Van afwas tot beddengoed: zij ruimt na je dood je huis op

Rosalie Bonnerman ruimde de afgelopen jaren zo’n tweehonderd huizen van overledenen op. Voor alle spullen zoekt ze een nieuwe bestemming, tot het wc-papier aan toe.

Een tweekamerappartement levert ze na drie tot vier dagen bezemschoon op. Foto Niels Blekemolen

In het huis van een overledene vindt ze regelmatig geld: tussen boekpagina’s, in de zomen van gordijnen, onderin een bureaulade of tussen een stapel oude kranten.

Rosalie Bonnerman ruimt huizen van overledenen op. „Met liefde”, zegt ze er expliciet bij, want liefde is er niet altijd in haar vak. „Ontruimers zetten vaak een container voor de deur en kieperen kastlades met inhoud en al erin. Ik werk precies het tegenovergestelde: alles wat er in een laatje ligt, gaat door mijn handen.”

En niets gaat de prullenbak in. Van afwas tot erfenis, van fotoboeken tot whiskyglaasjes, van bijzondere verzamelingen tot een schuur vol tuingereedschap: Bonnerman weet er raad mee. Nadat alles getaxeerd is en de familie haar keuzes heeft gemaakt, gaan de overige spullen het huis uit.

„Ik gooi niets weg. In haar Volvo 940 brengt ze pannen, kleine meubels en keukenapparatuur naar een kringloopwinkel, handdoeken geeft ze af bij het asiel, keukenrollen, wc-papier en eten in blik gaan naar de Voedselbank. Camera’s en muziekinstallaties verkoopt ze op Marktplaats, goede kleding gaat naar de tweedehandswinkel, dekens, lakens en overige kleren brengt ze naar Stichting Kinderen in Nood. Voor alles vindt ze een bestemming. „Mensen die met mij werken zeggen soms dat ik gek ben; als ik een bakje met knopen vind, haal ik de goede eruit; een stapel handdoeken gaat in de wasmachine en daarna naar het goede doel. Dat is extreem, maar zolang iets niet stuk is, zorg ik voor hergebruik en daar laat ik me niet van afbrengen.”

Het spannendste zijn de kasten

In haar branche heb je opkopers en ontruimers, die zijn van het grove werk. In de categorie van Bonnerman zijn er nog een paar mensen - vooral vrouwen - die een boedelafwikkeling met zorg begeleiden.

Toen haar overbuurvrouw in 1999 overleed wisten de kinderen niet waar ze moesten beginnen. „Ik ben praktisch en heb snel het overzicht, dus ik bood aan om te helpen. Gelukkig, want ze hadden al een opkoper gebeld. Zo iemand biedt één bedrag voor de totale inboedel en mensen gaan akkoord omdat ze dan snel van alle spullen af zijn. Ik haalde de prachtige Chinese borden en kommen van de muur en bracht ze naar een veilinghuis, waar ze veel geld opleverden.” Vlak daarna mocht ze het huis opruimen van de overleden ouders van een vriend. Sindsdien volgt het ene huis na het andere. Mond-tot-mondreclame zorgt voor de meeste klanten en daarnaast wordt ze aangeraden door notarissen en executeurs testamentairs.

De 65-jarige dame, keurig gekleed, keurige bedrijfsnaam (Estate Solutions), krijgt een twinkeling in haar ogen: „Het spannendste is als ik voor het eerst de kasten openmaak. De driezitsbank en het tapijt zijn voor iedereen zichtbaar, maar wat tref ik aan achter die deurtjes? Wat ligt er op zolder en in de kelder? Daar ben ik steeds weer benieuwd naar.”

Ze begint altijd op zolder en eindigt in de kelder. De afgelopen vijftien jaar ruimde ze zo’n tweehonderd huizen op. Van tweekamerflats tot grote, vrijstaande panden. Soms doet ze het alleen, soms helpen familieleden van de overledene en soms schakelt ze zzp’ers in. Bonnerman kijkt op haar papiertje en zegt: „Even spieken hoe dat ook alweer heet. Juist, mijn flexibele schil.”

Soms gaat het naar een goed doel

Een tweekamerappartement levert ze na drie tot vier dagen bezemschoon op. Met een vrijstaand huis is ze al gauw een maand bezig, afhankelijk van hoe vol het staat. Ze werkt fulltime en stroopt ook in het weekend regelmatig de mouwen op. Behalve boedelafwikkeling bij overlijden, kun je haar ook inhuren voor hulp bij het splitsen of samenvoegen van huishoudens. Ze werkt op basis van een uurtarief, maar Bonnermans intentie is om zichzelf terug te verdienen of in elk geval haar kosten aanzienlijk te verlagen dankzij de opbrengsten van de spullen die ze verkoopt.

Soms verkiezen mensen een goed doel boven geld. Zo gaat een zilveren dwarsfluit binnenkort naar het Leerorkest, een stichting voor kinderen die zelf geen instrument kunnen betalen. Inmiddels heeft ze een lange lijst met doelen, maar compleet is die nooit, in elk huis komt ze weer iets nieuws tegen. Dat geldt zowel voor de spullen als de mensen, want „boven alles is dit een mensenvak”.

Er is niet één specifieke vondst die ze het meest bijzonder vond. Ze zag stokoude tijdschriften, inventarislijsten van Amsterdamse kooplieden, verzamelingen van postzegels, sigarenbandjes en suikerzakjes. Onlangs trof ze een collectie oude briefkaarten. „De dingen die ik geweldig vind, hebben vaak geen waarde, maar zijn oude leukigheid.” Voor elke bijzondere verzameling of ouderwets keukenapparaatje is wel een gegadigde, via Google komt ze in contact met liefhebbers.

Emoties hoef je in dit vak niet te kunnen uitschakelen. „Als ik tranen voel opkomen, laat ik het toe. Soms kan ik er gewoon niet omheen.” Van elke opdracht moet ze afkicken. „Ik ga elke keer door een heel leven heen. Het werkt het beste als ik meteen doorga naar een nieuw huis.”