‘Film kan veel meer dan alleen vermaken’

‘Foxcatcher’, goed voor vijf Oscarnominaties, gaat over de duistere dynamiek tussen een filantroop en twee worstelaars. „Ik hou van films die ontnuchterend werken.”

De voortreffelijke nieuwe film Foxcatcher, van regisseur Bennett Miller (Capote, Moneyball) is gebaseerd op een ware geschiedenis. In de jaren tachtig kocht John du Pont, telg van een van de rijkste families in de Verenigde Staten – een opmerkelijke rol van komiek Steve Carell – het Amerikaanse worstelteam op, en liet de atleten trainen voor de Olympische Spelen op zijn landgoed in Pennsylvania. Tussen de weldoener en twee van zijn worstelaars, de broers Mark Schultz (Channing Tattum) en Dave Schultz (Mark Ruffalo), ontstond een vreemde, destructieve dynamiek met een tragische afloop. Miller, genomineerd voor beste regie bij de Oscars, brengt dat met chirurgische precisie in beeld in zijn film. Hij hoefde geen concessies hoefde te doen aan de smaak van het grootst mogelijke publiek, omdat Foxcatcherwerd gefinancierd door Megan Ellison; de puissant rijke dochter van Larry Ellison, de oprichter van computergigant Oracle.

Waarom wilde u juist dit nogal duistere verhaal vertellen?

„Ik hou van ontnuchterende verhalen. Ik hoef me niet per se alleen maar te amuseren bij een film. Film is zo’n krachtig medium. Daar is nog zoveel meer mee mogelijk dan alleen maar het bieden van vermaak. Als ik een behoorlijk deel van mijn tijd en energie ga besteden aan het maken van een film, dan wil ik iets meer doen dan vermaken. Je krijgt per slot van rekening maar een beperkt aantal keren de kans in je leven om een film te maken.

„Toen ik op het verhaal stuitte van John du Pont en Mark en Dave Schultz zag ik meteen een complete film voor me. Dit is een waargebeurd verhaal, maar er zitten ook veel elementen in die je als allegorieën of metaforen op kunt vatten: voor de Amerikaanse droom, voor de invloed van geld in de Amerikaanse samenleving. Naar dat soort waargebeurde verhalen ben ik altijd op zoek. De betrokken personen zijn fascinerend. Eigenlijk is het ook nog een behoorlijk grappig verhaal, tot het moment dat het ineens niet meer zo grappig is.

„Als er iets tragisch gebeurt in je leven, kan dat een ontnuchterend effect hebben. Alle bullshit is op slag verdwenen; alle ijdelheid, al die kleine dingen die je de hele dag dwars zitten, doen er ineens niet meer toe. Goede films kunnen ook dat effect teweegbrengen. In het begin dacht ik dat er veel meer grappige kanten aan de film zouden zitten. Maar het onderwerp bepaalde de richting van de film. Gaandeweg nam de donkere kant de overhand.”

Heeft u daarom voor Steve Carell gekozen, omdat u in eerste instantie een lichtere film wilde maken?

„Dat speelde een rol. Ik dacht dat hij zowel de komische als tragische kant van het verhaal goed over het voetlicht zou kunnen brengen. Maar de reden was vooral dat Steve Carell iemand is van wie het publiek zich niet echt een boosaardige kant kan voortstellen. Dat is precies wat mensen meestal dachten over John du Pont. Hij leek heel goedaardig. Dat is ook de kant van Steve Carell die het publiek voornamelijk ziet. Maar zoals iedere goede komiek heeft hij ook een donkere kant.”

Had u de vrijheid om de film zo duister te maken als u wilde?

„Als je samenwerkt met producent Megan Ellison heb je volledige vrijheid. Zij wilde hetzelfde als ik. Ze helpt waar nodig is, maar ze geeft ook de ruimte. Ze zal nooit zeggen dat er iets anders moet, omdat de film dan beter in de markt komt te liggen. Dat hoeft ze misschien ook minder snel te doen vanwege haar financiële positie. Maar zij houdt er ook niet van om geld weg te gooien.”

De rol van John du Pont als geldschieter in de sport in de film is bijna een soort weerspiegeling van de rol die zij zelf met haar fortuin speelt in de Amerikaanse film. Zit daar niet een ongemakkelijke parallel?

„Natuurlijk. Dat was voor haar een reden waarom ze de film wilde maken. Ze zag die ongemakkelijkheid zelf als eerste, en de mogelijke vergelijkingen die er zouden kunnen worden gemaakt. Dat maakt de film voor haar heel persoonlijk. Ze heeft daar zelf dieper over nagedacht dan wie dan ook. Zelfs toen we de film nog niet hadden gedraaid, hebben we al gesproken over hoe het zou zijn voor haar om de film aan haar vader te laten zien.”

Wat waren de metaforen in dit verhaal die u aantrokken?

„Dan moet je denken aan thema’s als macht, geld, de rol van patriottisme, de klassenmaatschappij, arrogantie, verval, corruptie. Ik heb dat er niet zelf ingelegd. Al die elementen zaten echt in het verhaal en in de personages. Dit is een klein verhaal, dat steeds groter wordt naarmate je er langer over nadenkt.”

U heeft een film gemaakt over Truman Capote. Is ‘Foxcatcher’ vergelijkbaar met zijn op een moordzaak gebaseerde boek ‘In Cold Blood’?

Foxcatcher is voor mij in veel opzichten verweven met In Cold Blood. Ik las een artikel over de zaak en wist meteen: dit is een film. Precies zo verging het Capote met In Cold Blood. Ik ben de juridische eigenaar van het levensverhaal van Mark Schultz, met wie ik tegelijkertijd samenwerk. Daar zit een parallel met Capote en zijn hoofdpersoon, de moordenaar Gary Smith. Misschien is het enige wat mij nu nog rest om net zoals Capote in een tragische neerwaartse spiraal terecht te komen.”