2013, wat impliceert dat minister Kamp (VVD), die eind 2012 op het departement van Economische Zaken aantrad, de eerste was die de zorgen van de Groningers serieus ging nemen. Dat is politiek niet zonder betekenis.

De treurig stemmende conclusie over de positie van de bewoners, die al was uitgelekt, werd gisteren bevestigd in het officieel gepubliceerde rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Dit moet wel worden afgezet tegen de euforie die er ooit was bij de vondst van de aardgasbel, de schonere energie die dat alle huishoudens van Nederland bezorgde én de baten voor de schatkist. Die leverden het land economische groei en meer welvaart op, en een royaal, soms te royaal, stelsel van sociale zekerheid. Over zulke effecten had lange tijd niemand iets te klagen, zeker niet toen daardoor bijvoorbeeld de vijfdaagse werkweek kon worden ingevoerd.

Maar naarmate de Groningse bodem vaker ging trillen en schudden en naarmate de aanwijzingen sterker werden dat de gaswinning de oorzaak was van deze aardbevingen, duurde het te lang voordat de waarschuwingen serieus werden genomen. De Onderzoeksraad spreekt van een „gesloten bolwerk” van partijen die bij de gaswinning betrokken waren en nog zijn, zoals de NAM, en die uitsluitend oog hadden voor de baten daarvan. Dat verbaast vooral van publieke instellingen als het Staatstoezicht op de Mijnen, maar ook van TNO en het KNMI dat de NAM lange tijd steunde in haar conclusie dat er geen relatie bestond tussen winning en beving.

Het verbaast bovenal van het ministerie van Economische Zaken. Twintig ministers telde dit departement sinds 1959, hoofdzakelijk behorend tot het CDA (of de voorgangers van deze partij) en de VVD. Het bevestigt het beeld van te zelfstandig opererende ministeries die bovenmatig het eigen deelbelang behartigen en te weinig oog hebben voor het algemeen belang. Het Den Haag van de twaalf (of elf, of dertien) zelfstandige republieken, zoals dat werd genoemd. Juist ministers horen deze verkokering te doorbreken. Daaraan heeft het ontbroken. En de Tweede Kamer liet dat zo.

Aanbevelingen van de OvV verdienen alleen al daarom navolging: een meer onafhankelijke positie voor het Staatstoezicht op de Mijnen en het betrekken van andere ministeries (Infrastructuur en Milieu, Binnenlandse Zaken) bij besluiten over de winning van delfstoffen. Hieraan mag voor het hele kabinet worden toegevoegd: laat veiligheid van de bewoners bepalend zijn voor het beleid.