De filosoof is meer dan het hulpje van de kenniseconomie

Illustratie Nate Beeler

Coen Simon, filosoof: hoe kon je nu uitleggen wat filosoferen is? Tegen die machteloosheid liepen de opiniemakers aan die eind 2014 in de bres sprongen voor de filosofie, nadat op twee universitaire filosofieopleidingen drastisch werd bezuinigd. In hun bevlogenheid, deden ze de filosofie ongewild tekort als het morele kompas van wetenschap en economie.

Zo meenden Floor Rusman (nrc.next) en Bas Heijne (NRC handelsblad) dat de filosoof de ophanden zijnde robotisering van de samenleving in juiste banen kan leiden. Maxim Februari zag met de „uiterst koele, argumentatieve wetenschap” die wijsbegeerte volgens hem kan zijn, ook mogelijkheden om de machtige zorgverzekeraars moreel bij te sturen. En Rob Wijnberg omschreef filosofen in De Correspondent als degenen die nodig zijn om te „kunnen bedenken waar morgen behoefte aan zou moeten zijn.”

Ik wil niemand ontmoedigen die het voor de filosofie opneemt, maar deze behulpzaamheid vormde wel een heel gemakkelijk doelwit voor sceptische wetenschappers zoals bioloog Rosanne Hertzberger, die terecht opmerkte dat je geen filosoof hoeft te zijn om een beetje kritisch na te denken over wat de technologie allemaal vermag. Desalniettemin vind ik ook dat filosofie een onafhankelijke plek moet hebben in het onderwijs, het liefst vanaf de basisschool, maar niet – na eeuwen dienstmaagd te zijn geweest van de religie – slechts als het kritische hulpje van onze wetenschap en kenniseconomie.

Hoe vaak moeten we het adagium van Socrates nog uitleggen? Het enige dat de filosoof weet is dat hij niets weet. Hij verlangt te weten. En wat wil hij weten dan? Nou ja, wat ieder mens wil weten, maar niet onder woorden kan brengen. De filosoof stelt zogezegd de vragen die u nooit durfde te stellen, gewoon omdat er geen antwoorden op zijn. Het zijn vragen over, jawel, de zin van het leven, over het ongewisse van de toekomst en het ongrijpbare van het verleden; over waar het bestaan zich bevindt en waarom er iets is en niet niets. Kwesties die je tijdens het koffiezetten best even naast je neer kunt leggen, maar het verlangen naar antwoorden blijft ons beheersen als een gemis.

De mens doet van alles om vat te krijgen op dit gemis, hij gelooft in goden, bedrijft wetenschap, heeft lief, sticht staten, schrijft geschiedenis, voert oorlogen, viert feesten en maakt muziek, maar zodra de avond valt voelt hij dat geen enkele voorstelling uiteindelijk afrekent met de onwerkelijkheid van de realiteit. Het enige wat hem dan nog rest is de filosofische vraag. En dat is meer dan het lijkt.

Coen Simon is filosoof. In 2012 won hij de Socratesbeker voor zijn boek En toen wisten we alles. Gisteren verscheen van hem Filosoferen is makkelijker als je denkt. Leren denken zonder dogma’s (Ambo|Anthos uitgevers). Dit is een bekorte versie. Lees het volledige artikel achter de betaalmuur.