BAM dacht iets te vaak: beter slecht werk dan geen werk

De erfenis van de crisis: weinig winst, veel risico. BAM verloor in 2014 flink op projecten die te optimistisch waren begroot.

In Diemen legt BAM asfalt aan bij de Uyllanderbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Foto Ton Borsboom/ANP

Een jaar om gauw te vergeten. Dat is 2014 voor BAM. Het bouwbedrijf uit Bunnik leed een nettoverlies van 108 miljoen euro, bleek vandaag uit de jaarcijfers. De omzet steeg wel licht, met 4 procent naar ruim 7,3 miljard euro, vooral door wisselkoersen en verkoop van kantoren.

De bouwmarkt is al jaren moeilijk. Vooral in Nederland kan BAM veel minder bouwen dan voor de crisis. In stedelijke regio’s kan BAM wel meer huizen verkopen, schreef topman Rob Van Wingerden vanochtend, maar er blijven hardnekkige krimpregio’s. En daar komt een lange reeks tegenvallers bovenop.

Zoals een strop van 68 miljoen euro bij twee bouwprojecten in Duitsland en Groot-Brittannië, afgelopen zomer. Een rapport van een analist van Kempen & Co die BAM een „tikkende tijdbom van potentiële probleemprojecten” noemt. Topman Nico de Vries die eerder opstapt. De aankondiging, in oktober, van opvolger Van Wingerden om nog eens 650 banen te schrappen. En het nieuws dat BAM 116 miljoen euro moet afschrijven op ontwikkelrechten op grond en twee toch niet zo lucratieve Ierse tolwegcontracten.

Waar gaat het mis? Het grote probleem in de bouw is „overcapaciteit in een economie die niet lekker draait”, zegt Errol Keyner van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Als reactie hierop hebben bouwers de afgelopen jaren klussen aangenomen tegen te lage prijzen. Hierin zijn ze te ver doorgeschoten, zegt risicospecialist Thinka Bor. „De markt is dodelijk. Projecten worden onder de kostprijs aangenomen.” Met twee vervelende effecten, die ook BAM plagen.

Geen buffers

Als je een klus te goedkoop aanneemt, is er geen ruimte om tegenvallers te bekostigen. „En die heb je in grote, complexe bouwprojecten altijd”, zegt Keyner van de VEB. Zo’n tegenvaller moet je eigenlijk binnen het budget van het project opvangen. Dat moet je begroten, met het risico dat de klus naar de concurrent gaat, die dat niet doet. Als het budget te klein is voor tegenvallers, moet het bedrijf op z’n minst genoeg reserves hebben. Maar die hebben veel bouwbedrijven niet meer.

Geen zicht op gevaren

Hoe schat je die onverwachte tegenvallers in? Daarvoor doen bouwers risicoanalyses. Ze onderzoeken de bodem, de omgeving, de economische omstandigheden, zegt Jan-Pieter Eelants van CROW. Hij is expert in risicomanagement in de bouw. Hoe meer concurrentie, hoe minder werk een bouwer maakt van risicoanalyse. Eelants: „Het wordt niet beloond in de aanbesteding. Bouwbedrijven denken: beter slecht werk dan geen werk.”

Overigens draait de aannemer niet altijd voor 100 procent op voor pech. Als het de bodemrisico’s zo goed mogelijk heeft onderzocht, moet de opdrachtgever vaak ook meebetalen.

Wat moeten bouwers zelf doen? Meer discipline opbrengen, vindt Thinka Bor. „Het risicobudget groter maken, soms nee durven zeggen en goed onderzoek doen. Bodemcondities kun je echt vaststellen met geologische kaarten en proefboringen.”

BAM, dat toegeeft last te hebben van de oude contracten, gaat ook strenger worden. In deze krant zei Van Wingerden dat „een deel van onze portefeuille nog op de oude manier aangenomen is – zo’n 20 tot 30 procent”. Hij erkende dat het risico voor dat deel groter is. Nu komen er meer „checks and balances”.

Maar streng zijn heeft een prijs. „Dat is precies de spagaat waar bouwers inzitten”, zegt Keyner van de VEB. „Als ze nee zeggen tegen klussen met een te lage prijs, ontkomen ze niet aan kostenreductie.” Door ontslagen of reorganisatie. BAM heeft nu een duur bezuinigingsprogramma opgetuigd. Keyner acht het „zeer denkbaar” dat BAM nog te maken krijgt met tegenvallers uit oude projecten.

Beleggers zien de toekomst zonniger in. De koersen van BAM en Heijmans stijgen al weken, en dat ging vanochtend door. De verklaring van beursanalist Michel Aupers van Rabobank is dat nu de markt begint aan te trekken, beleggers op zoek zijn naar achterblijvers.