Opmars ‘boekhouders’ na hervorming jeugdzorg

Contracten met vele gemeenten leiden tot rompslomp.

Jeugdzorginstellingen moeten extra mankracht inzetten wegens de administratieve rompslomp die het gevolg is van de decentralisatie van de jeugdzorg. Dat blijkt uit een rondvraag onder regionale en landelijke jeugdzorginstellingen, die samen 18.000 kinderen behandelen. Zo heeft de Mutsaersstichting, een jeugd-ggz-instelling met bijna 2.000 kinderen onder haar hoede, dit jaar zes fte’s ingehuurd. Vorig jaar had de Mutsaersstichting een contract met slechts tien partijen. Nu, na de overheveling van de jeugdzorg, moet de instelling zaken doen met 75 gemeenten. Dat leidt tot een lappendeken aan contracten en betalingsregimes. „De regeldruk is enorm toegenomen”, zegt Erwin Scheepers, controller bij de instelling.

Het kabinet heeft de jeugdzorg op 1 januari juist overgeheveld naar gemeenten om de efficiëntie van de zorg te vergroten. Gemeenten staan ‘dicht bij burgers’, redeneert het kabinet, en decentralisatie leidt tot minder versnipperde zorg. Dat spaart geld, verwacht Rutte-II. Tot en met 2017 bezuinigt het daarom 15 procent op het jeugdzorgbudget van gemeenten. Die berekenen dat door aan instellingen.

De instellingen constateren in administratie echter meer versnippering. Zo is het verzenden van de rekeningen voor geleverde zorg tijdrovend. Die moeten naar vele gemeenten. Maar die zijn vaak nog niet aangesloten op het communicatiesysteem hiervoor, Vecozo. Curium-LUMC, een jeugd-ggz-instelling in Oegstgeest voor onder meer kinderen met autisme, stuurt de rekeningen daarom nu via e-mail of via de post naar gemeenten. De ene wil de rekening per maand, de andere per kwartaal. Factuur A moet uitgesplitst naar behandelduur, factuur B naar behandelsoort. „We zijn tien keer meer tijd kwijt aan administratie dan vorig jaar”, zegt directeur bedrijfsvoering Esther Reinhard. Curium-LUMC huurt twee extra krachten in.

Maar het budget van Curium-LUMC krimpt dit jaar met 10 procent. Gedwongen ontslag van „vijf à zes” mensen is onvermijdelijk. zegt Reinhard. Dat zullen zorgverleners zijn, en geen administratieve krachten. „Anders lopen we gewoon geld mis.” Gevolg: langere wachttijden van „zeker een paar maanden” bij dagbehandelingen.

Marjanne Sint, voorzitter van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) die toeziet op de continuïteit van de jeugdzorg, noemt het probleem van de bureaucratie een „serieus en onbedoeld effect” van de decentralisatie. „Niet alleen instellingen hebben er last van, ook gemeenten zelf.” Een snelle oplossing is er niet, zegt ze. „Het is nu eenmaal de uitkomst van het inkooptraject dat door de wetgever bedoeld is.”

Staatssecretaris Van Rijn (VWS, PvdA) laat weten „intensief in gesprek” te zijn met brancheorganisaties en gemeenten over „standaardisatie” van declaraties.