18 jaar: nu gaat het beginnen

De vier achttienjarige Amsterdamse gymniasten van Palio Superspeed Donkey willen ooit op Glastonbury spelen.

Palio Superspeed Donkey: Willem Smit (links), Ruben van Weegberg, Sam Vermeulen, Camiel Muiser. Foto Andreas Terlaak

Er is één groot voordeel nu ze allemaal achttien zijn geworden, zeggen de vier tieners die samen de rockgroep Palio Superspeed Donkey vormen. Eindelijk kunnen ze zo vaak optreden als ze willen, zonder de hete adem van de Arbeidsinspectie in hun nek. Zanger/gitarist Sam Vermeulen, gitarist Willem Smit en drummer Camiel Muiser waren zestien toen eind 2012 hun EP Wateramp verscheen. Bassist Ruben van Weegberg moest op dat moment nog zestien worden. De inspectie stond hun slechts 35 optredens per jaar toe. Vandaar dat ze hun plaatpresentatie hielden in de gymzaal van hun school, het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam, bij wijze van „openbare gymles”. Zo telde het niet mee als een regulier optreden.

Inmiddels zitten Sam, Willem, Ruben en Camiel op het goede spoor om over een paar maanden hun diploma te halen. In de weekends voltooiden ze hun debuutalbum A Funny Sunrise met de sturende hand van producer Michel Schoots, de voormalige drummer van de Urban Dance Squad. „Hij zorgde ervoor dat we elk nummer op een andere manier benaderden”, zegt Willem, „zodat niet alles hetzelfde tempo en dezelfde sound kreeg. Daarom is het zo’n lekker afwisselend album geworden.”

Jonge honden zijn het nog steeds, maar de twee jaar waarin ze zich als band konden ontwikkelen heeft de muziek goed gedaan. De rusteloze energie van toen heeft plaatsgemaakt voor een evenwichtiger geluid waarin al hun voorkeuren en invloeden tot uiting komen. Als muzikantenkinderen hadden Willem (zoon van zanger John Cees Smit van Scram C Baby) en Camiel (vader Christan Muiser drumde bij de Cylinders) een voorsprong. Willem rekent Scram C Baby nog altijd tot zijn favorieten. „Mijn vader háát het als ik dat zeg. Er is gewoon geen betere rockband in Nederland.” Als Sams vader hem naar voetbal bracht werd er hardrock gedraaid op de autoradio. „Deep Purple en Led Zeppelin, daar hou ik nog steeds intens van. Maar ook Prince en James Brown staan op mijn playlist. Al die dingen komen terug in onze muziek. Altijd met een twist, want we streven natuurlijk naar iets wat helemaal van onszelf is.”

Pavement, Pixies, Fugazi en Arctic Monkeys zijn andere namen die vallen. Toch heeft Palio Superspeed Donkey soms een uitgesproken Nederlands tintje. Midden in de tekst van het door Star Wars geïnspireerde Obi-One kan Sam opeens de woorden „helemaal niets” scanderen. Of hij beschrijft met „bicycle wheels are splashing about” een typisch Amsterdams tafereel. Gitarist Willem schrijft alle teksten, als een Pete Townshend van de band. „Ik richt me op de klank van woorden. Als iets lekker klinkt, vind ik dat belangrijker dan een tekst waar diepe persoonlijke gedachten in verwerkt zitten.”

Hun ambities strekken tot ver over de grens. Het is zijn droom om op het Engelse Glastonburyfestival te spelen, zegt Sam. „Maar je moet niet denken dat je dan meteen op het grote podium staat”, fluit Camiel hem terug. Op school wordt er niet anders tegen hen aangekeken nu ze aanstormende popsterren zijn. „Het is helemaal niet meer cool om in een band te zitten”, zegt Ruben droog. „Tegenwoordig kun je beter een gamer zijn. Die krijgen alle meisjes.”