Huiveringwekkend en mooi tegelijk

In de jaren negentig was het een term die je regelmatig hoorde rondzingen in de kunstwereld: ‘the uncanny’. Ontleend aan Sigmund Freuds essay Das Unheimliche uit 1919 verwijst het woord naar iets wat vreemd, onheilspellend en beangstigend is. Nu denken we bij The Uncanny vooral aan de legendarische tentoonstelling die de Amerikaanse kunstenaar Mike Kelley ter gelegenheid van Sonsbeek ’93 in Arnhem samenstelde, en die in 2004 herhaald werd in Liverpool en Wenen. Daar waren opgezette dieren en opblaaspoppen te zien naast poppenfoto’s van onder meer Cindy Sherman en Hans Bellmer. Het was een tentoonstelling waar je de rillingen van kreeg, omdat die beelden zo creepy en bevreemdend waren.

Veel van de kunstenaars die Mike Kelley destijds uitkoos (Sherman, Bellmer, Robert Gober, Bruce Nauman, Paul Thek), zijn nu te zien op La La La Human Steps in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Het is dus niet zo gek dat deze collectiepresentatie, met honderd werken uit het eigen depot, een sterk retrotintje heeft. Hoewel samenstellers Sjarel Ex en Els Hoek hebben geput uit zes eeuwen kunstgeschiedenis, is het een expositie die in de jaren negentig niet zou hebben misstaan. Ook Kelley is er prominent vertegenwoordigd, op zijn achtdelige fotoserie Ahh… Youth uit 1991. De kunstenaar portretteerde zichzelf als een puisterige jongeman omringd door zijn zeven favoriete knuffeldieren. Schattig is het kunstwerk allerminst – eerder een beeld van een perverse psychopaat.

Dat Boijmans zo’n grote thematentoonstelling uit de eigen gelederen kan samenstellen, doet je beseffen hoe goed het museum in de afgelopen decennia heeft aangekocht. Het is heerlijk om al die oude helden hier weer samen te zien. In het schemerdonker van de grote Bodonzaal krijsen hun werken lekker door elkaar heen, als in een gekkenhuis vol excentriekelingen. Pipilotti Rist zingt in haar video Cinquante Fifty (2000) een schrijnend lied over demonen en drukt zich als een ongelukkige huisvrouw in een bloemetjesjurk tegen de ruit van een portiekflat. John Bock probeert zich in zijn überranzige video Porzellan Isoschizo Küchentat des neurodermitischen Brockenfalls im Kaffeestrudel und das alles ganz teuer (2001) te verweren tegen aanvallen van spaghetti met pesto en ansjovis.

Om de tentoonstelling naar het heden te halen, is er dans. Gedurende de tentoonstelling treden vier gezelschappen eenmalig op. Videobeelden van hun performances worden tentoongesteld. Op de openingsdag presenteerde het Rotterdamse HipHopHuis een duel tussen streetdancers Ques en Claerence Person in een ijzeren kooi: stoer, maar niet angstaanjagend.

Je blik trekt naar videobeelden om de kooi heen. Daar, in zijn film Fall I (1970), laat Bas Jan Ader zich keer op keer van het dak van zijn huis rollen. In Rists video rent een naakte man naast een verlaten snelweg. En daar laat Jeroen Eisinga zich in zijn film Springtime (2010-2011) omhelzen door een deken van levende bijen. Dit zijn beelden die beklijven. Omdat ze zo huiveringwekkend zijn, en zo mooi tegelijk.