Column

Pechmail

Onlangs ontving ik tot mijn niet geringe verbazing de volgende mail. „Mijn excuus om u op deze manier te moeten vragen. Ik heb een reis naar Manchester, Verenigd Koninkrijk, gemaakt en mijn tas is toen gestolen, in mijn tas zaten allemaal belangrijke spullen zoals, telefoons, geld en mijn paspoort. De ambassade wil mij helpen door mij te laten vliegen zonder paspoort. Het enigste wat ik moet doen is een vliegticket kopen en mijn hotel rekeningen betalen. Helaas heb ik geen toegang tot mijn rekeningen zonder mijn credit card. Ik heb contact gezocht met mijn bank, maar ze hebben tijd nodig voor ze mij een nieuwe credit card kunnen vragen, Dus wou ik u vragen om mij snel wat geld te lenen dat ik zo snel mogelijk aan u terug geef zodra ik terug ben. Ik moet 1,500 Euro en MoneyGram is de snelst mogelijke manier om te doen. Ik kan u mijn gegevens sturen hoe u geld kunt over maken aan mij. Ik hoop snel van u te horen.”

Ik keek naar de ondertekening. Die was van een man die ik nooit in persoon ontmoet had, maar met wie ik enkele jaren eerder wel een korte mailwisseling had gevoerd. Hoe vreemd. Waarom vroeg hij uitgerekend mij hem te hulp te snellen nu hij in benarde omstandigheden verkeerde? Toevallig wist ik dat hij een goed contact had met enkele van zijn familieleden.

Ik las de mail nog eens goed door. Die eerste zin – uitgesproken slecht Nederlands. De voorlaatste zin ook. Er zaten foutjes in de interpunctie, een woord als hotelrekeningen was op een ongebruikelijke manier gesplitst. Engels leek de voertaal van de opsteller. Kortom, geen cleane koffie.

Ik belde de ondertekenaar. Allerlei bekenden hadden hem al op de mail geattendeerd, vrijwel iedereen had het bedrog doorzien. Toch was er ook een goedgelovige zwager die al op het punt stond geld over te maken. De gedupeerde legde me uit dat zijn e-mailaccount door Nigeriaans geboefte was gehackt om vervolgens uit zijn naam valse e-mails naar zijn contacten te versturen. Graag zou hij die contacten zo snel mogelijk willen inlichten, maar de Nigerianen hadden alle mailadressen ‘meegenomen’.

Terwijl hij dit alles vertelde, begon me te dagen dat ik al vorig jaar een soortgelijke mail had gekregen van een fotograaf die ik maar van één ontmoeting kende. Toen had ik nog geen wantrouwen gekregen, alleen maar een gevoel van gêne – zoiets vraag je toch niet aan iemand die je nauwelijks kent? Nu besefte ik dat ook hij een slachtoffer was geweest.

Ik moest denken aan de 17-jarige autistische jongen uit het Engelse Windsor, die dit jaar zelfmoord pleegde, nadat hij zo’n zogenoemde phishing mail had gekregen van de ‘politie’. Die zou een onderzoek zijn begonnen naar ‘ondeugdelijke plaatjes’ op zijn computer. Of hij maar even 100 pond wilde overmaken. De jongen nam de mail serieus en maakte een einde aan zijn leven.

‘Pechmail’ noemden ze bij de Fraudehelpdesk het soort mails dat ik kreeg. Iemand doet zich zielig voor en vraagt om hulp. De eerste mails van deze aard dateren uit de zomer van vorig jaar.

Het vervelende is dat ik net van plan was een hulpactie te starten voor armlastige columnisten; de crisis slaat ook in die beroepsgroep toe. Als al mijn lezers bereid waren ieder 5 euro op mijn bankrekening te storten, zouden die columnisten voorlopig uit de brand zijn, en ik misschien ook wel. Ik had binnenkort willen beginnen, maar wie gelooft mij nu nog? Pech.