Oscar houdt niet van politiek

Het politieke debat over Clint Eastwoods hitfilm ‘American Sniper’ reduceert zijn Oscarkansen. Want The Academy houdt niet van politiek.

Scherpschutter Chris Kyle (Bradley Cooper) legt aan voor zijn zoveelste slachtoffer inAmerican Sniper.

Amerika is the greatest country on earth, zegt Chris Kyle nonchalant aan het begin van American Sniper. En als macho scherpschutter is Kyle – gespeeld door Bradley Cooper – ook bereid om zijn leven te geven voor ‘het beste land ter wereld’, vertelt hij een vrouw in een café. Ze heeft hem een egoïst genoemd, en dat valt verkeerd. Wat is er egocentrisch aan iemand die bereid is zich op te offeren voor het vaderland, vraagt Kyle zich hardop af.

Dat onbeschaamde patriottisme staat centraal in de film van Clint Eastwood. Het hielp American Sniper misschien ook in een paar weken al aan bijna 400 miljoen dollar recette: voor het eerst gaan Amerikanen massaal naar een speelfilm over de Irakoorlog. Maar dat vertoon van vaderlandsliefde kan ook een van de redenen zijn dat Eastwood zondag met lege handen de Oscaruitreiking verlaat. American Sniper is genomineerd voor zes prijzen, en volgens peilingen zou het Amerikaanse publiek hem die ook geven. Maar het electoraat voor de Oscars is The Academy, zo’n zesduizend Hollywoodinsiders. En die gaven American Sniper al een snub – ‘snauw’ – door hem wel voor beste film, maar Eastwood niet voor beste regie voor te dragen. In zo’n geval win je zelden de Oscar voor beste film.

Een probleem is de controversiële thematiek: dankzij de film woeden in de VS opnieuw debatten over de Irakoorlog en over de rol van de scherpschutters. Ook het waarheidsgehalte van de memoires van Kyle, waar de film op is gebaseerd, staat ter discussie. De linkse filmmaker Michael Moore zet scherpschutters als ‘lafaards’ weg, acteur/regisseur Seth Rogen (The Interview) noemt de film een sterk staaltje propaganda. Al wordt die mening niet breed gedeeld, progressieve critici moeten ook weinig hebben van Kyle, de ‘effectiefste’ scherpschutter in de Amerikaanse geschiedenis. Totdat hij in 2013 werd vermoord door een oorlogsveteraan die hij probeerde te helpen, was Kyle een ‘flag waving patriot’ uit Texas. En dan maakt juist de actieve Republikein Eastwood een film over hem, de man die twee jaar geleden presidentskandidaat Mitt Romney nog meende te moeten helpen met een verwarde tirade tegen een stoel met een denkbeeldige Obama.

Of The Academy nu een progressief broeinest is of niet: politiek wil men niet op de Oscarceremonie. Men denkt huiverend terug aan Michael Moore die zijn Oscar voor Bowling for Colombine in 2003 gebruikte voor een boze speech tegen de invasie in Irak. („Shame on you, Mr. Bush!”) Een recenter voorbeeld is de film Zero Dark Thirty van regisseur Kathryn Bigelow over de jacht op Osama bin Laden. Die film werd zeer positief ontvangen, bracht 133 miljoen dollar op, maar won in 2013 slechts één armetierige Oscar (voor geluid). De film toonde marteling door de CIA als routine, wat een fel debat in Washington én binnen The Academy ontketende. Dat torpedeerde de Oscarkansen van het zeer waarheidsgetrouwe Zero Dark Thirty.

Zo is ook American Sniper verrassend apolitiek. Kyle is geen simpele held, maar een complex karakter dat worstelt met zijn geweten. En Eastwood doet geen moeite de Irakinvasie goed te praten. Tim Gray van vakblad Variety hoopt dan ook nog steeds op Oscarkansen: „Een kenmerk van een goed kunstwerk is dat mensen het verschillend interpreteren.” De film is een hit in het conservatieve midden van Amerika maar ook in de progressieve kuststeden. „Waarom zouden Oscarkiezers anders zijn?”

Precies zo verdedigde scenarioschrijver Mark Boal vooraf zijn Zero Dark Thirty, hij noemde het een rorschachtest waar iedereen in ziet wat hij wil zien. Maar daar gaat het niet om. Het punt is dat The Academy elke indruk wil vermijden dat het gouden beeldje wordt uitgereikt aan deze of gene politieke stellingname. Dus als je een rivaal in problemen wilt brengen: begin een politiek debat over zijn film.