Kinderen in Liberia weer naar school – na ebola

Het normale leven in Liberia keert langzaam terug. Maar de grootste ebola-uitbraak ooit is nog niet helemaal voorbij.

Terug naar schoolin Monrovia Foto Zoom Dosso/AFP

In Liberia gaan na vijf maanden ‘ebolavrij’ de kinderen weer naar school. De scholen waren gesloten vanwege de ebola-epidemie die Liberia en de buurlanden Guinee en Sierra Leone al een jaar in de ban houdt. Maandag gingen lagere en middelbare scholen in Liberia weer open. Niet alle leerlingen kwamen opdagen, schrijven de persbureaus, want er was onduidelijkheid over de datum.

Aanvankelijk zouden de scholen al begin februari opengaan, maar dat werd verschoven naar 16 februari en zelfs naar 2 maart. Op een wat laat moment kwam het ministerie toch op 16 februari uit. Een paar privéscholen hebben besloten toch aan 2 maart vast te houden, schrijft persbureau AFP.

De heropening van de scholen is het teken dat het normale leven terugkeert in de drie West-Afrikaanse landen die hard getroffen zijn door de grootste ebola-uitbraak ooit. De WHO meldde gisteren dat er nu in totaal 23.218 ziektegevallen zijn geregistreerd, waarvan er 9.365 zijn overleden aan het virus.

De epidemie lijkt in Liberia het best onder controle. Toch zijn de scholen in Guinee een maand geleden alweer begonnen. In Sierra Leone, waar de epidemie veel moeilijker onder controle lijkt te worden gebracht, is besloten nog tot eind maart te wachten.

Eind januari was iedereen optimistisch dat de ebola-uitbraak die in decmeber 2013 in Guinee begon definitief onder controle was. Vanaf half december was het wekelijkse aantal nieuwe patiënten spectaculair gedaald. In de laatste januariweek dook het aantal nieuwe patiënten voor het eerst sinds een half jaar onder de honderd: het waren er 99. In de eerste week van januari waren er nog 370 nieuwe patiënten.

De daling zette in februari voorlopig niet door. In de eerste twee weken werden er 124 en 144 nieuwe patiënten geteld. Het lijkt er dus op dat de epidemie op een lager pitje doorsuddert.

De regeringsleiders van de drie zwaarst getroffen landen hebben zich zondag ten doel gesteld dat er over 60 dagen geen nieuwe ebolapatiënten in hun landen meer bij komen. Ze waren in de Guinese hoofdstad Conakry bijeen voor een ebolavergadering van de Mano River Union. Dat is een al sinds 1973 bestaand economisch samenwerkingsverband tussen Liberia, Guinee, Sierra Leone en Ivoorkust. Na jaren van burgeroorlogen in de aangesloten landen is de unie een paar jaar geleden weer gerevitaliseerd.

In Conakry besloten de regeringsleiders van de ‘ebolalanden’ de staart van de epidemie te bestrijden door een tweezijdige aanpak. Enerzijds moet er op nationaal niveau een betere grenscontrole komen, zodat besmette patiënten niet de kans krijgen om naar andere landen te reizen. Anderzijds is juist voor de preventie de lokale gemeenschap belangrijk. Daar moet iedereen ervan worden doordrongen dat ebola echt bestaat en dat het gevaarlijk is besmettingen niet te melden. Uit evaluaties van deze ongekend langdurige en grote ebola-uitbraak blijkt dat ontkenning en verzet in lokale gemeenschappen heeft bijgedragen aan het doorgaan van de besmettingen.

De regeringsleiders spraken af dat in hun postebolatijdperk de wederopbouw van de gezondheidszorg en het stimuleren van lokale kleine en middelgrote bedrijven voorrang krijgen.

Er is ook internationaal aandacht voor de economische en gezondheidskundige toestand in Guinee, Sierra Leone en Liberia. De EU houdt op 3 maart een eendaagse conferentie in Brussel over de afloop van deze epidemie, de eventuele mogelijkheden om het virus helemaal uit te roeien en het herstel van de getroffen landen.