Bij Telegraph bepaalt de adverteerder. Daarom stopte deze journalist

Trots was hij, toen hij vijf jaar geleden werd benaderd om chief political commentator te worden van Daily Telegraph, met een betaalde oplage van ruim een half miljoen de grootste conservatieve kwaliteitskrant van het Verenigd Koninkrijk. Gisteren, vijf jaar later, trad hij terug. Waarom?

“Integriteit en superieure nieuwsverslaggeving” waren de twee kenmerken van de krant die Peter Oborne in september 2010 naar zijn nieuwe betrekking lokte. Hij was trots dat hij deel ging uitmaken van een “formidabele traditie van politieke commentaren schrijven” voor de krant die zijn militaire grootvader al las. Maar nu is hij boos en gefrustreerd.

De Telegraph is de Telegraph niet meer, schrijft Oborne in een lijvig stuk van drieduizend woorden op de website Opendemocracy.net. Daarin licht Oborne uitvoerig toe waarom hij ontslag nam: de krant heeft de ooit heilige scheiding tussen commercie en redactie laten varen. Adverteerders hebben zichtbaar greep op de journalistieke inhoud gekregen. Een “vorm van lezersbedrog”:

“Lezers kopen de Telegraph omdat ze die kunnen vertrouwen. Als de belangen van adverteerders redactionele afwegingen mogen bepalen, hoe kunnen lezers dat vertrouwen dan nog behouden?”

Hoofdredacteuren werden content managers

Aan de hand van verschillende voorbeelden beschrijft Oborne dat de Telegraph op dit punt is afgegleden de laatste jaren. De krant is sinds 2004 in handen van de Britse miljardair-tweeling David en Frederick Barclay. Sindsdien werden hoofdredacteuren te pas en te onpas vervangen - en heten die tegenwoordig “content managers“. Het aantal taalfouten nam toe, de buitenlandredactie werd gedecimeerd en er is bij de Telegraph een “click cultuur” ontstaan: het aantal bezoekers op de website is belangrijker dan het journalistieke gewicht van stukken.

Inhoudelijk komt Oborne met een aantal pregnante voorbeelden waarin adverteerders vat hebben op de verslaggeving. Zo publiceerde de krant in tegenstelling tot andere Britse kranten geen enkel stevig commentaar over de volksprotesten vorig najaar in Hongkong. Begin december ontvingen de lezers van de Telegraph wel een gelikte commerciële bijlage over China.

De krant had in september marginaal aandacht voor een boekhoudschandaal bij het Britse supermarktconcern Tesco - andere kranten pakten er groot mee uit. Wel verschenen er in die periode andere verhalen over Tesco in de categorie ‘Dit is de kat die vier jaar in een Tesco-winkel woonde’.

Oborne deed geregeld zijn beklag bij Murdoch MacLennan, de directeur van het krantenconcern. Bij een van die gelegenheden bevestigde MacLennan hem dat “adverteerdersinvloed was toegestaan op de redactionele inhoud”, maar dat het niet zo erg was als Oborne het zich voorstelde.

HSBC trok advertenties terug

Dieptepunt in de vercommercialisering van de krant is de relatie met de Britse zakenbank HSBC, een belangrijke adverteerder. Herhaaldelijk constateerde Oborne dat kritische verslaggeving over een valutaschandaal of belastingontduiking uit de krant wordt gehouden of van de website wordt verwijderd. HSBC zou enige tijd zijn advertenties in de krant hebben opgeschort. Het grote schandaal dat vorige maand via andere Britse en buitenlandse kranten aan het licht kwam over miljarden aan zwart geld bij de Zwitserse tak van HSBC, kreeg in de Telegraph nauwelijks aandacht.

“Je had een microscoop nodig om dit verhaal in de Telegraph te vinden.”

Dat was de directe aanleiding om van zijn aanvankelijk heimelijk ingediende ontslag, een publieke aanklacht te maken. “Ik voel me verplicht om dit alles publiek te maken.” Ten eerste omdat hij zich zorgen maakt over de toekomst van zijn krant. En in de tweede plaats omdat ook de democratie op het spel staat. “Vrije pers is essentieel voor een gezonde democratie.”

Gisteravond gaf Peter Oborne een toelichting op zijn vertrek in een interview op Channel 4.