Column

Een hoger salaris. Hoe regel je dat?

Wekelijks geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor.

Meer tips? Volg @japked op Twitter

Kasten vol managementboeken zijn er over geschreven: hoe je meer salaris krijgt. Dat is natuurlijk niet zomaar. Want hoeveel je ook van je collega’s houdt, van de kroketten en de systeemplafonds, van zonneschijn alleen kun je niet leven.

Ik ben daarom een enorme voorstander van salarisverhoging. Zelf heb ik altijd mijn meest recente loonstrook aan de binnenkant van mijn broekspijp geplakt zodat ik er op maandagmorgen in de trein in de aftershave- en knoflookwalm even naar kan kijken. Vervolgens hoor je mij de rest van de week niet meer klagen.

Toch merk ik dat veel van mijn collega’s minder gelukkig zijn. Dat komt wellicht doordat de meeste tips uit die boeken om een salarisverhoging te bemachtigen grote bullshit zijn. Zo lees ik weleens dat je argumenten moet verzamelen waarom je een hoger salaris waard bent. Hou eens op zeg. Alsof je iets krijgt als je ergens een argument voor hebt. Dan kunnen we de hele kantoorjungle wel opdoeken.

Ik zou zeggen: timing is belangrijker. Salarisverhoging is volledig afhankelijk van hoe je baas de nacht ervoor geslapen heeft, of hij nog last heeft van zijn rug en hoe het thuis gaat. Je vraagt dus geen opslag als je baas net met zijn nieuwe auto tegen het paaltje van de parkeergarage is aangereden. Wél als hij net terug is van vakantie en zijn vrouw niet mee was.

Maar zeuren werkt ook prima. Denk aan het gezegde: wie zeurt, krijgt een beurt. Het is lastig, want niemand wil een zeiksnor zijn, maar je moet jezelf op zo’n moment even zien als je eigen zaakwaarnemer. Ik heb zelf altijd een badge op als ik in onderhandeling ga met mijn baas, met ‘zaakwaarnemer Japke-d. Bouma’ erop. En als hij dan met een waardeloos voorstel komt zeg ik: „Sorry, maar hier krijgt Japke-d. Bouma haar begroting niet mee rond’. Verder laat ik veel stiltes vallen en noem ik het geen salarisverhoging, maar een ‘salarisaanpassing’. Dan kan mijn baas later zeggen: ‘alles in orde hoor. Ik heb haar salaris aangepast.’

Chantage werkt ook. Zo heb ik al mijn eisen ingewilligd gekregen sinds ik weet dat de meneer van de salarisadministratie een verzameling enge poppen in witte bruidsjurkjes op zijn bed heeft en een schuur in de tuin met een groot slot erop.

Maar wat voor mij het beste gewerkt heeft: playing hard to get. Zeggen dat het je echt HELEMAAL niks kan schelen, dat hele salaris. En dat je al drie aanbiedingen hebt laten lopen van concurrenten, alleen deze week al. Zeg anders dat je je salaris vast wilt laten zetten, voor vijf jaar, net als energiebedrijven met hun tarieven doen. Of vraag desnoods MINDER salaris. Net als met daten zal je baas je juist méér affectie (salaris) geven omdat hij denkt: ‘potverdikkie hee, díé moeten we houden’.

Wat in ieder geval níét werkt: puppyogen en bescheidenheid. Dat soort ‘makkelijke’ werknemers heeft je baas nodig om het salaris van de bikkelharde pokerfaces mee te bekostigen. Geld is er genoeg op kantoor. Als het je niet lukt het te pakken te krijgen, betekent het dat jouw deel naar de betere onderhandelaars gaat.