Worstelend met de Amerikaanse droom

Twee mannen in de schaduw van anderen, twee mannen die ontdekken dat talent en ambitie niet te koop zijn, en niet tot bloei komen op een bodem van frustratie en miskende gevoelens.

Er zijn van die verfilmde, waar gebeurde verhalen waarvan het soms beter is om geen voorkennis te hebben. Dus voor iedereen die niet per se enorm veel weet van worstelen of Amerikaanse misdaadgeschiedenis: blijf weg van Wikipedia en bekijk Foxcatcher gewoon als de moderne mythe die regisseur Bennett Miller ervan gemaakt heeft.

Die is bijna te mooi om waar te zijn: over de rijke erfgenaam van het Du Pont-concern die in de jaren tachtig zijn eigen worstelteam kocht in de hoop de prijzenkast van de familie met zijn eigen medailles te kunnen vullen. Er zijn mensen die hun dagen doorbrengen met postzegels verzamelen of vogels bestuderen – overigens ook hobby’s van deze prins Charles-achtige John du Pont. En je hebt mensen die het zich kunnen veroorloven om worstelaars te verzamelen en ermee te spelen. Als met schaakstukken. Of zoals de jachthond met een vos in zijn bek.

De trailer van Foxcatcher.

Die laatste vergelijking gaat nog het meeste op in Foxcatcher, waar de desillusies van de Amerikaanse geldaristocratie in botsing komen met de dromen van de werkende klasse. De Du Pont-familie heeft niet voor niets de vos als wapen, en in de naam van hun uitgestrekte landgoed in Pennsylvania. Het is een familie die fortuin heeft gemaakt met wapens en raspaarden, met de jacht op geld en de jacht als spel. Maar nu zijn alleen de laatste steriele zoon en zijn moeder nog over. De koningin en haar troonopvolger. De zoon die zich, impotent, aan de dominante moeder moet ontworstelen. Letterlijk dus. Want ook het worstelen wordt een metafoor.

IJzingwekkende psychologische sportthriller

De twee broers Dave en Mark Schultz, die hij zijn kampioenen wil maken, vechten een andere wedstrijd: met elkaar, en in het geval van Du Ponts protegé Mark ook vooral met zichzelf. Veelzeggend is de eenzaamheid van een scène in het begin van de film waarin hij met een worsteldummy op de vloer ligt. Even betekenisvol als de daaropvolgende scène waarin Dave en Mark samen worstelen en de tederheid en wreedheid van broederliefde met elkaar communiceren in dansende bewegingen.

Miller heeft een goed oog voor dit soort finesses. Ze vormen de echte ware geschiedenis onder zijn ijzingwekkende psychologische sportthriller over thema’s als eerzucht en competitie, vader- en voorbeeldfiguren, en een zekere verweesdheid als leidmotief van de Amerikaanse cultuur.

Foxcatcher is ook de film van acteurs Steve Carell (in amfibieachtige vermomming, als een krokodil op de loer) en Channing Tatum. Het roofdier en zijn prooi, en hun perverse, destructieve rondedans. Twee mannen in de schaduw van anderen, twee mannen die ontdekken dat talent en ambitie niet te koop zijn, en niet tot bloei komen op een bodem van frustratie en miskende gevoelens. Daarmee is Foxcatcher het grimmige kind, het gedegenereerde gebroed, van die andere Amerikaanse halfgoden: de krantenmagnaat in Citizen Kane en filmmaker en vliegtuigbouwer Howard Hughes uit Martin Scorseses The Aviator.